...

Het Europees Parlement heeft in Straatsburg ingestemd met het zogenaamde EDIDP, het Europees Industrieel Ontwikkelingsprogramma voor de Europese Defensie. Dat Europees project draait in wezen om een opgedreven samenwerking tussen de EU en de privésector. De EU trekt een half miljard euro uit om de komende twee jaar (2019-2020) de 'strategische autonomie' te versterken. Het gaat in de eerste plaats om de ontwikkeling van een eigen concurrentiële industrie en technologie, een economisch wapen dat de uitvoer en het wetenschappelijk militair weefsel in de Europese Unie moet opkrikken. Veiligheid is al wat de klok slaat, al speelt de lucratieve handel in wapentuig met derde landen ook geen te onderschatten rol. Het EDIDP is een onderdeel van het Europees Defensiefonds dat vanaf 2021 vaste ondersteuning voor onderzoek en vermogensopbouw. Tegen die tijd vormt de defensie-investering een volwaardig Europees budget van 1 miljard euro; dat geld komt uitsluitend uit de bestaande begroting. Het wordt aangevuld tot 5 miljard met investeringen van de lidstaten. De steun gaat uitsluitend naar de ontwikkeling van nieuwe producten of technologie (ontwerp, prototypes, testen). Bovendien moet vaststaan dat de lidstaten achteraf ook bereid zijn het nieuwe product aan te schaffen. En een bijkomende voorwaarde is dat er ten minste drie partners moeten samenwerken uit evenveel lidstaten aan een gemeenschappelijk project. Slechts dan kan het project op gemeenschappelijke financiële steun rekenen. Hilde Vautmans van de liberale ALDE, lid van de commissies Buitenlandse Zaken en Veiligheid, beklemtoont de noodzaak van de Europese inbreng. 'Het ontwikkelen van defensieproducten is extreem duur, waardoor heel wat bedrijven afhaken. Dat is nefast voor het concurrentievermogen, en vergroot onze afhankelijkheid van Amerikaanse bewapening en knowhow'. Van een militarisering van de samenleving en een wapenwedloop wil Vautmans niet horen. Ze gelooft dat structurele samenwerking alleen voordelen en bescherming biedt. 'We willen voor alles dubbel werk en geldverspilling tegengaan'.Wat betekent dat voor België ? De wapenindustrie in Wallonië tonen zich alvast niet ontevreden, en ook bedrijven als Barco staan niet afkerig van een Europese injectie. 'Bijkomende financiering zou goed nieuws zijn voor de PESCO-projecten', aldus Vautmans. PESCO, dat is de Permanente Structurele Samenwerking, waartoe 23 lidstaten op 13 november 2017 besloten. Dat gebeurde op initiatief van Frankrijk en Duitsland, na de aanslagen in Parijs. PESCO is bedoeld om de NAVO aan te vullen. Intussen zijn er 25 ondertekenaars.'Een goed voorbeeld is de mijnenbestrijding', zegt Vautmans. 'Ons land heeft de leiding over een project dat onderwaterdrones ontwikkelt om mijnen onschadelijk te maken. Dat doen we samen met vijf andere landen: Nederland, Portugal, Griekenlans, Roemenië en Letland'. Overigens moeten de kleinere landen wel op hun tellen passen. In grote landen als Frankrijk of Italië is de wapenindustrie in handen van multinationals. Daarom heeft de Europese Volkspartij een beschermingsamendement doorgedrukt. Esther de Lange van de Europese Volkspartij (EVP): 'Om te voorkomen dat alleen de grote jongens uit deze landen in aanmerking komen voor deze fondsen is het ons gelukt om een financieringsbonus aangenomen te krijgen voor projecten waar kleine en middelgrote ondernemingen bij betrokken worden'.De uitbouw van een eigen Europese defensie was al vastgelegd in het Verdrag Van Lissabon (2009), maar werd technisch gezien nooit geactiveerd. Terreuraanslagen en de toegenomen spanning aan de grenzen van Europa (Oekraïne, Turkije, Noord-Afrika) en op het wereldtoneel hebben PESCO in een stroomversnelling gebracht. In tegenstelling tot de NAVO valt het commando over die defensie geheel onder de Europese bevoegdheid. De Lange wijst ook op de gunstige neveneffecten: 'meer banen, meer patenten, meer industriële vernieuwing, meer zelfstandigheid.'