Een vluchtige blik op de kaarten van Latijns-Amerika in januari 2009 en 2019 volstaat om het volgende op te merken: tien jaar geleden kleurde het hele continent progressief links, met uitzondering van Colombia en Peru. Vandaag hebben de conservatieve, rechtse en extreemrechtse regimes bijna het hele continent heroverd, met uitzondering van Bolivia in het midden en, helemaal bovenaan, Venezuela, Guyana en Suriname. De droom van de Amerikaanse conservatieven, eindelijk komaf te kunnen maken met de Latijnse 'as van het kwaad' (Cuba, Nicaragua en Venezuela) lijkt heel snel dichterbij te komen. Dan zal het gevaar van een nieuwe revolutionaire golf waarschijnlijk voor lange tijd bezworen zijn, met als niet onbelangrijke bonus de controle over zo'n 20% van de olievoorraad van de wereld.

Het is bijzonder verontrustend dat ook de belangrijkste westerse landen blijven zwijgen over Venezuela.

Wat Venezuela betreft heeft het tientallen jaren geduurd vóór de oppositie -van uiterst rechts tot centrumrechtse traditionele partijen- zich heeft kunnen verenigen in één grote beweging met als eerste en voorlopig enige concrete actiepunt de afzetting van de huidige president Nicolàs Maduro. De Volkswil (Voluntad Popular) van Juan Guaidó noemt zichzelf een centrumpartij, maar wordt door tegenstanders als extreemrechts beschouwd.

Dit succes is er niet onverwacht en als bij toeval gekomen, maar als het gevolg van een toenemende ontevredenheid onder de bevolking. Uiteraard eerst bij de verliezers van de Bolivariaanse revolutie van Hugo Chavez, de burgerij en de middenstand, met als belangrijke bondgenoot de groeiende en steeds beter georganiseerde diaspora van vluchtelingen naar de USA -onder meer naar Florida- waar de Cubaanse ballingen al twee generaties lang op de val of ineenstorting van het Cubaanse regime wachten en intussen een belangrijke niche in het rechtse Amerikaanse politieke bestel veroverd hebben.

Maar -en hier wringt het progressieve schoentje- deze individuen en groepen uit de oppositie hadden hun succes waarschijnlijk nooit kunnen bereiken zonder de medewerking van medeburgers uit het kamp van Chavez en Maduro die in toenemende mate oren hadden voor de klachten over de corruptie, het steeds meer verkrampte autoritarisme en het economische wanbeleid van de linkse regering.

Men kan dit laatste terecht voor een deel wijten aan de ineenstorting van de olieprijs en het embargo door de Verenigde Staten, maar dat verklaart de chaos slechts gedeeltelijk. Wanneer het regime de mensenrechten van leden van de oppositie schond en steeds meer naar gewelddadige maatregelen greep om de onrust te bestrijden hadden wij -die deze revolutie met haar radicale sociale programma's ten voordele van de 'verworpenen der aarde' uiteraard steunden- hen erop moeten wijzen dat die repressie op termijn alle positieve bijdragen -en het waren er vele- zal verdringen, tot de aanvankelijk loze eis tot 'vrijheid' (voor de vroegere gepriviligieerden) op termijn alle andere slogans zou overstemmen. We hadden -op basis van de smadelijke implosie van de regimes van het 'reëel bestaande socialisme'- moeten weten en luid verkondigen dat niet iedereen die tegen een bepaalde politieke maatregel protesteert een klassenvijand in dienst van het imperialisme is en als zodanig moet worden vervolgd.

Nieuwe menselijke catastrofe

Dit betekent uiteraard niet dat de ijver waarmee president Trump en zijn medewerkers hun onvoorwaardelijke steun aan de leider van de oppositie geven ook maar iets met de keuze voor mensenrechten en democratie te maken heeft. Indien dit de reden was hadden ze zich reeds lang met andere regimes, waaronder veel van hun bondgenoten, kunnen bemoeien. Indien de inspanningen van Mexico en Chili -die alsnog proberen een gewapende invasie door de VS en een bijeengeraapte 'coalitie van de welwillenden' tegen te houden- om op basis van open onderhandelingen tot een oplossing van de crisis te komen mislukken, worden we na Afghanistan, Irak en Libië met een nieuwe menselijke catastrofe en politieke machtsgreep geconfronteerd.

Wat daarbovenop bijzonder verontrustend is, is het stilzwijgen -of is het de instemming- van de belangrijkste westerse landen. Het wordt daarom ook bij ons de hoogste tijd voor petities, acties en betogingen tégen deze onzalige en onrechtvaardige geplande invasie. Dat ons democratische engagement door geëxalteerde zwart-witdenkers als onvoorwaardelijke steun aan het huidige regime zal worden uitgelegd moeten we er maar bij nemen. Wanneer ook wij de mond houden lijkt het niet alleen alsof we medeplichtig zijn, maar dan zijn we dat ook in werkelijkheid.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.