Op Koh Pich (Diamanteiland), vlak bij de hoofdstad Phnom Penh, geniet de jeugd van een vrije dag in de vele restaurantjes die uitkijken op de machtige Mekong. Dat gaat gepaard met lekker eten, ijskoud bier en veel te luide muziek. Op 23 oktober wordt in Cambodja de Paris Peace Agreements Day gevierd, een officiële feestdag genoemd naar de akkoorden die in 1991 een einde maakten aan een donker tijdperk van dictatuur, massamoord en burgeroorlog. De Verenigde Naties namen het land van The Killing Fields tijdelijk over en wilden een modelstaat bouwen waar vrede, democratie en mensenrechten zouden zegevieren. Dat was althans de bedoeling.
...

Op Koh Pich (Diamanteiland), vlak bij de hoofdstad Phnom Penh, geniet de jeugd van een vrije dag in de vele restaurantjes die uitkijken op de machtige Mekong. Dat gaat gepaard met lekker eten, ijskoud bier en veel te luide muziek. Op 23 oktober wordt in Cambodja de Paris Peace Agreements Day gevierd, een officiële feestdag genoemd naar de akkoorden die in 1991 een einde maakten aan een donker tijdperk van dictatuur, massamoord en burgeroorlog. De Verenigde Naties namen het land van The Killing Fields tijdelijk over en wilden een modelstaat bouwen waar vrede, democratie en mensenrechten zouden zegevieren. Dat was althans de bedoeling. Het enthousiasme is bekoeld. Een kwarteeuw later schrappen steeds meer bedrijven, scholen en andere instellingen deze herdenkingsdag uit hun feestkalender. Op 23 oktober is een requiem beter gepast dan de vrolijke popdeuntjes van Koh Pich, want Hun Sen, al tweeëndertig jaar de eerste minister van Cambodja én medeondertekenaar van de vredesakkoorden in Parijs, is eigenhandig bezig de laatste resten van de democratie te begraven. Het grootse en kostelijke bouwproject van de VN is op een spectaculaire mislukking uitgedraaid. De gespendeerde miljarden hebben weinig anders gedaan dan een corrupte elite in stand houden, terwijl de overige Cambodjanen nog altijd tot de armste Aziaten behoren. Dat het Zuidoost-Aziatische koninkrijk nooit de gedroomde democratie geworden is, was al langer duidelijk, maar nu glijdt het af naar een openlijke dictatuur. Nog nooit werden rechten en vrijheden zo agressief aangepakt als de laatste weken. Begin september moest de kritische krant Cambodia Daily - een van de weinige media die niet door de regering werden gecontroleerd - haar deuren sluiten. Tegelijkertijd verdween oppositieleider Kem Sokha achter de tralies. Zijn Cambodia National Rescue Party (CNRP), die elk moment kan worden verboden, was de enige partij die de Cambodian People's Party (CPP) van Hun Sen kon bedreigen. De helft van de CNRP-parlementsleden heeft het land ontvlucht. Opgeruimd staat netjes, denkt Hun Sen, want die hinderlijke oppositie zou de stembusgang van juli 2018 alleen maar verstoren. In 2013 had zijn CPP de verkiezingen bijna verloren. Omdat Hun Sen een nieuwe afdwaling van zijn kiesvee wil verhinderen, wordt de oppositie nu monddood gemaakt. Men wordt niet 's werelds langst regerende premier door blind op zijn kiezers te vertrouwen. Het moet een vreemde handdruk geweest zijn, die van premier Hun Sen en ex-premier Herman Van Rompuy. De voormalige voorzitter van de Europese Raad bracht in oktober vijf dagen in Cambodja door als goodwillambassadeur voor VVOB, een Vlaamse ngo die in Azië, Afrika en Zuid-Amerika werkt aan de verbetering van het onderwijs. De naam Van Rompuy doet in Zuidoost-Azië nog steeds deuren opengaan, ook die van het kabinet van Hun Sen. De ex-politicus is diplomatisch als hij het over de ontmoeting