Parijs, 7 januari 2015. Twee geradicaliseerde moslims dringen het gebouw van het Franse satirische blad Charlie Hebdo binnen en schieten negen redactieleden neer. Frankrijk en de rest van de wereld reageren geschokt. 'Nachten heb ik er niet goed van geslapen', zegt filosofe Tinneke Beeckman. 'Niet alleen omdat er bij die aanslag zo veel mensen zijn gedood, maar ook omdat uit de reacties een grote maatschappelijke vertwijfeling sprak. Daarom heb ik die gebeurtenissen gebruikt als uitgangspunt voor het boek over de invloed van het postmoderne denken op onze samenleving waar ik aan bezig was.' Dat boek, Macht en onmacht, ligt nu in de winkel. Aan de hand van de aanslagen in Parijs verkent Beeckman de oorzaken van het grote gevoel van machteloosheid waar zo veel mensen vandaag mee kampen. 'De ophef rond de aanslagen toont aan dat de idealen van de verlichting, zoals het streven naar waarheid en gelijkheid, in onbruik zijn geraakt', zegt Beeckman. 'Die gebeurtenissen hebben in Frankrijk voor grote verdeeldheid gezorgd. Lang niet iedereen zei Je suis Charlie. Er waren ook veel jongeren die zich verbonden voelden met de daders, de broers Kouachi. Bovendien staken er al snel complottheorieën de kop op. Daaruit blijkt dat er veel burgers zijn die de overheid niet meer kan bereiken.'
...

Parijs, 7 januari 2015. Twee geradicaliseerde moslims dringen het gebouw van het Franse satirische blad Charlie Hebdo binnen en schieten negen redactieleden neer. Frankrijk en de rest van de wereld reageren geschokt. 'Nachten heb ik er niet goed van geslapen', zegt filosofe Tinneke Beeckman. 'Niet alleen omdat er bij die aanslag zo veel mensen zijn gedood, maar ook omdat uit de reacties een grote maatschappelijke vertwijfeling sprak. Daarom heb ik die gebeurtenissen gebruikt als uitgangspunt voor het boek over de invloed van het postmoderne denken op onze samenleving waar ik aan bezig was.' Dat boek, Macht en onmacht, ligt nu in de winkel. Aan de hand van de aanslagen in Parijs verkent Beeckman de oorzaken van het grote gevoel van machteloosheid waar zo veel mensen vandaag mee kampen. 'De ophef rond de aanslagen toont aan dat de idealen van de verlichting, zoals het streven naar waarheid en gelijkheid, in onbruik zijn geraakt', zegt Beeckman. 'Die gebeurtenissen hebben in Frankrijk voor grote verdeeldheid gezorgd. Lang niet iedereen zei Je suis Charlie. Er waren ook veel jongeren die zich verbonden voelden met de daders, de broers Kouachi. Bovendien staken er al snel complottheorieën de kop op. Daaruit blijkt dat er veel burgers zijn die de overheid niet meer kan bereiken.' TINNEKE BEECKMAN: Veel mensen zijn heel argwanend geworden. Dat heeft onder meer te maken met de internationale politiek van het Westen. Bij ons dragen politici democratie hoog in het vaandel, maar elders in de wereld steunen ze regimes die helemaal niet democratisch zijn. Op dat vlak kampt het Westen niet alleen met een geloofwaardigheidsprobleem, maar ook met een waarheidsprobleem. Denk maar aan de leugens over massavernietigingswapens die in 2003 tot de inval in Irak hebben geleid. Er werd toen beweerd dat de inlichtingendiensten bewijsmateriaal hadden voor Saddam Hoesseins bedreigende wapenarsenaal, maar dat bleek later helemaal niet te kloppen. Toch werden de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Tony Blair daarna herkozen. Zoiets draagt bij tot de groeiende kloof in de samenleving. BEECKMAN: Zeker. Na de aanslagen in Madrid in 2004 slaagde de Spaanse regering er zelfs niet in om de mensen een paar dagen lang te laten geloven dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA verantwoordelijk was. Al snel bleek het om een vergelding te gaan voor de deelname