Günter Wallraff over zijn vriend Salman Rushdie: ‘Hij wou zijn vijanden het hoofd bieden’

Salman Rushdie. © Getty Images

Een aanslag op Salman Rushdie hield de vermaarde Duitse journalist Günter Wallraff niet voor mogelijk. Hier vertelt de hij hoe het was om Rushdie onder de hoogste veiligheidsmaatregelen bij hem thuis te verbergen.

De journalist Günther Wallraff (1942) geldt als de wegbereider van de undercoverreportage. Voor zijn teksten nam Wallraff regelmatig een andere identiteit aan – bijvoorbeeld als dakloze, migrant of chemiefabrikant.  Vandaag leeft en werkt Wallraff in Keulen.

Mijnheer Wallraff, in 1993 woonde Rushdie een tijd lang bij u, hoe kwam dat?

Wallraff: Een van mijn beste vrienden toen was Aziz Nesin, een ondertussen gestorven auteur en satiricus uit Turkije. Hij werd eveneens met de dood bedreigd, omdat hij onder andere ook satirisch met de islam omsprong. Bij een aanslag op hem werden 37 mensen gedood. Hij had toen ruzie met Salman Rushdie. Beiden werden voor hun satirische teksten met de dood bedreigd, dat hadden ze dus gemeen. Ik wou ze samenbrengen opdat ze elkaar konden leren kennen en zich met elkaar verzoenen.

Op het hoofd van Salman Ruhdie stond een hoge prijs, hij was wereldberoemd en in levensgevaar. Kon je hem zo maar uitnodigen?

Walraff: Het was echt wel moeilijk hem hier te krijgen. De vliegmaatschappijen weigerden Rushdie te vervoeren. De reden was het zogenaamde gevaar voor andere passagiers. Dus heb ik een privévliegtuig gecharterd, de piloot begreep pas onderweg wie hij vervoerde. Voor de terugvlucht durfden we dat risico niet meer nemen, de premie was gewoon te hoog, de piloot zou in de lucht een ander besluit kunnen nemen. Ik heb dan een advertentie in de kranten laten plaatsen en opgeroepen om Lufthansa te boycotten. Die druk was voldoende om de vliegmaatschappij te laten zwichten, uiteindelijk mocht hij meevliegen zoals andere risicopassagiers uit het openbare leven, denk aan politici uit Israël.

Hoe is het dan gekomen, dat Rushdie bij u logeerde?

Wallraff: Nadat Aziz en hij hun meningsverschil hadden uitgepraat, bood ik hem aan voor langere tijd bij mij te blijven. Ik vond dat ik hem met politici moest samenbrengen. Dat moest voor steun en bescherming zorgen. Hij werd tenslotte veeleer gemeden en in feite werd hij in de steek gelaten.

U had niet het gevoel dat hij voldoende gesteund werd?

Wallraff: Nee, integendeel. Norbert Blüm (was o.a. Minister voor Arbeid en Sociale Zaken in de in de regering van Helmut Kohl en een zwaargewicht binnen de christendemocratische CDU, nvdr.) was onmiddellijk bereid te helpen, Kurt Biedenkopf ook (ook zwaargewicht binnen CDU en lange tijd Landespräsident van Sachsen, hoewel hij uit West-Duitsland kwam, nvdr.). Helmut Kohl liet mij weten dat hij Rushdie ‘omwille van politieke redenen’ niet kon ontvangen.

Hoe moet men zich dat dan voorstellen, Rushdie bij u in huis?

Wallraff: De hoogste veiligheidsvoorschriften waren van kracht, veiligheidsrisico 1. Dat betekent dat er met een aanslag rekening moest gehouden worden. 24 op 24 uur, dag en nacht stond de staatsbeveiliging zelfs in de tuin. Rushdie schoot goed met hen op. Maar het was wel een grote belasting, hij was nooit alleen. De walkietalkies ’s nachts waren dermate storend dat hij slecht kon slapen. Voor de deur stonden gepantserde voertuigen, iemand van de veiligheidsdienst had zich zelfs als dakloze verkleed en sliep op een bank in de buurt.

