‘Het vertrouwen is weg’: waarom de Duitse energiestandpunten in Europa voor steeds meer frustratie zorgen

Belgisch premier Alexander De Croo en Duits Bondskanselier Olaf Scholz op 10/05/2022 te Berlijn.

Tegen de achtergrond van de hoge energieprijzen ergert België zich steeds meer aan de Duitse houding op het Europese toneel. Ons land is niet alleen.

Een vast en eenzijdig prijsplafond op pijplijngas uit Rusland, een onderhandeld prijsplafond voor pijplijngas uit Noorwegen, Algerije en Azerbeidzjan, een dynamische prijscorridor met plafond en bodem voor vloeibaar gas. Voeg daarbij nog solidariteitsafspraken voor gas, gemeenschappelijke aankopen en akkoord om het verbruik onder controle te houden. Met die ingrediënten meent de Belgische regering dat de Europese Unie de huidige energiecrisis kan doorstaan. Zo niet, dan dreigt er sociale onrust en een grootschalige desindustrialisering in Europa, aldus premier Alexander De Croo (Open VLD) donderdag in de Britse zakenkrant Financial Times. Een boodschap die kan tellen.

Met de winter in aantocht valt er volgens De Croo geen tijd meer te verliezen. Niet nóg meer. Want ruim een jaar nadat de energieprijzen zijn beginnen stijgen, bakkeleien de Europese lidstaten nog steeds over de manier waarop er moet worden ingegrepen. Over de afbouw van Russisch gas en olie, verplichte energiebesparingen en nationale overwinstbelastingen is er weliswaar een overeenkomst gevonden. Maar over een gemeenschappelijke prijsaanpak – volgens sommigen de kern van de zaak – nog niet. En dat zal er vrijdag ook niet komen. Niet toevallig heeft voorzitter van de Europese Raad Charles Michel intussen besloten om geen gemeenschappelijke conclusies te formuleren.

Von der Leyen heeft haar voorstel vooral op maat geschreven van de grote Europese lidstaten

Een regeringsdiplomaat

En die oplossing bestaat volgens heel wat landen uit een gemeenschappelijk prijsplafond bij de invoer van gas. Met 14 collega’s stuurde Energieminister Tinne Van der Straeten (Groen) vorige week een brief naar bevoegd Eurocommissaris Kadri Simson om een voorstel te eisen. Hoewel ze de brief niet mee ondertekenden valt te horen dat ook Estland, Zweden, Cyprus en Luxemburg die vraag steunden. Na lang aandringen kwam voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen woensdag met aanzet. ‘We zijn bereid om te praten over een plafond op gas dat wordt gebruikt om elektriciteit te genereren’, klonk het voorzichtig in een brief aan de staatshoofden en regeringsleiders.

In wezen gaat Von der Leyens voorstel om een systeem dat al enkele maanden in Spanje en Portugal van kracht is. Daar bestaat er momenteel een plafond van 40 euro per megawattuur voor gas dat verkocht wordt aan elektriciteitscentrales. Maar volgens energie-expert Joannes Laveyne is dat weinig efficiënt. ‘Ten eerste gaan mensen er meer door verbruiken waardoor de vraag – en dus ook de prijs – toeneemt. Daarnaast wordt er een taks geheven om de kosten van het prijsplafond voor de gascentrales te compenseren. Daarom moet de eindgebruiker uiteindelijk toch een heleboel bijdragen. In Spanje heeft het systeem de factuur uiteindelijk maar tien procent doen dalen. Het is eigenlijk een inefficiënte vestzak-broekzakoperatie.’

Het voorstel van Von der Leyen is absoluut niet waar België op zit te wachten, zo valt te horen in regeringskringen. Het gaat ons land namelijk om een algemeen prijsplafond op de invoer. Maar er is meer. Het Iberische schiereiland is op energievlak nauwelijks met de rest van de Europese Unie verbonden. Dat is voor België anders, met alle gevolgen van dien. De regering-De Croo vreest namelijk dat de elektriciteit die aan het prijsplafond onderhevig is naar het Verenigd Koninkrijk zal vloeien omdat de bedrijven er aan de duurdere prijzen meer kunnen verdienen. Die zogenaamde weglekeffecten kan men in principe met een verbod wel tegenhouden, maar zo’n manoeuvre brengt de gasbevoorrading vanuit het Verenigd Koninkrijk wel in het gevaar.