van Spanje aan de oorlog in Irak. Het internet heeft soms een erg positieve, democratische werking, maar het kan ook worden ingezet om onwaarheden te verspreiden: er staan complottheorieën op die vaak heel populair zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die in complotten geloven meestal veel meer moeite en tijd besteden aan het verspreiden van hun boodschap dan wetenschappers of andere specialisten die ze kunnen ontkrachten. Zo werd na de aanslagen op Charlie Hebdo beweerd dat het opgezet spel was om moslims valselijk te beschuldigen en de islam in diskrediet te brengen. Een ander tekenend voorbeeld was de dood van prinses Diana: sommigen waren ervan overtuigd dat ze niet was verongelukt maar werd vermoord door de Britse geheime diensten. Dat zo veel mensen in zulke complottheorieën geloven, gaat samen met de postmoderne opvatting over kritisch denken die vanuit argwaan vertrekt: mensen denken dat er achter de schijn altijd andere motieven en structuren schuilgaan. Dat wordt nog versterkt door het afgenomen vertrouwen in de politiek en de media. BEECKMAN: Ja. Zeker als zo'n complottheorie op hun eigen overtuiging inspeelt. Als je een voorstander bent van de monarchie, zul je bijvoorbeeld niet snel geneigd zijn om te geloven dat het Britse koningshuis iets met de dood van prinses Diana te maken heeft. Ook de verschillende verklaringen voor de aanslag op Charlie Hebdo getuigen van de angsten en overtuigingen van degenen die ze lanceerden. Volgens de extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen waren het de Franse geheime diensten die achter de aanslagen zaten, en jongeren in de banlieues beschuldigden de CIA of de Mossad. Maar voor alle duidelijkheid: niet elke complottheorie is bij voorbaat fout. Onderzoeksjournalisten zoals Bob Woodward en Carl Bernstein, die het Watergate-schandaal blootlegden, werden ook een tijdlang als complotdenkers beschouwd. Maar zij konden uiteindelijk wel bewijsmateriaal op tafel leggen om hun theorie te staven. BEECKMAN: Ja, maar dan wel op voorwaarde dat ze hun analyses op juiste feiten baseren. Dat was net het doel van de postmoderne wetenschapskritiek: door erop te wijzen dat niemand neutraal is, zouden we dichter bij de echte feiten kunnen komen. Maar in de praktijk is het resultaat dat mensen niet meer kunnen aanvaarden dat er vaststaande, wetenschappelijk bewezen feiten zijn. Alles wordt tegenwoordig in twijfel getrokken. Neem de klimaatopwarming: wetenschappers zijn er al lang van overtuigd dat menselijke activiteiten een vernietigend effect hebben op het leefmilieu. Toch doen velen alsof dat maar een mening is. Begin dit jaar nog was er in de Verenigde Staten een Republikeinse senator die een sneeuwbal in zijn hand hield om te bewijzen dat de klimaatverandering een grote leugen is. Alsof een handvol sneeuw volstaat als empirisch bewijs. Zoiets wordt dan gebruikt als excuus om niets aan het probleem te hoeven doen. BEECKMAN: Sommige ideeën zijn nu eenmaal beter dan andere, en er worden ook meningen verkondigd die manifest onjuist zijn. Het is heel belangrijk om dat onderscheid te maken. Als mensen zich op verkeerde informatie baseren, heeft dat ook politieke gevolgen. Er moet dus een consensus bestaan over de feiten waaruit we vertrekken. Wel kunnen we dan discussiëren over de manier waarop we de problemen het best aanpakken. BEECKMAN: Omdat veel mensen overtuigd zijn van hun eigen grote gelijk, en niet tot zelfkritiek in staat zijn. Nochtans is het belangrijk om onder ogen te zien dat je jezelf niet mag bedriegen, want alleen dan kun je weten hoe je moet handelen. Natuurlijk is het gemakkelijker om te blijven geloven dat de aarde niet opwarmt, want dan hoef je je