Bijna een jaar geleden zat ik bij een Amerikaanse familie aan tafel voor Thanksgiving. Het was precies zoals je kent van televisie: een enorme kalkoen midden op tafel, zoete aardappels met marshmallows uit de oven (ja, echt), cranberrysaus, en alle andere typische Thanksgiving-gerechten.
...

Bijna een jaar geleden zat ik bij een Amerikaanse familie aan tafel voor Thanksgiving. Het was precies zoals je kent van televisie: een enorme kalkoen midden op tafel, zoete aardappels met marshmallows uit de oven (ja, echt), cranberrysaus, en alle andere typische Thanksgiving-gerechten. Het gesprek kwam even op politiek. Even, want zoals in zoveel Amerikaanse families op dit soort momenten, probeerden we politieke discussies zoveel mogelijk vermeden. Er zat namelijk ook één Trump-stemmer aan tafel. En hoe kort het gesprek er ook over ging, één ding zal me altijd bijblijven. We hadden het over immigranten in Amerika en ik wees erop dat ik ook immigrant ben. Ik ben immers geboren en getogen in Nederland en ben pas toen ik eind twintig was naar de VS verhuisd. 'Ja', zei de Trump-stemmer, 'maar jij bent het goede soort immigrant.'Ik stond met mijn mond vol tanden en het gesprek nam gauw een andere (meer plezierige) wending. Als ik die Trump-stemmer vandaag zou spreken, zou ik op de enorm racistische ondertoon van die uitspraak wijzen. Want wat hij niet zei, maar wel bedoelde, is overduidelijk: ik ben een witte immigrant, en uit een rijk land bovendien. Maar dat zou niet uit moeten maken. Ik ben de eerste om te erkennen dat mijn huidskleur me een enorm privilege geeft, maar het maakt mij niet hardwerkender dan andere immigranten, het maakt mij niet beter en het maakt me ook niet minder vatbaar voor het anti-immigratieklimaat in de VS. Om met het eerste te beginnen: het stereotype beeld dat migranten lui zijn, is diepgeworteld. Maar het strookt niet met de werkelijkheid. Neem een voorbeeld aan de techindustrie Silicon Valley, waar ik voor Nederlandse media vaak over schrijf. Uit een studie uit 2018 van de National Foundation for American Policy bleek dat 51 procent van de zogenaamde unicorns (private techbedrijven met een waardering van meer dan een miljard dollar) op dat moment was op gericht door een immigrant. Bij 70 procent van de unicorns was een immigrant betrokken in de top van het bedrijf. Er zijn genoeg namen van eerste of tweede generatie immigranten in Silicon Valley die je kent: Elon Musk, Steve Jobs, Pierre Omidyar (eBay), Sergey Brin (Google). Het lijstje gaat maar door. Ook in de twee andere grote industrieën van Californië, de filmindustrie en de landbouw, zijn immigranten essentieel gebleken. In Hollywood zijn sterren als Jim Carrey, Nicole Kidman, Ryan Reynolds, Salma Hayek, Natalie Portman en vele anderen immigrant. En de landbouwsector - of het nu om walnoten, avocado's of wijngaarden voor hele dure wijnen gaat - drijft op immigranten. Net als de vele vleesverwerkingsbedrijven door het hele land trouwens. Zonder immigratie zou de gemiddelde Amerikaanse supermarkt er leeg uitzien.Al die hardwerkende immigranten - mezelf incluis - betalen ook braaf belasting. Jaarlijks komt er 90 miljard dollar aan belastinggeld binnen vanuit immigranten. Ook ongedocumenteerde immigranten betalen doorgaans belasting. Ze hebben zelfs een hoger effectief belastingtarief (gemiddeld 8 procent) dan de rijkste 1 procent van Amerika (die slechts 5,4 procent van het inkomen als belasting afdraagt). Met andere woorden: immigranten zijn essentieel voor de Amerikaanse economieToen de Trump-stemmer tijdens Thanksgiving mij een 'goed' soort immigrant noemde, suggereerde hij dat er ook een slechte variant is. Daarmee doelde hij vermoedelijk op ongedocumenteerde immigranten en mensen die illegaal de grens oversteken. Ik zie niet direct wat er slecht aan is om een nieuw leven proberen op te bouwen in een nieuw land. Sterker nog: het is wat ik zelf heb gedaan. De manier waarop ik hier kwam was anders, via legale manieren. Maar veel immigranten hebben die optie niet. Als ik niet legaal naar