De Amerikaan Warren Stephens ontpopte zich de afgelopen jaren tot een belangrijke politieke donor. Tijdens de laatste federale verkiezingscylus had hij meer dan dertien miljard dollar veil voor conservatieve organisaties en kandidaten, waarmee hij de achtste grootste Republikeinse weldoener van die verkiezingen werd. Stephens bekampte met zijn donaties de presidentscampagne van Donald Trump, en stopte anti-Trumpgroeperingen miljoenen dollars toe.
...

De Amerikaan Warren Stephens ontpopte zich de afgelopen jaren tot een belangrijke politieke donor. Tijdens de laatste federale verkiezingscylus had hij meer dan dertien miljard dollar veil voor conservatieve organisaties en kandidaten, waarmee hij de achtste grootste Republikeinse weldoener van die verkiezingen werd. Stephens bekampte met zijn donaties de presidentscampagne van Donald Trump, en stopte anti-Trumpgroeperingen miljoenen dollars toe. Hij gaf ook geld aan organisaties die het opnamen tegen het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB), een orgaan dat met de steun van de regering-Obama werd opgericht in de nasleep van de financiële crisis van 2008 en dat de belangen van consumenten moest bewaken. Tijdens het campagneseizoen van 2016 doneerde Stephens meer dan drie miljoen dollar aan de Club for Growth, een conservatieve lobbygroep die druk zette op het Congres om de macht van de CFPB terug te schroeven. Stephens werd, ook in 2016, de financiële campagnemanager voor French Hill, een Republikeins Congreslid dat zich een fel tegenstander van de CFPB had getoond.Stephens aversie voor de CFPB had persoonlijke financiële motieven: hij was aandeelhouder van het moederbedrijf van kredietverstrekker Integrity Advance, dat volgens de CFBP duizenden mensen oplichtte met kleine leningen tegen woekerrentes. Om zijn aandeelhouderschap te verbergen, zette de miljardair een groep trusts op tussen zijn imperium en het moederbedrijf. De banden tussen Stephens en Integrity Advance worden echter blootgelegd door een grootschalig lek van documenten bij advocatenkantoor Appleby, gespecialiseerd in offshore dienstverlening. Bijna 7 miljoen documenten belandden bij de Duitse krant Süddeutsche Zeitung, die ze deelde met het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ).Flitskredieten stonden al ter discussie lang voor Stephens zich in de industrie inwerkte. Verstrekkers van flitskredieten schrijven kleine leningen uit - vaak voor bedragen van 500 dollar of minder - aan mensen die snel geld nodig hebben. Regulatoren van verschillende Amerikaanse staten kloegen al langer dat veel flitskredietverstrekkers hun klanten in een cyclus van te dure schulden opsloten. Veel bedrijven deden op hun beurt pogingen om onderzoek door de autoriteiten te voorkomen, door commerciële banken en zelfs indianenstammen als mantelorganisatie te laten optreden.Eind 2011 contacteerden vertegenwoordigers van Stephens en zijn zakenpartner James Carnes het advocatenkantoor Appleby, met de vraag om twee offshore vestigingen op te zetten voor een onderneming in kleine leningen: Integrity Advance. Gelekte documenten tonen aan dat Stephens en Carnes mede-eigenaars waren van Hayfield Investment Partners, het moederbedrijf van Integrity Advance. De twee werden in de documenten beschreven als 'de twee belangrijkste bestuurders' van Hayfield. Tegen 2012 zou Stephens meer dan een derde van Hayfields aandelen in portefeuille hebben.Via drie trusts, die meer dan dertien miljoen dollar in Hayfield stopten, investeerde Stephens in de kredietonderneming, zo blijkt uit het gegevenslek. Twee andere investeringsfondsen die hun adres delen met de zakenbank van Stephens, Stephens Inc., investeerden