Er is voor de Verenigde Staten geen ontkomen aan: helemaal bovenin de Grondwet staat dat elke tien jaar een volkstelling moet worden gehouden. De Verenigde Staten kennen geen variant van de Rijksregistratie, waarin basisinformatie over inwoners van het land wordt bijgehouden. Ook op het niveau van de individuele deelstaten zijn er geen betrouwbare gegevens over alle burgers.

En dus wordt elk decennium een klein oerwoud aan brieven verstuurd, een klein leger aan medewerkers het land in gezonden en een gigantische hoeveelheid geld uitgegeven aan het opsporen van elke inwoner van Amerika. Van baby's tot senioren, stedelingen tot landbouwers, kasteeleigenaren tot daklozen, iedereen moet worden geteld. In 2020 gaat de hele operatie zo'n 15 miljard dollar kosten: bijna 50 dollar per Amerikaan.

De volkstelling is van groot belang, omdat de verzamelde gegevens uiteindelijk bepalen hoeveel volksvertegenwoordigers de verschillende delen van het land krijgen. Ook de verdeling van federaal geld onder de deelstaten hangt af van de census. Volgens voorlopige schattingen zou New York twee van zijn 27 zetels in het Huis van Afgevaardigden kunnen verliezen, terwijl Texas er drie bijkrijgt en op 39 uitkomt.

Technologische vooruitgang - of toch niet?

Komend jaar zal naar verwachting voor het eerst een meerderheid van de Amerikanen via internet reageren op de oproep om het censusformulier in te vullen. Dat kan het proces wellicht een stuk efficiënter maken, maar er liggen ook nieuwe problemen op de loer. Amerika is nog niet vergeten dat de flink gehypete Obamacare-website, die een half miljard dollar had gekost en het inkopen van een zorgverzekering simpel en aantrekkelijk moest maken, bij lancering direct als een pudding in elkaar zakte.

Wellicht is het dan ook niet verrassend - maar nog altijd wel pijnlijk - dat Reuters vorige week berichtte over flinke kostenoverschrijdingen bij het bouwen van de digitale infrastructuur voor de volkstelling van 2020. Het project werd uitbesteed en kostte al 167 miljoen dollar, flink meer dan eerder ingeschat, maar nog is niet duidelijk of het ook zal werken. Het overheidsagentschap dat de volkstelling uitvoert, werkt voor de voor de zekerheid intern aan een backup voor het geval dat het peperdure ingekochte systeem niet werkt.

De voortekenen zijn niet best: tijdens de testfase werd het systeem vanuit Rusland gehackt, al zouden daarbij geen gegevens zijn gestolen. Nachtmerriescenario is dat de uiteindelijke volkstelling van buitenaf wordt beïnvloed. Vanwege de grote gevolgen die de census heeft, zou dat een ramp zijn voor de Amerikaanse democratie.

Etnische minderheden moeilijker te tellen

Een andere realistische vrees is dat een flink aantal Amerikanen hoe dan ook niet zal worden geteld. In een rapport becijferde het Urban Institute dat naar verwachting 0,27 tot 1,22 procent van de gehele bevolking niet zal worden geteld, afhankelijk van hoe succesvol de telling uiteindelijk verloopt. Maar onder latino's en zwarte Amerikanen is dat risico veel groter: tot ruim 3,5 procent van die groepen. Tijdens de census worden enorme groepen medewerkers op pad gestuurd om iedereen te tellen - in 2010 werden er uiteindelijk 700.000 mensen aangenomen voor deze taak - maar in sommige buurten blijkt het moeilijk om écht iedereen een formulier te laten invullen.

Na de census van 2010 schatte het Censusbureau in dat uiteindelijk 2,1 procent van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking en 1,5 procent van de latino's niet waren geteld. In totaal ging het om zo'n 1,5 miljoen mensen, genoeg voor twee vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden.

Het gaat hier zowel om incompetentie als kwaad opzet.

Natalia Aristizabal

Omdat etnische minderheden in de VS overwegend Democratisch stemmen tijdens de verkiezingen, bestaan binnen de partij grote zorgen over de census. Het is voor de partij immers gunstig om ervoor te zorgen dat diverse buurten beter vertegenwoordigd worden. Zo heeft zelfs een ogenschijnlijk neutrale telling een politieke lading, zoals eigenlijk alle facetten van het Amerikaanse leven.

Onder de Republikeinen, met president Donald Trump voorop, lijkt er daarom minder animo te zijn om te investeren in een zo accuraat mogelijke telling. Het Witte Huis wilde komend jaar zelfs voor het eerst vragen naarhet burgerschap van inwoners op het censusformulier. Dat werd door Democraten gezien als een overduidelijke poging om de respons in latino-gemeenschappen, waar relatief veel illegale immigranten wonen, te drukken.