de VS had kunnen verhuizen had ik het niet gedaan, maar mijn uitgangspositie was natuurlijk wezenlijk anders dan de mensen die illegaal de grens over steken. Ik kom uit een welvarend land waar ik veilig (en met veel plezier) woonde. Voor de mensen die illegaal de grens oversteken is dat natuurlijk anders. Zij komen uit landen als Guatemala en Honduras, waar ze ofwel moeten vrezen voor hun leven ofwel geen mogelijkheden hebben om in hun eigen levensonderhoud en dat van hun familie te voorzien. Zijn dat 'slechte' immigranten? Omdat ze doen wat we allemaal zouden doen als ons leven en dat van de mensen van wie we houden in gevaar zou zijn? Dan kom ik op het laatste punt: dat ik niet geraakt zou worden als immigrant door het huidige anti-immigratieklimaat in de VS. Dat is tot op zeker hoogte waar, omdat mijn witte huidskleur me beschermt van het racistische denkbeeld rond immigranten. En toch ben ik me de afgelopen jaren steeds minder welkom gaan voelen in de VS. Dat begon al met alle retoriek rond America first, wat eigenlijk Americans first betekent. Ik ben geen Amerikaan, dus ik ben een tweederangs burger in dit land. Een ander moment waar ik het duidelijk voelde, was toen de public charge-regel werd ingevoerd. Die houdt in dat immigranten die ooit aanspraak hebben gemaakt op publieke voorzieningen of waarvan het vermoed wordt dat ze dat zullen doen, niet in aanmerking komen voor een greencard (een permanente verblijfsvergunning). Nu verdien ik genoeg om me dat niet direct te laten raken, maar toen de stimuluscheque van 1200 dollar binnenkwam heb ik lang getwijfeld of ik die moest innen. Zou me dat later dwars gaan zitten als ik een greencard aan wil vragen? Sinds de pandemie zijn de maatregelen rond immigratie sowieso steeds strenger geworden. Trump heeft letterlijk gezegd dat hij Amerikaanse banen wil beschermen en daarom minder visa zal uitreiken, zowel voor hoogopgeleide werkkrachten, studenten als andere visumcategorieën. Mijn visumcategorie, de I-visa voor buitenlandse journalisten, bleef buiten beeld. Tot twee weken geleden. Toen kondigde het ministerie van binnenlandse zaken aan dat het de tijd die buitenlandse journalisten in de VS kunnen doorbrengen wil terugbrengen van vijf naar maximaal anderhalf jaar. Dat betekent dat ik vanaf de volgende keer dat ik de VS verlaat en weer terugkom, nog maximaal anderhalf jaar mag blijven. Dat zou funest zijn om werk goed te kunnen doen: ik bericht over Amerikaans nieuws voor Belgische en Nederlandse basis. Niet projectmatig, maar op continue basis. Nieuws laat zich niet plannen, dus het is niet zo dat ik van tevoren kan beslissen wanneer ik wel en niet in de VS zal zijn om nieuws te verslaan. Daarnaast zou het voor mij persoonlijk pijnlijk zijn. Op den duur wil ik wel weer even in Europa wonen, maar voor nu heb ik mijn leven (inclusief mijn partner) hier. Als reden voor het beperken van de I-visa wordt gegeven dat het met de nationale veiligheid te maken heeft. Er zou te veel misbruik van gemaakt worden. Ik zie niet precies hoe: om een I-visa te krijgen, moet je kunnen aantonen dat je journalist bent en dat je actief over de VS bericht. Het visum geeft je bovendien geen werkvergunning, dus je kunt er niet mee aan de slag voor Amerikaanse werkgevers. Ondertussen besteed ik wel het geld dat ik België en Nederland verdien in de Amerikaanse economie. Ik betaal in de VS mijn huur, mijn belastingen en ondersteun de lokale economie door hier uit eten te gaan, boodschappen te doen en andere uitgaven te doen. Dat alles zonder een Amerikaanse baan in te nemen, want ik doe werk dat een Amerikaan (behalve het handjevol dat Nederlands spreekt) niet kan doen. Ik kan het niet genoeg benadrukken: mijn leven als witte immigrant uit een rijk land is een stuk makkelijker dan het leven van duizenden andere immigranten in de VS. Maar zelfs als 'het goede soort' immigrant (een term die ik alleen maar gebruik om terug te verwijzen naar de Trump-stemmer, ik zou dat zelf nooit zo zeggen) wordt leven in Trumps Amerika steeds ongemakkelijker.