Was er ooit een gevaarlijke situatie?

Wallraff: Neen. Maar één keer werden we ons weer zeer van het gevaar bewust. Wanneer we het pand wilden verlaten – altijd een zeer omslachtige zaak – moesten we dat vooraf melden en toelating vragen. Op een keer hadden we geen zin in die procedures. Wij vertrokken zomaar, zochten het terras van een hotel op aan de Rijn en hebben daar gegeten. Er kwam een kelner, blijkbaar van Arabische afkomst, hij herkende Rushdie en richtte zich tot de auteur: ‘ik sta aan uw kant en zou u aanraden u te verkleden. Daartegenover, aan de andere kant van de Rijn, is de Iraanse ambassade, daar zou ik de premie op uw hoofd kunnen afhalen’, klonkt het. Na dat voorval heb ik Rushdie aangeboden, hem mee te nemen naar de vrouw die altijd mijn maskers fabriceerde (Wallraff liet zich voor zijn reportages altijd maskeren, nvdr). Ze zou hem totaal onherkenbaar kunnen maken. Dat wees hij af, begrijpelijk. Voor hem zou dat de volledige zelfopoffering betekenen.   

Al enkele jaren nadat hij per fatwa ter dood was veroordeeld, heeft Rushdie in een interview gezegd: ‘Ik wil niet langer in dit isolement leven, laatste week bezocht ik zelfs een boekenfeest. Niet omdat mijn situatie veiliger is geworden, maar ik moet tonen dat de enige weg om het terrorisme het hoofd te bieden is om zich niet laten terroriseren. Het is voorzichtigheid en tegelijk de weigering in mijn eigen land nog langer een gevangene te zijn.’ Was dat een afweging: een veilig leven of een goed leven?  

Wallraff: Absoluut. De moellahs hadden verkondigd dat ze ervoor zouden zorgen dat Rushie ‘zijn leven lang niet uit een rattenhol tevoorschijn zal komen’. Maar hij wou zich niet wegstoppen. Hij is een wereldburger in de ware betekenis van het woord. Hij schuwde het risico niet en bewoog zich zelfbewust in het openbare leven. Hij wou zijn vijanden het hoofd bieden. Dat hij in het begin toegaf aan de Engelse autoriteiten, beschreef hij ooit als een van zijn grootste fouten. Ze wilden dat hij zich van de Duivelsverzen distantieerde.  

Kan iemand zo’n permanent gevaar überhaupt uithouden, of moest hij dat verdringen?

Wallraff: Hij besloot dat te negeren. Dat is ook begrijpelijk. Ook bewonderenswaardig. Hij is geen heremiet, geen kluizenaar. Hij heeft de maatschappij nodig, dan leeft hij op.

Dat nu, na al die tijd, nog iemand probeert hem om te brengen, had je dat verwacht?

Wallraff: Neen. Ik had het niet kunnen denken. En hij ook niet, daar ben ik zeker van. We weten nog te weinig over de dader om te speculeren wat de politieke gevolgen kunnen zijn. Maar wanneer je bekijkt, wat de Iraanse staatsmedia schrijven, dat men de handen van de dader zou moeten kussen, dan wordt duidelijk dat dit politieke gevolgen zal hebben.

Volgens ‘Bild am Sonntag’ legt de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser de medeverantwoordelijkheid voor de aanslag bij Iran. Bent u het daarmee eens?

Wallraff: De Iraanse regering heeft al die jaren nog geen afstand genomen van de fatwa, integendeel, hij bestaat nog steeds. Het land heeft de plicht dat te doen en draagt mede de verantwoordelijkheid. Ik ben blij dat de regering nu duidelijk stelling heeft genomen. Het heeft lang geduurd.  

Partner Content