Lees ook: Hoe de Amerikaanse politicus zijn eigen kiezers kiest
...

Tussen alle ophef de afgelopen maand over hoe Donald Trump zich de woede van onder andere de Puerto Ricanen, nabestaanden van militaire slachtoffers en Republikeinse senatoren op de hals haalde, raakte een belangrijke zaak voor het Hooggerechtshof op de achtergrond. Op 3 oktober 2017 hoorde het Hof de partijen in de zaak Gill v Whitford, over partijdig gerrymanderen in de staat Wisconsin. In een notendop: voor de verkiezingen van 2012 deelde de Republikeinse meerderheid van het parlement van Wisconsin de kiesdistricten zodanig in dat Democraten er amper kans van slagen hadden. Hoewel de laatste partij in 2012 en 2014 een meerderheid van de stemmen kreeg, gingen de Republikeinen er beide keren met 60 van de 99 zetels vandoor. Het indelen van de kiesdistricten volgens partijscheidslijnen is mogelijk, omdat er vrijwel geen regels zijn voor hoe kiesdistricten ingedeeld moeten worden (een proces dat eens in de tien jaar plaats vindt). In vrijwel alle staten, waaronder Wisconsin, is de partij in de meerderheid die de herindeling overziet. En niets stopt hen daarbij de districten zo in te delen, dat het henzelf goed uitkomt. Expert op gebied van politieke data Paul Mitchell legde het eerder als volgt uit aan Knack: 'Stel je een pizza voor die je in zes stukken moet delen. De salami ligt niet netjes verspreid, maar op een hoopje in het midden. Je kunt de pizza zo snijden dat alle stukken even groot zijn en dat iedereen een beetje salami krijgt, maar je kunt 'm ook ook zo snijden dat een iemand er met alle salami vandoor gaat en de rest alleen maar kaas heeft.' Een non-profitorganisatie uit Wisconsin met leden van beide partijen maakte bezwaar tegen de herindeling van 2011 en kreeg gelijk van de rechter. In november 2016 oordeelde een federale rechtbank in hoger beroep nogmaals dat de herindeling in Wisconsin ongrondwettelijk was, omdat er volgens partijscheidslijnen gegerrymanderd was. Daarmee overtrad de staat het recht op gelijke behandeling en het recht op vereniging (omdat leden van dezelfde partij zich niet in hetzelfde district konden verenigen). Het was voor het eerst in dertig jaar dat een federale rechtbank een uitspraak deed over partijdig gerrymanderen (uitspraken over gerrymandering op grond van rassendiscriminatie zijn er veel vaker geweest). De staat Wisconsin ging in hoger beroep en het Hooggerechtshof besloot de zaak aan te horen. Op 3 oktober vond de hoorzitting plaats en de uitspraak wordt in het voorjaar van 2018 verwacht.De zaak wordt nauwgezet gevolgd door politici, politicologen en juristen, omdat de uitspraak van het Hooggerechtshof bepalend kan zijn voor het herindelingsproces van kiesdistricten (de volgende herindeling staat gepland voor 2021), en daarmee voor het Amerikaanse democratische proces. Edward B. Foley, professor in de rechten aan The Ohio State University zei eerder deze maand tegen The New York Times dat zonder tussenkomst van het Hof gerrymanderen 'als de Duitse autobahn is -- doe wat je wilt, zo veel je wilt. Een rood licht van het Hof, of zelfs maar een sterk oranje licht, zet de rem op dit (gerrymanderen, nvdr).'De historische aard van Gill v Whitford blijkt bovendien uit de hoeveelheid amici curiaehet Hof ontving. Dat zijn brieven van mensen en organisaties die geen partij zijn in de zaak, maar wel hun zienswijze willen meegeven aan het Hof. In de gerrymandering-zaak kreeg het Hof er 45. Een van de zienswijzen werd ingediend door twintig politicologen die waarschuwen voor hoe statistische technologie enbig datahet in de nabije toekomst mogelijk maken het gerrymanderen nog veel extremer door te voeren. Met hulp van nieuwe technologie kunnen wetgevers in de staten hun districten zo uittekenen dat ze het daaropvolgende decennium verzekerd zijn van winst. Totdat er opnieuw districten ingedeeld moeten worden, en ze daar weer de regie over hebben. Gerrymanderen wordt zo een vicieuze cirkel.Naar verwachting zullen de vier progressieve leden van het Hof de uitspraak van de federale rechter in stand willen houden en oordelen dat de districtenindeling in Wisconsin ongrondwettelijk is. De vier conservatieve leden, waaronder Trumps recente aanstelling Neil Gorsuch, zullen die uitspraak juist willen vernietigen. Daarmee ligt de beslissende stem in handen van Anthony Kennedy. In 1988 aangesteld door president Ronald Reagan staat Kennedy bekend als het lid dat wel vaker de doorslaggevende stem geeft. Zeker op het gebied van partijdig gerrymanderen is dat zijn verwachte rol. In een eerdere, soortgelijke zaak uit 2004 gaf hij aan tegen partijdige districtenindeling te zijn, maar zich af te vragen of het Hof een rol kon en moest spelen bij het oplossen ervan.Of het Hof een rol kan spelen bij het bepalen of de indeling van kiesdistricten ongrondwettelijk is, is het onderwerp van verschillende amici curiae. Zo zijn er sociale wetenschappers die verschillende toetsen aandragen om een kiesdistrictenkaart te testen op partijdigheid. Veruit de meest besproken test is de zogenaamde efficiency gap, die meet in hoeverre beide partijen stemmen verliezen door de districtenindeling. Als het verschil tussen de Republikeinen en Democraten meer dan zeven procentpunt is, is de indeling partijdig. (De website Vox heeft een mooie illustratie om de efficiency gap uit te leggen.) Ook droegen de eisers in de zaak andere toetsen aan, die allemaal lieten zien dat in het geval van Wisconsin sprake is van partijdige gerrymandering.De vraag of het Hof zich zou moeten uitspreken over gerrymandering is een meer rechtsfilosofische. Tegenstanders vrezen dat het Hof te politiek zou optreden en daarmee de strenge scheiding der machten zou schenden. Mocht het Hof bepalen dat de districtindeling in Wisconsin ongrondwettelijk is, dan zouden soortgelijke districtindelingen in tot wel twintig andere staten op de tocht staan, zei Barry C. Burden, directeur van het Verkiezingsonderzoekscentrum aan de universiteit van Wisconsin-Madison tegen The New York Times.Amerikanen zijn dol op hun grondwet. De vraag is welk daarin beschermde gegeven zwaarder zal wegen: de scheiding der machten, of het recht op een stem voor de volksvertegenwoordiging.