heeft: 'We hebben vooral over onderwijs gesproken, als sleutel voor economische groei. Ik heb kort iets gezegd over de toekomst van de democratie, maar het is een moeilijke oefening. Ik heb niet langer een politiek mandaat om iemand de les te lezen, en ik wil niet dat de ngo die ik vertegenwoordig de dag na mijn bezoek het land wordt uitgewezen.' Het contrast tussen Hun Sen en Herman Van Rompuy kan niet groter zijn. In een toespraak voor 20.000 textielarbeidsters noemde de eerste de vredesakkoorden van Parijs 'een dode vis in het water', en hij voegde eraan toe dat de internationale gemeenschap moet 'stoppen met dromen' over de idealen die eruit naar voren kwamen. De tweede hield op uitnodiging van de Royal University of Phnom Penh een vurig pleidooi voor de Europese Unie. Op 20 oktober sprak van Rompuy er over een 'unie van waarden', en hoe die voor vrede, democratie en welvaart heeft gezorgd. Hij bracht niet dezelfde massa op de been als Hun Sen, maar wel de academische elite van het land. Welke oplossingen kan de EU bieden voor de verdampende democratie van Cambodja? Een Cambodjaan stelde Van Rompuy deze vraag na zijn gastcollege, en hij kreeg een opvallend bescheiden antwoord terug. 'Probeer uw eigen weg te kiezen. Wij Europeanen zijn niet meer zo pretentieus als vroeger, we hebben geen oplossingen voor al uw problemen. Het is uw eigen verantwoordelijkheid.' Van Rompuys voorzichtige houding is typerend voor de verzwakte positie van het Westen in Azië. De EU en de VS hebben lang gedacht dat ze met hulp en investeringen hun economische invloed en democratische waarden konden laten gelden, maar de leiders in Phnom Penh hebben dat altijd als een inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden beschouwd. Het was een kwestie van tijd voor het land zich zou ontdoen van de westerse bemoeienissen, zegt Sebastian Strangio, auteur van het boek Hun Sen's Cambodia: 'Omdat Cambodja afhankelijk was van westerse hulp, had het aandacht voor zijn democratische imago. Maar dat is aan het veranderen nu Peking het land overspoelt met giften, leningen, beurzen en investeringen: China stelt geen lastige vragen over democratie en mensenrechten. Zo krijgt Phnom Penh meer manoeuvreerruimte om de ongewenste erfenis van de vredesakkoorden op te ruimen.' Tussen de 30 en de 40 procent van de Cambodjaanse begroting komt van buitenlandse steun, maar Peking zorgt voortaan voor financiële veiligheid. In 2015 gaf China meer geld aan Cambodja dan alle andere buitenlandse investeerders samen. Het is erg genereus voor de Cambodjanen, alleen buurland Laos krijgt meer steun per inwoner. In het bosrijke noorden van Cambodja staat een gigantisch symbool van die groeiende Chinese vrijgevigheid. In de provincie Stung Treng opende Hun Sen een maand geleden de Lower Sesan 2, een dam die gebouwd werd door het Chinese staatsbedrijf HydroLancang. Prijskaartje van dit cadeau: 800 miljoen dollar. Met een ceremoniële druk op de knop sloot de premier de sluizen en zette acht turbines in gang - 50 megawatt per stuk - waarna hij met scherp schoot op 'radicale milieuactivisten' die waarschuwen voor de ecologische gevolgen van de dam.'Hoe kunnen we ons anders ontwikkelen?' De Chinese ambassadeur Xiong Bo knikte instemmend, terwijl iets verderop de laatste bewoners hun verdrinkende dorp verlieten, op de vlucht voor het oprukkende water en de armoede. Er is geen vis meer in de rivier sinds de bouw van de dam in Stung Treng. De Amerikaanse National Academy of Sciences voorspelt dat het visbestand in het lagere stroomgebied