De Amerikaanse president Donald Trump blaakt weer van zelfvertrouwen tijdens zijn reis door Europa. De Amerikaanse economie heeft een van de sterkste kwartalen van de voorbije vijf jaar achter de rug en het consumentenvertrouwen is sinds begin dit jaar blijven klimmen. Toch staat vast dat de volgende kwartaalcijfers lager zullen uitvallen en dat de gevolgen van de handelsoorlog met China zich zullen laten voelen. Een handelsoorlog treft steevast beide partijen. Het gaat er dan ook niet om wie in zo'n conflict de meeste winst boekt, maar wie het eerst door de knieën gaat. In dat opzicht lijken de Verenigde Staten nog de beste positie in te nemen.

De grootste troef van de Verenigde Staten is de gigantische economie, nog steeds een derde groter dan de Chinese. Amerika zou sowieso sneller alternatieve leveranciers moeten kunnen vinden dan dat China in staat zal zijn een alternatief voor de Amerikaanse afzetmarkt te vinden. Ongeveer 14 procent van de Chinese maakindustrie is bestemd voor de Amerikaanse markt. Dat lijkt niet veel, maar als je weet dat die maakindustrie al voor ongeveer 25 procent plat ligt, dat steeds meer bedrijven in de rode cijfers duiken en dat de industrie voor miljarden dollars krediet bij de staatsbanken is aangegaan, dan wijst dat toch op een aanzienlijke kwetsbaarheid.

Het gaat er niet om wie in zo'n conflict de meeste winst boekt, maar wie het eerst door de knieën gaat.

Een eerste antwoord van China om met de druk om te gaan, is een poging om de uitvoer te diversifiëren, weg van de Verenigde Staten, bijvoorbeeld naar Europa en naar ontwikkelingslanden. De Nieuwe Zijderoute moet daarbij helpen. De telecomgigant Huawei heeft in Europa, Latijns-Amerika en Afrika een hele campagne opgezet om de afzet daar te handhaven: #BelieveInHuawei. Huawei heeft de voorbije maanden zijn verkoop wereldwijd sneller zien groeien dan de concurrenten, maar de effecten van de maatregelen van Trump zullen in latere cijfers ongetwijfeld zichtbaar worden. De totale export van China deed het de voorbije maanden alvast slechter dan vorig jaar.

Peking brengt ook ander geschut in stelling: de miljardenorders voor Amerikaanse soja. China heeft de voorbije jaren meer dan de helft van de Amerikaanse soja-uitvoer opgekocht. Dat is dus slecht nieuws voor duizenden boeren in de Corn Belt, waar Trump veel stemmen haalde. Washington neemt zich evenwel voor om een deel van de 72 miljard dollar aan belastingen die het dit jaar hoopt te innen op Chinese invoer te gebruiken om die boeren te compenseren.

Zeldzame aardmetalen worden ook gezien als een belangrijk pressiemiddel voor China. Nadat president Xi Jinping onlangs een bezoek had gebracht aan een verwerkingsfabriek, gonsde het in staatsbladen van de waarschuwingen dat een uitvoerembargo de Amerikaanse productie van spitstechnologie in gevaar zou brengen. In werkelijkheid zou China met zo'n embargo vooral in eigen voet schieten. Veel van de elektronica-industrie die aardmetalen gebruikt, is in China zelf gevestigd. Japan en de Verenigde Staten hebben inmiddels ook alternatieve bronnen aangeboord. Na een eerder embargo in 2010, een represaille voor de arrestatie van een Japanse bootsman in de Oost-Chinese Zee, hadden Tokio en Washington meteen begrepen dat afhankelijkheid van Chinese zeldzame aardmetalen geen goede zaak was.

Tot slot heeft Peking de voorbije maanden ook voor tientallen miljarden dollars Amerikaanse overheidsobligaties op de markt gedumpt. China heeft nog steeds voor miljarden dollars van die obligaties in portefeuille. De hele boel op de markt dumpen is evenwel geen optie. De waarde van de obligaties zou verminderen, en daardoor ook de waarde van alle obligaties die China in zijn bezit heeft. Dat zou een enorm financieel offer aan Chinese kant betekenen. De vraag is ook wat China met de inkomsten uit de verkoop zou doen. Als het er aandelen of obligaties in de Chinese munt mee zou kopen, dan wordt niet alleen de yuan, maar ook de hele Chinese uitvoer erg duur.

China zit dus in een lastig parket en bluft vooral. Sommige analisten benadrukken dat het land intussen minder afhankelijk is geworden van de Amerikaanse markt en dat het allemaal nog wel meevalt. In verhouding tot de hele Chinese economie is de afhankelijkheid van de uitvoer naar de VS inderdaad klein, maar het gaat om strategische industriële sectoren waarin gigantische bedragen spaargeld van gezinnen zijn geïnvesteerd. Die industrieën zitten nu gevangen tussen het Amerikaanse protectionisme aan de ene kant en een tegenvallende verkoop in de Chinese detailhandel aan de andere kant. De Chinese economie is dus zeker gegroeid, maar ze blijft kwetsbaar.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.