Vanuit die optiek is het opvallend dat De Croo en Van der Straeten woensdag tevreden reageerden op het voorstel van Von der Leyen. Dat er toch al wordt gesproken over een prijsplafond vinden de twee regeringsleden alvast een diplomatieke stap in de goede richting. Het toont vooral dat er nog een heleboel werk aan de winkel is om de invulling van het prijsplafond de andere richting uit te sturen. ‘We moeten inderdaad opletten dat het de goede kant uitgaat’, klinkt het bij een regeringsdiplomaat. ‘Von der Leyen heeft haar voorstel vooral op maat geschreven van de grote Europese lidstaten’, vertelt een andere Vivaldi-adviseur.

En dan wordt er vooral met enige frustratie naar Duitsland gekeken. ‘Het vertrouwen is weg’, klinkt het in regeringskringen. Dat heeft meerdere redenen. Al sinds het begin van de energiecrisis speelt Duitsland soloslim. Europese groepsaankopen kwamen onder meer door een Duitse Alleingang niet van de grond, van een prijsplafond op de invoer wilden onze oosterburen wegens hun bevoorradingszekerheid niet weten. Dat Berlijn net 200 miljard heeft vrijgemaakt voor een steunpakket valt in heel wat hoofdsteden niet in goede aarde, niet-Duitse ondernemingen vrezen voor oneerlijke concurrentie. ‘Dit is egoïstisch’, aldus Pools premier Matteusz Morawiecki. In een vrij opvallende bijdrage in verscheidene Europese kranten uitten ook eurocommissarissen Thierry Breton en Paolo Gentiloni daarover hun bezorgdheden.

Afgelopen maandag werd Duits minister van Financiën Christian Lindner door zijn Europese collega’s om verantwoording gevraagd. ‘Het is niet zeker dat al het geld zal worden besteed, een deel van de middelen stond al in de boeken voor corona-uitgaven en de 200 miljard zal over drie jaar worden gespreid’, riposteerde Lindner. Die uitleg stemt niet iedereen tevreden. De Duitse regering heeft het vrijgemaakte budget namelijk buiten de begroting gehouden – een boekhoudkundige ingreep die ze het afgelopen jaar wel vaker heeft toegepast. Maar momenteel loopt er op Europees niveau ook een discussie over de hervorming van de Europese begrotingsregels waarbij Duitsland zulke praktijken net tracht te blokkeren.

De houding van Berlijn wordt in heel wat hoofdsteden als ronduit arrogant opgevat. Dat de groene Klimaatminister van Robert Habeck zich vorige week plots wel een voorstander van Europese groepsaankopen toonde, komt vooral omdat de eigen gasvoorraden intussen bijna helemaal gevuld zijn. Hetzelfde geldt voor Lindner, die vorige week donderdag bij het praatprogramma Maybrit Illner opeens liet weten dat hij zich een Europees prijsplafond wél kan inbeelden. De Duitse roep om Europese solidariteit stuit vooral de Zuid-Europese landen voor de borst – in onder meer Rome en Athene is men niet vergeten dat men van onder meer Duitsland flink moest besparen tijdens de eurocrisis. Nu is het aan Duitsland zelf om op te draaien voor zijn foute energie- en Ruslandstrategie uit het verleden, klinkt het.

In ieder geval lijken de geesten in Duitsland min of meer te rijpen. Hoewel laat, is dat een belangrijke wending. Want wegens de goedgevulde gasvoorraden in de Europese Unie gaat men er stilaan van uit dat de lidstaten de komende winter relatief goed zullen doorstaan. Maar nadien moet men opnieuw op zoek naar gas – en ditmaal zal de goedkope versie uit Rusland nauwelijks tot niet beschikbaar zijn. Groepsaankopen en prijsplafond naar Belgisch model kunnen het leed in ieder geval mee verzachten. Afwachten of Duitsland alsnog mee op de kar springt.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content