van de Mekong met 9,3 procent zal afnemen. Dat is de keerzijde van de Chinese investeringen: ze worden niet gehinderd door ecologische of menselijke bekommernissen. China koopt zijn vrienden: Cambodja krijgt infrastructuur die het anders nooit zou kunnen betalen. En de Chinezen krijgen waar voor hun geld: Cambodja is de sterkste bondgenoot geworden van China in ASEAN, een economisch en politiek samenwerkingsverband tussen tien Zuidoost-Aziatische landen. China is zelf geen lid, maar met Cambodja als hefboom zit het toch mee aan tafel. Toen ASEAN in juli vorig jaar China wilde veroordelen voor zijn territoriale aanspraken in de Zuid-Chinese Zee, stelde Cambodja zijn veto. De Chinese president Xi Jinping vloog twee maanden later naar Phnom Penh om premier Hun Sen persoonlijk te bedanken met een nieuw steunpakket van 600 miljoen dollar. De Chinese leider noemde de Cambodjaanse premier bij die gelegenheid 'een ijzersterke vriend'. Die vriendschap gaat vooral ten koste van de Amerikaanse invloed, zegt Lee Morgenbesser, een onderzoeker aan de Australische Griffith University die gespecialiseerd is in autoritaire regimes. 'In 2016 was China goed voor ongeveer 36 procent van Cambodja's bilaterale hulp en 30 procent van de rechtstreekse investeringen. Dat is respectievelijk 4 en 10 keer meer dan die van de VS. Trump is bovendien meer geneigd om de democratie en de mensenrechten te verdedigen. Ideale omstandigheden voor elke dictator.' Wanneer het Westen terrein verliest, verliest ook de democratie terrein. Zeven van de elf landen in Zuidoost-Azië zijn autoritair. En de laatste democratisering, in Indonesië, is al van 1998 geleden. De repressie in Cambodja is dus niet uniek. Najib Razak, de premier van Maleisië, blijft dissenten treiteren. In Thailand heeft het leger een staatsgreep gepleegd en de oppositie het zwijgen opgelegd. Het leger van Myanmar blijft ook na de voorzichtige democratisering de islamitische Rohingya-minderheid vervolgen en vermoorden. Rodrigo Duterte voert in de Filipijnen nog steeds zijn oorlog tegen drugs, die al tussen 7000 en 13.000 doden heeft gekost. De Chinese steun houdt corrupte en autoritaire regimes stevig in het zadel, zegt politiek analist Sophal Ear, auteur van het boek Aid Dependence in Cambodia. 'Alle Chinese investeringen in Cambodja gaan door de handen van de CPP. Dat is erg voordelig, zeker als je weet dat er de afgelopen tien jaar 9,6 miljard dollar langs de partijrekeningen is gevloeid. En er zijn nog vele miljarden beloofd. Dit is een kip met gouden eieren. De dollars stromen binnen zonder dat de CPP er iets voor hoeft te doen.' Daarom rolt premier Hun Sen zijn breedste rode loper uit voor Chinese investeerders. In reclamecampagnes noemt Cambodja zichzelf het 'Koninkrijk der Wonderen'. Dat is niet overdreven: voor de Chinezen worden Cambodjaanse wetten op magische wijze opgeheven. Landbouwconcessies worden beperkt tot 10.000 hectare, maar voor de vrienden uit China geldt die begrenzing niet: met behulp van dochterbedrijven mogen ze naast elkaar liggende concessies inpalmen. De wet een beetje uitrekken, heet dat. In Cambodja zijn 80.000 vierkante kilometer als concessie aan buitenlandse bedrijven gegeven. 60 procent daarvan, anderhalve keer de oppervlakte van België, ging naar Chinezen.Volgens Sebastian Strangio is het niet verwonderlijk dat de verhoudingen tussen de VS en China verschuiven. 