Na tussenkomst van de rechtbank zal de vraag uiteindelijk toch niet gesteld worden, maar wetenschappers waarschuwen dat het debat over de vraag mogelijk alsnog een negatieve invloed zal hebben op het responspercentage bij de komende volkstelling.

'Voorbereidingen schieten tekort'

Ook op andere manieren lijkt de regering-Trump geen ideale voorbereiding te treffen voor de snel naderende telling. De ngo Center for Popular Democracy Action (CPDA) startte samen met de New Yorkse stad Newburgh, waar veel etnische minderheden wonen, een rechtszaak tegen het censusbureau. De overheid heeft 'verzaakt om het gebruikelijke niveau van financiering, bemanning en voorbereiding te treffen voor deze fase van de censuscyclus', klinkt het in de aanklacht. Een miljard dollar aan door het Congres toegewezen geld zou nog ongebruikt op de plank liggen.

'Het gaat hier zowel om incompetentie als kwaad opzet', zegt Natalia Aristizabal, directeur immigrantenrecht bij het CPDA. Het plan om naar Amerikaans burgerschap te vragen was volgens haar een 'poging tot intimidatie, om mensen weer de kast in te jagen'.

Bovendien worden er vergeleken met tien jaar geleden veel kleinere aantallen volkstellers het land in gestuurd. Exacte aantallen ontbreken nog, maar sommige waarnemers spreken van een halvering ten opzichte van 2010. Volgens de regering-Trump zal het gebruik van smartphones en tablets in plaats van papieren formulieren zorgen voor een efficiëntere telling, en kan het aantal tellers daarom flink worden verkleind.

Maar in de rechtszaak waarschuwt het CPDA dat de technische hulpmiddelen 'grotendeels onbeproefd' zijn. De groep eist extra investeringen, met name om migrantengemeenschappen te bereiken. Het is belangrijk dat er voldoende tellers beschikbaar zijn die andere talen dan Engels spreken en dat ook formulieren in verschillende talen worden aangeboden, benadrukt Aristizabal.

'Ik ben zelf ook een immigrant, en als ik zie dat de volkstelling het nu met minder middelen moet doen, dan weet ik dat dat een specifieke aanval is op gemeenschappen van migranten en minderheden', aldus Aristizabal.

