Deze week kwamen vertegenwoordigers uit meer dan 190 landen samen in New York om er op vraag van de VN te onderhandelen over een Oceanenverdrag. Greenpeace volgde de onderhandelingen op de voet, maar is na afloop niet tevreden. 'Het is zeer teleurstellend om te zien dat het tempo en de ambitie tijdens deze bijeenkomst niet in overeenstemming zijn met de urgentie die nodig is om onze oceanen te redden en onze planeet te beschermen tegen de klimaatcrisis en het massale verlies aan biodiversiteit waarmee we worden geconfronteerd. Een status quo zal onze oceanen, en dus ook de mensheid, niet redden', zegt Sandra Schoettner, expert Oceanen bij Greenpeace.

België is volgens Greenpeace een van de weinige EU-staten die de nodige ambitie aan de dag legt. 'We zijn tevreden dat België 30 procent van de oceanen wil beschermen tegen 2030, maar er moet een einde komen aan de dubbelzinnige positie op het vlak van diepzeemijnbouw', zegt An Lambrechts, verantwoordelijke voor de Belgische Protect The Oceans-campagne van Greenpeace, die de conferentie in New York bijwoonde. Lambrechts verwijst daarmee naar een exploratiecontract voor diepzeemijnbouw van DEME's filiaal Global Sea Mineral Resources (GSR), dat België sponsort sinds begin 2013.

'Als het ons land menens is met de bescherming van de oceanen, moet er einde komen aan de Belgische steun voor deze destructieve industrie', vervolgt Lambrechts. De laatste fase van de onderhandelingen over het verdrag vindt plaats in het voorjaar van 2020. Schoettner wil dat wereldleiders dan de kans grijpen om een Oceanenverdrag op te stellen 'dat de oprichting van volledig beschermde reservaten in internationale wateren mogelijk maakt. Dat is de enige manier om onze oceanen voor toekomstige generaties veilig te stellen'.