leven niet te veranderen. Maar als je niet wilt dat de problemen op langere termijn escaleren, moet je de feiten onder ogen durven te zien. Dat betekent in de praktijk dat je kritisch moet staan tegenover de beweringen van fundamentalisten, terroristen, lobbygroepen en anderen die het niet al te nauw nemen met de waarheid. Alleen dan kun je de sterke burger zijn die een democratie nodig heeft. Anders word je heel makkelijk de speelbal van anderen, en dat vergroot het gevoel van onmacht alleen maar. BEECKMAN: Die zijn er nog wel. Alleen moet je goed kijken om ze te ontdekken, want ze lijken in niets meer op figuren zoals Odysseus of Alexander de Grote. In mijn boek citeer ik de filosofe Susan Neiman, die een aantal eigentijdse helden opsomt. Een van hen is Daniel Ellsberg: een voormalige hooggeplaatste militaire analist die in de jaren zeventig de Pentagon Papers vrijgaf. Die geheime militaire documenten bewezen hoe cynisch en dodelijk de Amerikaanse oorlog in Vietnam was. Vandaag wordt de jonge Edward Snowden met Ellsberg vergeleken: beiden begonnen als trouwe patriotten voor de overheid te werken, tot ze hun geweten niet meer in overeenstemming konden brengen met de cynische machtspolitiek. Veel helden van vandaag zijn klokkenluiders. BEECKMAN: Dat klopt. Vaak wordt beweerd dat zulke jongeren om sociaaleconomische redenen radicaliseren. Door de hoge werkloosheid onder allochtonen, kansarmoede en schooluitval zouden ze geen toekomst meer zien in de samenleving, en zouden ze zich ervan afkeren. Discriminatie vanaf de schooltijd en op de werkvloer zou niet alleen de voedingsbodem voor fundamentalisme zijn, maar ook de directe oorzaak ervan. Dat was ook een vaak gehoorde uitleg na de aanslagen op de redactieleden van Charlie Hebdo. Die analyse veronderstelt dat de keuze voor een radicaal religieus wereldbeeld in werkelijkheid niet-religieuze motieven verbergt. Al beseft de betrokkene dat zelf niet: hij of zij zoekt heil in het geloof, maar wil eigenlijk gewoon een baan, een iPhone, een huis, een mooie auto. Kortom, iedere persoon die in het Westen woont, verlangt wat andere westerlingen willen. Dat is wel een erg optimistisch beeld. BEECKMAN: Natuurlijk. Als radicalisering louter aan sociaaleconomische factoren ligt, kan de overheid er iets aan doen. Door het beleid op het vlak van onder meer onderwijs en werkgelegenheid aan te passen, kun je de democratie behoeden voor gewelddadige acties. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Dat blijkt alleen al uit het feit dat nogal wat geradicaliseerde jongeren helemaal niet uit de onderste lagen van de samenleving komen. Osama Bin Laden was ook een telg van een heel rijke familie, en de daders van de aanslagen van 9/11 waren mensen die gestudeerd hadden en alle kansen hadden om een job te vinden. Maar dat volstaat duidelijk niet. Ik ontken niet dat sociaaleconomische factoren een rol spelen bij radicalisering, maar ze zijn zeker niet de belangrijkste oorzaak. BEECKMAN: De ideeënstrijd die aan de gang is. Zo is er een fundamenteel verschil tussen een democratische samenleving en een samenleving waarin religie de politiek bepaalt. Democratie vertrekt vanuit gelijkheid: tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen, machthebbers en onderdanen. In het Westen hebben we een lange weg afgelegd om daartoe te komen, maar nu is die gelijkheid in principe verworven en kunnen we ons amper nog voorstellen dat niet iedereen er zo over denkt. Nochtans zijn er in onze samenleving steeds meer religieuze mensen - vooral moslims -, en een strenge interpretatie van godsdienst is per definitie op hiërarchie gebaseerd. Streng gelovige mensen gaan ervan uit dat onze wereld gestructureerd