'Door de economische groei van China is er nu veel meer handel in de regio, waardoor de buren van groter belang worden. Zuidoost-Azië ligt voor de Chinezen in hun achtertuin en vice versa, terwijl de VS zich aan de andere kant van de wereld bevinden. Washington moet moeite doen en een vliegtuig nemen om tot hier te komen.' Dat is precies wat Donald Trump deze week doet. Op zijn reis langs Cambodjaanse rijstvelden en recepties werd Herman Van Rompuy vaak herinnerd aan de groeiende aanwezigheid van China, maar de minister van staat begrijpt de angst niet. 'Economische macht vertaalt zich in politieke macht. Dat China zijn invloedssfeer uitbreidt, is dus normaal. Cambodja moet zelf beslissen hoe ver het gaat in de samenwerking. Vergelijk het met Vlaanderen in de jaren 70. Toen kwam zo'n 70 à 80 procent van de buitenlandse investeringen uit de VS. Hebben wij toen geprotesteerd? Ik heb niets gehoord.' 'Dat betekent niet dat wij onze mening over democratische rechten op zak moeten steken. Ik heb ooit met Xi Jinping, de leider van een land met 1,3 miljard mensen, over mensenrechten en fundamentele vrijheden gesproken. We moeten oppassen dat we niet te hard zijn voor kleine landen en te zacht voor landen met grote economische belangen. De EU is dat veel te lang geweest', vindt Van Rompuy. Ondanks de fondsen zonder voorwaarden van Peking, zijn er in Zuidoost-Azië ook klachten over 'een nieuw tijdperk van Chinees kolonialisme'. Zo wil China over heel Eurazië een nieuwe zijderoute uitbouwen, met spoorwegen, havens, pijplijnen en glasvezelkabels. En dat mag een slordige duizend miljard dollar kosten. Maar in Zuidoost-Azië botst het ambitieuze plan nu al op zijn limieten. De Chinezen willen een spoorweg naar Singapore bouwen. Het traject door het bergachtige Laos kost zo'n 6 miljard dollar, de helft van het bruto binnenlands product. Het grootste deel van dat bedrag wordt op het straatarme land afgeschoven, terwijl een hogesnelheidstrein voor de kleine bevolking en economie van Laos geen enkele economische waarde heeft. Verderop, in buurland Thailand, werd het treinproject uitgesteld wegens twijfels over de kosten. Een soortgelijk plan in Myanmar verdween in de prullenmand, er was te veel protest. Ook in Vietnam en Maleisië wordt argwanend naar Peking gekeken, en in de Filipijnen stuit Xi Jinping eveneens op grenzen. China staat nochtans op het punt om de VS te overklassen als grootste investeerder in de Filipijnen, een traditionele bondgenoot van de Amerikanen. Duterte had zich van de VS gedistantieerd en werd daarvoor beloond met Chinese investeringen voor 24 miljard dollar. Maar hij heeft wel Amerikaanse troepen nodig om de jihadi's in Marawi te bevechten. Op Koh Pich moet de goedkope popmuziek intussen opboksen tegen het gedreun van drilboren, zelfs op de officiële feestdag voor de vrede van Parijs. Op het eiland van 100 hectaren bouwt een Chinees conglomeraat duizenden appartementen, honderden villa's, twee scholen en een Arc de Triomphe. Het is de enige plaats in Cambodja waar de straatnamen ook in het Mandarijn vermeld zijn. Het is ook de taal die de projectontwikkelaars er spreken, en de taal van de reclamepanelen die de werven ommuren. Wie er niet te zien zijn op Koh Pich zijn Chinezen, ondanks de Chinese miljoenen die naar deze werven vloeien. Er zijn alleen Cambodjaanse arbeiders en jongeren die op de brede, lege lanen de limieten van hun motorfiets komen testen. Diamanteiland ruikt naar ongezonde speculatie. Vastgoedmakelaars vrezen dat een kolossale zeepbel elk moment uit elkaar kan spatten. De crisis die daaruit volgt, zal van Chinese makelij zijn. Het wordt afwachten of de 'ijzersterke' vriendschap tussen Hun Sen en Xi Jinping dat overleeft.