Er is voor de Verenigde Staten geen ontkomen aan: helemaal bovenin de Grondwet staat dat elke tien jaar een volkstelling moet worden gehouden. De Verenigde Staten kennen geen variant van de Rijksregistratie, waarin basisinformatie over inwoners van het land wordt bijgehouden. Ook op het niveau van de individuele deelstaten zijn er geen betrouwbare gegevens over alle burgers.En dus wordt elk decennium een klein oerwoud aan brieven verstuurd, een klein leger aan medewerkers het land in gezonden en een gigantische hoeveelheid geld uitgegeven aan het opsporen van elke inwoner van Amerika. Van baby's tot senioren, stedelingen tot landbouwers, kasteeleigenaren tot daklozen, iedereen moet worden geteld. In 2020 gaat de hele operatie zo'n 15 miljard dollar kosten: bijna 50 dollar per Amerikaan.De volkstelling is van groot belang, omdat de verzamelde gegevens uiteindelijk bepalen hoeveel volksvertegenwoordigers de verschillende delen van het land krijgen. Ook de verdeling van federaal geld onder de deelstaten hangt af van de census. Volgens voorlopige schattingen zou New York twee van zijn 27 zetels in het Huis van Afgevaardigden kunnen verliezen, terwijl Texas er drie bijkrijgt en op 39 uitkomt.Technologische vooruitgang - of toch niet?Komend jaar zal naar verwachting voor het eerst een meerderheid van de Amerikanen via internet reageren op de oproep om het censusformulier in te vullen. Dat kan het proces wellicht een stuk efficiënter maken, maar er liggen ook nieuwe problemen op de loer. Amerika is nog niet vergeten dat de flink gehypete Obamacare-website, die een half miljard dollar had gekost en het inkopen van een zorgverzekering simpel en aantrekkelijk moest maken, bij lancering direct als een pudding in elkaar zakte.Wellicht is het dan ook niet verrassend - maar nog altijd wel pijnlijk - dat Reuters vorige week berichtte over flinke kostenoverschrijdingen bij het bouwen van de digitale infrastructuur voor de volkstelling van 2020. Het project werd uitbesteed en kostte al 167 miljoen dollar, flink meer dan eerder ingeschat, maar nog is niet duidelijk of het ook zal werken. Het overheidsagentschap dat de volkstelling uitvoert, werkt voor de voor de zekerheid intern aan een backup voor het geval dat het peperdure ingekochte systeem niet werkt.De voortekenen zijn niet best: tijdens de testfase werd het systeem vanuit Rusland gehackt, al zouden daarbij geen gegevens zijn gestolen. Nachtmerriescenario is dat de uiteindelijke volkstelling van buitenaf wordt beïnvloed. Vanwege de grote gevolgen die de census heeft, zou dat een ramp zijn voor de Amerikaanse democratie. Etnische minderheden moeilijker te tellenEen andere realistische vrees is dat een flink aantal Amerikanen hoe dan ook niet zal worden geteld. In een rapport becijferde het Urban Institute dat naar verwachting 0,27 tot 1,22 procent van de gehele bevolking niet zal worden geteld, afhankelijk van hoe succesvol de telling uiteindelijk verloopt. Maar onder latino's en zwarte Amerikanen is dat risico veel groter: tot ruim 3,5 procent van die groepen. Tijdens de census worden enorme groepen medewerkers op pad gestuurd om iedereen te tellen - in 2010 werden er uiteindelijk 700.000 mensen aangenomen voor deze taak - maar in sommige buurten blijkt het moeilijk om écht iedereen een formulier te laten invullen.Na de census van 2010 schatte het Censusbureau in dat uiteindelijk 2,1 procent van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking en 1,5 procent van de latino's niet waren geteld. In totaal ging het om zo'n 1,5 miljoen mensen, genoeg voor twee vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden.Omdat etnische minderheden in de VS overwegend Democratisch stemmen tijdens de verkiezingen, bestaan binnen de partij grote zorgen over de census. Het is voor de partij immers gunstig om ervoor te zorgen dat diverse buurten beter vertegenwoordigd worden. Zo heeft zelfs een ogenschijnlijk neutrale telling een politieke lading, zoals eigenlijk alle facetten van het Amerikaanse leven.Onder de Republikeinen, met president Donald Trump voorop, lijkt er daarom minder animo te zijn om te investeren in een zo accuraat mogelijke telling. Het Witte Huis wilde komend jaar zelfs voor het eerst vragen naarhet burgerschap van inwoners op het censusformulier. Dat werd door Democraten gezien als een overduidelijke poging om de respons in latino-gemeenschappen, waar relatief veel illegale immigranten wonen, te drukken. Na tussenkomst van de rechtbank zal de vraag uiteindelijk toch niet gesteld worden, maar wetenschappers waarschuwen dat het debat over de vraag mogelijk alsnog een negatieve invloed zal hebben op het responspercentage bij de komende volkstelling.'Voorbereidingen schieten tekort'Ook op andere manieren lijkt de regering-Trump geen ideale voorbereiding te treffen voor de snel naderende telling. De ngo Center for Popular Democracy Action (CPDA) startte samen met de New Yorkse stad Newburgh, waar veel etnische minderheden wonen, een rechtszaak tegen het censusbureau. De overheid heeft 'verzaakt om het gebruikelijke niveau van financiering, bemanning en voorbereiding te treffen voor deze fase van de censuscyclus', klinkt het in de aanklacht. Een miljard dollar aan door het Congres toegewezen geld zou nog ongebruikt op de plank liggen.'Het gaat hier zowel om incompetentie als kwaad opzet', zegt Natalia Aristizabal, directeur immigrantenrecht bij het CPDA. Het plan om naar Amerikaans burgerschap te vragen was volgens haar een 'poging tot intimidatie, om mensen weer de kast in te jagen'.Bovendien worden er vergeleken met tien jaar geleden veel kleinere aantallen volkstellers het land in gestuurd. Exacte aantallen ontbreken nog, maar sommige waarnemers spreken van een halvering ten opzichte van 2010. Volgens de regering-Trump zal het gebruik van smartphones en tablets in plaats van papieren formulieren zorgen voor een efficiëntere telling, en kan het aantal tellers daarom flink worden verkleind. Maar in de rechtszaak waarschuwt het CPDA dat de technische hulpmiddelen 'grotendeels onbeproefd' zijn. De groep eist extra investeringen, met name om migrantengemeenschappen te bereiken. Het is belangrijk dat er voldoende tellers beschikbaar zijn die andere talen dan Engels spreken en dat ook formulieren in verschillende talen worden aangeboden, benadrukt Aristizabal.'Ik ben zelf ook een immigrant, en als ik zie dat de volkstelling het nu met minder middelen moet doen, dan weet ik dat dat een specifieke aanval is op gemeenschappen van migranten en minderheden', aldus Aristizabal.