wordt door een god en dat ouders boven hun kinderen staan, mannen boven vrouwen, en machthebbers boven hun onderdanen. Geen enkel individu heeft het recht om die orde te veranderen, want dat gaat het menselijke te boven. Maar daar wordt meestal over gezwegen, omdat elke vorm van kritiek op de islam meteen als islamofobie wordt weggezet. Als je er iets over zegt, of als je - zoals Charlie Hebdo - de profeet afbeeldt, spuw je als het ware op een zwakkere groep die zich niet kan verdedigen. Omdat ze niet blank is, niet tot de middenklasse behoort, kolonialisme heeft meegemaakt enzovoort. Voor je het weet, zit je in een discours van slachtoffers en daders. Dat maakt een echte analyse haast onmogelijk, zeker voor de politieke linkerzijde. Dus blijft iedereen maar herhalen dat alles kan worden opgelost door die radicale jongeren een behoorlijke baan te geven. Ik denk dat die visie op termijn zal veranderen. Of beter: dat hoop ik. BEECKMAN: Niet op dezelfde manier. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker om kritisch te zijn ten opzichte van de blanke middenklasse. De zondag na de aanslagen stroomden de straten van Parijs en andere Franse steden vol met burgers die hun ontzetting wilden uitdrukken. Maar volgens historicus en antropoloog Emmanuel Todd was die marche républicaine een teken dat miljoenen Fransen de straat waren opgegaan om 'te spuwen op de godsdienst van de zwakkeren'. Hij had het ook over zombiekatholieken, die hun geloof niet meer belijden maar er wel een diepe conservatieve reflex aan hebben overgehouden. Dat kan zomaar: als je tegen de middenklasse schopt, gebeurt er heel weinig. Behalve dan dat iedereen je wil interviewen. Maar raak aan de islam, en je riskeert problemen. Zo werden de journalisten van het Franse tijdschrift Marianne die een nummer maakten over de invloed van de islam op sommige lokale politici met de dood bedreigd. BEECKMAN: Nee, want dan komen we op een glijdende schaal terecht. Stel dat we beslissen om de profeet niet meer af te beelden omdat we daar moslims mee beledigen en het risico lopen op gewelddadige reacties. Dat lijkt simpel. Alleen zal het daar niet bij stoppen, en zullen we almaar meer moeten toegeven. De bedreiging van de journalisten van Marianne toont aan dat we dan op den duur helemaal niet meer kritisch over moslimfundamentalisme zullen mogen berichten. BEECKMAN: Eigenlijk wel. Dat is niet zo vreemd: volgens Machiavelli en Spinoza gaan mensen conflicten vermijden als ze al heel lang in vrede leven. Dan zijn ze niet meer gewend om voor hun ideeën te strijden en worden ze lui en zelfgenoegzaam. Ze bekommeren zich alleen nog om hun eigen welvaart en welzijn, en vergeten hoe belangrijk ideeën zijn voor een vrije democratie. Dat is wat we nu in het Westen zien gebeuren. Als het aantal incidenten en conflicten toeneemt, hoeft dat dus niet te betekenen dat we nog meer gaan zwijgen uit angst voor represailles. Integendeel, dan zullen westerlingen misschien net geneigd zijn om de confrontatie aan te gaan. BEECKMAN: De jaren dertig waren een heel belangrijk moment in onze geschiedenis, en die bekommernis is dus terecht. Maar de geschiedenis herhaalt zich nooit helemaal op dezelfde manier. Het zou dus best kunnen dat het nazisme van kant is veranderd: misschien zit het totalitarisme niet bij degenen die het moeilijk hebben met de islam, maar net bij de mensen die de broers Kouachi en compagnie inspirerend vinden. Net als de nazi's destijds zijn moslimextremisten totaal onverdraagzaam tegenover mensen die anders denken, en willen ze tegenstanders om ideologische redenen uitmoorden. In mijn ogen is dat behoorlijk totalitair. Het gevaar voor de democratie komt dus uit vele hoeken.