nog eens 1,7 miljoen.Integrity Advance kreeg al snel af te rekenen met klachten uit alle uithoeken van de VS. Tegen november 2012 had het bedrijf al een administratief verbod gekregen van regulatoren in de staten Connecticut, Kentucky, Illinois, Mississippi, en South Carolina. Een rechtbank uit Minnesota veroordeelde Integrity Advance tot 8 miljoen dollar aan boetes en schadevergoedingen. Het bedrijf had, volgens de rechtbank, 'enkele van de financieel zwakste burgers van de staat als doelwit' en had daarbij rentes tot 1.369 percent gehanteerd. De werkwijze kwam hierop neer: klanten vonden Integrity Advance via het internet, leenden een kleine som geld, en zagen niet veel later grote bedragen van hun bankrekeningen gehaald worden voor interesten en servicekosten. Na enkele maanden liepen die kosten vaak op tot een bedrag dat veel hoger lag dan de originele lening. Uiteindelijk zouden de praktijken van Integrity Advance over het hele land onder vuur komen te liggen. In januari 2013 stuurde het federaal agentschap CFBP een brief waarin om verduidelijking van Integrity's kredietpolitiek werd gevraagd. Enkele weken eerder hadden Stephens en Carnes grote delen van Hayfield verkocht aan EZCORP, gespecialiseerd in leningen met onderpand. In de periode voor de verkoop trachtte Hayfield zich een weg te banen in een nieuwe trend binnen de flitskredieten, zo blijkt eveneens uit de gelekte documenten. In 2011 en 2012 overlegde het advocatenkantoor met Hayfield over offshore bedrijven die consultancydiensten moesten leveren aan indianenstammen die zich in de kredietwereld willen wagen. Volgens een memo van Appleby zou de eerste klant de Turtle Mountain Band of Chippewa Indians geweest zijn, een stam uit het noorden van North Dakota. Uit de documenten is niet op te maken of ooit effectief samenwerkingen zijn opgezet met de Turtle Mountain Band of een andere stam, maar over de structuur van het zakenplan bestaat wel duidelijkheid. Carnes en Stephens zouden daarbij twee offshore vennootschappen opzetten: Black Oak Consulting op de Britse Maagdeneilanden, gekend voor hun bankgeheim, en Rustic Hill Advisors op het kleine belastingparadijs Man, een eiland tussen Engeland en Noord-Ierland. De twee vennootschappen moesten de eigendom van de consultancygroep, Hayfield Investment Partners, verbergen. Op het moment dat de CFBP haar onderzoek naar Integrity Advance startte, was het agentschap uitgegroeid tot de nagel aan de doodskist van financiële handelsgroeperingen, die hun Republikeinse bondgenoten inschakelden om de waakhond klein te krijgen als onderdeel van een bredere strategie om de regulering uit het Obama-tijdperk weg te werken. Ook voor Stephens werd de CFBP nu een doorn in het oog, maar door zijn banden met politiek Amerika had de zakenman de juiste relaties om het agentschap te bestoken. Het CFBP eiste begin 2013 ook dat Integrity Advance een lijst zou overmaken met de namen van iedereen die meer dan vijf procent van het bedrijf in handen had. Op de lijst die het agentschap als antwoord kreeg, ontbrak een naam: die van Warren Stephens. Daardoor bleef Stephens buiten schot in de gerechtelijke procedure die CFBP startte tegen Integrity Advance. Uit de gelekte documenten blijkt nu onmiskenbaar hoe Stephens, die via zijn politiek netwerk druk kan zetten op de CFBP, mede-eigenaar is van een bedrijf dat door dat agentschap onderzocht werd. De samenwerking met Appleby toont ook aan hoe Stephens zijn banden met het bedrijf probeerde te verdoezelen door een structuur van trusts en offshore vennootschappen.Stephens en Carnes reageerden niet.Auteur: Spencer Woodman / ICIJ. Vertaling en bewerking: Stavros Kelepouris.