Het project Medicamentalia vergelijkt de prijzen van veertien generische basisgeneesmiddelen in zestig landen, van ontstekingsremmers over pijnstillers tot antibiotica, en zet die af tegen het laagste ambtenarensalaris in die landen. In België bedraagt dat salaris 1735 euro bruto.
...

Het project Medicamentalia vergelijkt de prijzen van veertien generische basisgeneesmiddelen in zestig landen, van ontstekingsremmers over pijnstillers tot antibiotica, en zet die af tegen het laagste ambtenarensalaris in die landen. In België bedraagt dat salaris 1735 euro bruto. 'Als je rekening houdt met terugbetaling door de overheid, moet je voor geen enkel van de veertien onderzochte generische medicijnen in België langer dan een uur werken', zegt projectcoördinator Eva Belmonte van Civio, een Spaanse non-profit die open data promoot. 'In lage- en middeninkomenslanden loopt dat op tot enkele dagen. Voor medicijnen om hartaanvallen te voorkomen of hoge bloeddruk onder controle te houden, moeten Congolezen bijvoorbeeld tien dagen werken. In België is dat minder dan twee uur. Dat is belangrijke vaststelling want de prijszetting is een cruciale factor in de toegang tot geneesmiddelen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie heeft een derde van de wereldbevolking moeite om toegang te krijgen tot de medicijnen die ze nodig hebben.'Nog enkele opmerkelijke resultaten uit het onderzoek: in Nigeria of Congo kost een behandeling met de maagzuurremmer Omeprazole zonder terugbetaling door de overheid bijna 13 werkdagen. Voor hetzelfde doosje met dertig pilletjes moet een ambtenaar in Koeweit liefst 19 werkdagen kloppen. In Sao Tomé en Principe, een eiland voor de westkust van Afrika, loopt dat zelfs op tot 41 dagen. In België, Spanje, Italië en Duitsland kan je dezelfde behandeling betalen door twee uur te werken. Ciprofloxacin, een eenvoudig antibioticum voor de behandeling van longontsteking, kost je in België een uur werk, in Kameroen en Marokko is dat meer dan vijf dagen. Knack legde de resultaten van het onderzoek voor aan professor Lieven Annemans, gezondheidseconoom aan de Ugent.Annemans: Ja, want de data komen voornamelijk van Health Action International, een non-profit die samenwerkt met de Wereldgezondheidzorganisatie. Dat is zeker een betrouwbare bron. Het onderzoek is correct verlopen, volgens een geijkte methode die door de Wereldhandelsorganisatie is goedgekeurd. De enige kanttekening is dat dit onderzoek niets zegt over het gebruik van die veertien generische geneesmiddelen. Wanneer medicijnen te goedkoop zijn, zet je de deur open voor overmatig gebruik -wat gevaarlijk kan zijn. Annemans: Als je op één geneesmiddel focust, en je zet de prijs ervan af tegen het laagste inkomen, dan zou je eigenlijk één vlakke lijn moeten zien doorheen die zestig landen. Dat is hier helemaal niet het geval. Je ziet ongelooflijk grote variaties tussen de landen onderling. In een ideale wereld gebeurt de prijszetting van essentiële geneesmiddelen in functie van de koopkracht van een land. Dit onderzoek toont dat dat duidelijk niet zo is. In landen met lagere salarissen zouden medicijnen eigenlijk goedkoper moeten zijn.Annemans: Wat daar in meespeelt, is dat er niet enkel tussen landen maar ook binnen landen grote welvaartsverschillen bestaan. In een land als Koeweit zijn de laagste ambtenarenlonen vrij laag, maar heb je ook burgers met een zeer hoog inkomen. Voor de begoede klasse zijn de medicijnen vrij makkelijk toegankelijk maar voor andere landgenoten zijn ze relatief duur.Annemans: Een van de problemen is dat geneesmiddelen worden beschouwd als commerciële goederen. Stel dat in een arm land de prijs tien keer lager zou liggen, dan komt er onmiddellijk export van dat goedkope geneesmiddel naar de rijkere landen. Daardoor ontstaat een vervlakking van de prijzen, wat fundamenteel onrechtvaardig is.Annemans: Nationale overheden hebben de grootste verantwoordelijkheid. Zodra een patent vervalt, kunnen ze een onmiddellijke prijsdaling opleggen. In België moeten apothekers een van de drie goedkoopste generieken afleveren. Dat stimuleert de prijzenslag. Farmaceutische bedrijven willen immers bij de drie goedkoopste zijn.Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kan een rol te spelen, op verschillende manieren. Zij kan aan kruisbestuiving doen: door best practices te delen, kan ze beleidsmakers erop wijzen hoe andere landen het aanpakken. Ze kan ook internationale afspraken faciliteren. Zo is de WHO erin geslaagd om voor hiv-medicatie naar een systeem te gaan waarbij de prijs afhangt van de betalingscapaciteit van landen. Misschien moet men dat proberen in meer domeinen, voor hartziekten en diabetes bijvoorbeeld.Annemans: De regelgeving rond terugbetaling bepaalt welk deel patiënten uit eigen zak moeten betalen. Als je een goed sociaal zekerheidssysteem hebt, dan zullen de essentiële geneesmiddelen uit deze lijst van veertien generische medicijnen voor een groot stuk terugbetaald worden. Dat zie je ook in de grafiek: in landen met een goed solidair gezondheidssysteem -zoals België of Duitsland- ligt de "publieke prijs" van de geneesmiddelen aan de lage kant. De pijnstiller Paracetamol -denk aan Dafalgan of Perdolan- is een goed voorbeeld. Die wordt in België meestal niet terugbetaald, behalve in uitzonderlijke gevallen. Enkel patiënten met chronische pijn, onder andere kankerpatiënten, kunnen aanspraak maken op terugbetaling. Zij hebben het medicijn dan ook echt nodig.Annemans: Je zou ook kunnen zeggen dat sommige medicijnen zelfs té goedkoop zijn. Niet alle medicijnen uit het lijstje zijn even essentieel. Annemans: Ja, maar dat stoort me niet. Niet alleen bestaan er heel wat alternatieven voor. Je moet ook opletten dat je Diazepam niet te veel gebruikt. Sommigen slikken het bijna als snoepjes. Dan is het niet slecht dat er een rem wordt ingebouwd, opdat het niet té goedkoop is. Nogmaals, wanneer medicijnen te goedkoop zijn, loert het risico op overmatig gebruik om de hoek. Een grote verantwoordelijkheid ligt dan ook bij artsen, die erop moeten toezien dat patiënten die zo'n medicijn niet echt nodig hebben het ook niet nemen. Annemans: Stel die vraag aan twintig experts en je krijgt twintig verschillende antwoorden. Het is immers deels ideologisch. Ik bekijk het pragmatisch: als het in België op twee uur kan, dan zou dat in principe overal ter wereld moeten kunnen. Je moet kijken naar het beste voorbeeld, en dat doel moet je nastreven. De Belgische data heeft Knack opgevraagd bij het RIZIV. De berekening van het Belgische remgeld slaat op de gewoon verzekerde Belgen, tachtig procent van de bevolking. Bij de zogenaamde "preferentieel verzekerden" (de overige twintig procent: personen met een handicap, een gewaarborgd inkomen, weduwnaars/weduwen, gepensioneerden, invaliden, wezen...) ligt het remgeld doorgaans nog lager.