Bush Sr. werd op 12 juni 1924 geboren in Milton, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Hij was de zoon van Dorothy en Prescott Bush, een bankier die gedurende tien jaar (van 1952 tot 1962) ook senator was voor de staat Connecticut.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij piloot bij de marine. Hij vloog 58 missies en werd daarvoor onderscheiden met het Distinguished Flying Cross.

In januari 1945 stapte hij in het huwelijksbootje met Barbara Pierce. Het koppel kreeg zes kinderen: George, Robin, John (beter gekend als Jeb), Neil, Marvin en Dorothy.

Na de oorlog ging hij economie studeren aan de Yale Universiteit. Hij behaalde zijn diploma in 1948. Daarop vertrok samen met zijn vrouw naar Texas, waar hij miljonair werd dankzij zijn handel in olieconcessies.

Bush had zich intussen opgewerkt binnen de Republikeinse partij en raakte tot twee maal toe verkozen in het huis van Afgevaardigden (in 1966 en 1968). Hij kwam ook twee maal op voor de senaat (in 1964 en 1970), maar telkens zonder succes.

President Richard Nixon benoemde hem in 1971 tot ambassadeur van de Verenigde Naties. Twee jaar later overtuigde diezelfde Nixon hem om voorzitter te worden van de Republikeinse partij. Toen Ford aan het bewind kwam, werd Bush benoemd tot Amerikaans ambassadeur in China. Hij bleef een jaar lang in de Volksrepubliek en werd daarna hoofd van de inlichtingendienst CIA, die toen sterk aan moreel gezag ingeboet had als gevolg van de Watergate-affaire. Bush bleef de CIA leiden totdat Carter president werd.

Daarna richtte hij zich op de presidentsverkiezingen van 1980. Tijdens de Republikeinse voorverkiezingen moest hij het afleggen tegen Ronald Reagan. Maar die koos Bush wel als zijn 'running mate', en zo werd hij vanaf 1981 acht jaar lang vice-president van de VS.

In 1988 besloot hij om nogmaals naar het hoogste ambt te dingen. Deze keer haalde hij de Republikeinse nominatie wél binnen. Bush ontpopte zich tijdens de verkiezingscampagne als een vechter, en bewees zo dat hij meer was dan het hulpje van Reagan. Hij schuwde de confrontatie niet en velen dachten zelfs dat hij de Democratische kandidaat Michael Dukakis te hard aanpakte. Maar Bush slaagde er wel in om de verkiezingen te winnen.

Barack Obama en George H.W. Bush © Reuters

Bush' beleid viel samen met het einde van de Koude Oorlog en de democratisering van het Oostblok. Het zorgde voor een euforische sfeer in de internationale betrekkingen. Het motiveerde Bush om voluit de kaart van de vrijhandel en democratisering te kiezen.Toch deinsde hij niet terug voor militaire acties. In december 1989 viel hij Panama binnen, om een eind te maken aan het corrupte regime van Manuel Noriega, die de veiligheid van de Amerikaanse burgers in de omgeving van het Panamakanaal in gevaar had gebracht.

Maar het presidentschap van Bush wordt voor velen, vooral buiten de VS, vereenzelvigd met de Golfoorlog. Toen de Iraakse leider Saddam Hoessein op 2 augustus 1990 Koeweit binnenviel, reageerde Bush snel. Samen met zijn minister van Buitenlandse Zaken James Addison Baker smeedde hij een brede internationale alliantie. Zelfs rivaliserende Arabische staten als Syrië en Egypte schaarden zich aan zijn zijde. Met de steun van de VN-veiligheidsraad werd Irak binnengevallen en de snelle overwinning op het Iraakse leger bezorgde Bush tijdelijk een enorme populariteit.

Maar op binnenlands vlak verliep het minder vlot. Dat was vooral een gevolg van de economische recessie waarin de VS verzeild was geraakt. Hij voerde strenge bezuinigingsmaatregelen door, in een poging om het begrotingstekort binnen de perken te houden. Bovendien kon hij zijn verkiezingsbelofte, om geen nieuwe belasting te heffen ('Read my lips: no new taxes'), niet waarmaken.

De 41ste president werd vaak verweten te veel aandacht te hebben voor het buitenland en de binnenlandse, economische problemen te verwaarlozen. Onder de slogan 'It's the economy, stupid' speelde Bill Clinton daarop in, tijdens de presidentsverkiezingen van 1992. Het werkte, want Bush werd verslagen door zijn Democratische tegenstander.

Bill Clinton en George H.W. Bush © Reuters

Na die verkiezingsnederlaag trok Bush zich terug uit het openbaar leven. Toch dook hij nog regelmatig op in het nieuws. In 1993, bijvoorbeeld. Toen werd er met een autobom een aanslag op zijn leven gepleegd, tijdens een bezoek aan Koeweit. Maar de plaatselijke veiligheidsdiensten slaagden erin de poging te verijdelen.

Met de meest recente verkiezingen, toen Hillary Clinton het opnam tegen Donald Trump, kwam Bush Sr. eveneens in het nieuws. Hij weigerde net als zijn zoon om zijn steun uit te spreken voor Trump, die het in een bitsige campagne opnam tegen Jeb Bush. Het zou de eerste keer zijn geweest dat Bush I zich niet achter een Republikein schaarde. Volgens geruchten zou de oud-president zelfs voor Hillary Clinton gestemd hebben, maar dat werd niet bevestigd.

Ook in het kader van de #MeToo-beweging kwam Bush, dit keer niet al te positief, in de spotlight te staan. Zo beschuldigde een actrice hem van onzedig gedrag tijdens een ontmoeting jaren eerder. Bush verontschuldigde zich voor zijn gedrag.

De oud-president leende zijn gezicht ook af en toe nog aan het goede doel. Zo was hij in 2017 nog met alle andere nog levende Amerikaanse presidenten te zien in een reclameboodschap voor een geldinzamelingscampagne ten voordele van de slachtoffers van tropische storm Harvey.

George H.W. Bush kampte de laatste jaren met verschillende gezondheidsproblemen. Zo werd hij verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis, onder meer met longproblemen en een gebroken halswervel.

Op 17 april 2018 overleed Barbara Bush, met wie Bush 73 jaar getrouwd was, op 92-jarige leeftijd. Ze sukkelde al lang met haar gezondheid en had twee dagen eerder beslist om zich niet verder medisch te laten behandelen en zich te beperken tot comfortverzorging. Volgens CNN werd ze behandeld voor COPD (chronic obstructive pulmonary disease), een chronisch obstructieve longziekte. Enkele maanden na het overlijden van zijn echtgenote, is de voormalige president op 1 december 2018 gestorven.

George H.W. Bush © Reuters