Dag op dag vijf jaar geleden, op vrijdag 11 maart 2011, werd de noordoostelijke kust van Japan getroffen door een zware aardbeving, gevolgd door een verwoestende tsunami. Het natuurgeweld veroorzaakte niet alleen een enorme menselijke schade - meer dan 18.000 mensen kwamen om het leven of zijn nog altijd vermist - maar ook een nucleaire ramp: de vloedgolf vernielde de kerncentrale van Fukushima, met zware radioactieve vervuiling tot gevolg. Een kleine honderdduizend mensen die meteen na de ramp werden geëvacueerd, kunnen nog altijd niet terug naar huis. De ontsmettings- en opruimingswerken zijn nog steeds aan de gang.
...

Dag op dag vijf jaar geleden, op vrijdag 11 maart 2011, werd de noordoostelijke kust van Japan getroffen door een zware aardbeving, gevolgd door een verwoestende tsunami. Het natuurgeweld veroorzaakte niet alleen een enorme menselijke schade - meer dan 18.000 mensen kwamen om het leven of zijn nog altijd vermist - maar ook een nucleaire ramp: de vloedgolf vernielde de kerncentrale van Fukushima, met zware radioactieve vervuiling tot gevolg. Een kleine honderdduizend mensen die meteen na de ramp werden geëvacueerd, kunnen nog altijd niet terug naar huis. De ontsmettings- en opruimingswerken zijn nog steeds aan de gang.Jan Vande Putte van Greenpeace, die voor de milieuorganisatie werkt als campaigner op de uitstap uit kernenergie, gaat geregeld naar het rampgebied om de stand van zaken op te volgen en is ook momenteel ter plaatse. 'Deze keer zijn we vooral op zee actief geweest,' vertelt hij vanuit Japan aan Knack.be. Het blijft een diepe indruk op hem maken: de hallucinante hoeveelheden radioactief afval in de intussen alom bekende grote, zwarte zakken. Afval afkomstig van de ontsmettingsoperaties, zoals het centimeter per centimeter afgraven van de radioactieve toplaag van de omgeving. Het grootste deel is trouwens bos, dat volgens Vande Putte praktisch gezien niet kan ontsmet worden. 'Alleen in Iitate, een dorp van circa 6.000 inwoners (op circa 40 km van Fukushima, nvdr.), zijn al twee jaar minstens 7.000 mensen aan de slag met de schoonmaak. Zij hebben al meer dan een miljoen kubieke meter afval verzameld.'De regering schat dat het gaat over in totaal 30 miljoen kubieke meter afval. Vande Putte: 'Een deel daarvan, het groene afval, zal worden verbrand om de radioactiviteit te concentreren in de assen. Volgens ons is dat geen realistisch plan, omdat de besmetting zich zal herhalen als gevolg van tyfoons en regen, die de radioactiviteit opnieuw verspreiden. Zo zijn sommige gebieden al tot drie keer toe ontsmet geweest, een eindeloos verhaal.' Het ander deel - het niet-groene afval - moet worden opgeslagen, maar ook daar ontbreekt volgens hem een realistisch plan. Greenpeace verwijt de regering dat het de 'mythe' in stand houdt dat de situatie vijf jaar na de ramp weer aan het normaliseren is. De eerste dorpen zijn intussen weer vrijgegeven, maar volgens Vande Putte is de besmetting op verschillende plaatsen nog te groot voor mensen om terug te keren. 'Gemiddeld is het stralingsniveau met 50 procent gedaald na de opkuisoperatie, maar dat is geen gigantisch succes. Op veel plaatsen zijn de waarden nog acht keer hoger dan normaal.' 'Toch worden steeds meer mensen gedwongen om terug te keren, omdat de regering het bevel tot evacuatie opheft en zij financieel niet in staat zijn om een nieuw huis te kopen. Wie verkiest om niet terug te keren, is op zichzelf aangewezen. Ongeveer de helft van de bevolking van Iitate zit in een juridische procedure.'De kernramp van vijf jaar geleden heeft niet alleen gevolgen voor het leven van de bevolking. Ook de natuur is zwaar getroffen en zal nog tientallen tot honderden jaren de gevolgen ondervinden, zegt Greenpeace. De milieuorganisatie heeft sinds de kernramp al verschillende wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd in Fukushima. Studies tonen aan dat de impact van de radioactieve besmetting op het milieu nu al zichtbaar wordt. Zo bevatten nieuwe bladeren een hoge concentratie aan radioactiviteit. Daarnaast lijkt met de stijging van de stralingsdosis ook de groeimutatie van dennen toe te nemen en zijn in de sterk vervuilde gebieden erfelijke mutaties waargenomen bij vlinders. Voorts is volgens de studie ook het dna van wormen beschadigd en de vruchtbaarheid van boerenzwaluwen afgenomen. Bovendien zou de populatie van 57 vogelsoorten afnemen naarmate een hogere straling wordt opgetekend. Tot slot werden er nog zoetwatervissen met een hoge concentratie cesium waargenomen.