Na twee televisiedebatten blijven Emmanuel Macron en Marine Le Pen de gedoodverfde kandidaten om op 23 april door te stoten naar de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Macron hield in het tweede debat behoorlijk stand terwijl Le Pen enkele keren in moeilijkheden kwam en een voltreffer moest incasseren van de radicaallinkse Ford-arbeider-in-t-shirt, Philippe Poutou. De winnaar van het eerste debat, Jean-Luc Mélenchon, maakte weer een uitstekende beurt en stijgt in de dagelijkse peiling PrésiTrack van Les Echos/Radio Classique 1 naar 16 procent. LePen verliest een procent, maar blijft aan de leiding met 25 procent voor Macron (24 procent) en Fillon (20 procent), die stabiel blijven.
...

Na twee televisiedebatten blijven Emmanuel Macron en Marine Le Pen de gedoodverfde kandidaten om op 23 april door te stoten naar de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Macron hield in het tweede debat behoorlijk stand terwijl Le Pen enkele keren in moeilijkheden kwam en een voltreffer moest incasseren van de radicaallinkse Ford-arbeider-in-t-shirt, Philippe Poutou. De winnaar van het eerste debat, Jean-Luc Mélenchon, maakte weer een uitstekende beurt en stijgt in de dagelijkse peiling PrésiTrack van Les Echos/Radio Classique 1 naar 16 procent. LePen verliest een procent, maar blijft aan de leiding met 25 procent voor Macron (24 procent) en Fillon (20 procent), die stabiel blijven. Een derde debat op de zender France 2, dat was gepland op 20 april, werd afgelast omdat behalve Benoît Hamon alle grote tenoren al lieten weten er geen zin in te hebben. Heel wat politici, waaronder Macron zelf, blijven echter herhalen dat Le Pen ondergewaardeerd wordt in de peilingen. Bovendien weet op 17 dagen voor de verkiezingen 40 procent van de Fransen nog niet voor wie ze gaan stemmenHet resultaat van Le Pen is wat de pers in de andere Europese lidstaten en de beurzen wereldwijd het meeste bezighoudt. Le Pen vindt namelijk dat Frankrijk een regio van Europa is geworden, die door de Europese bemoeizucht niet langer de belangen van zijn eigen landbouw, industrie en nationale bedrijven kan verdedigen. Daarom wil ze dat de Fransen zich in een referendum uitspreken over een uittreding uit de EU (Frexit) en de eurozone. Zij wil naar eigen zeggen de Franse soevereiniteit herinvoeren en de landsgrenzen herstellen om de immigratiestroom in te dijken, maar ook om de eigen Franse producten met protectionistische invoerrechten te beschermen tegen buitenlandse concurrenten. Een sterk leger moet een speerpunt worden in de heroverde soevereiniteit. Daarom wil ze het defensiebudget optrekken naar 3 procent van het bnp. Een Frexit zou niet alleen desastreus zijn voor Frankrijk, maar voor de stabiliteit van de hele eurozone. Maar voorlopig loopt het zo'n vaart niet, want drie kwart van de Fransen wil absoluut de euro behouden. Haar partij, het Front National, mag dan doorgaan voor extreemrechts, haar anti-immigratiediscours weet ze handig te combineren met linkse beloftes als hogere sociale uitkeringen voor werklozen, gepensioneerden en gehandicapten. Haar sociale programma en haar uithalen naar de macht van de banken en multinationale bedrijven verklaart onder meer waarom Le Pen veel beter scoort bij arbeiders dan de PS of 'La France insoumise' van de links-groene Mélenchon. Nagenoeg de helft van de kiesintenties bij de arbeiders gaan naar Le Pen. Immigratie wil ze ontmoedigen doornieuwkomers de toegang tot sociale woningen, uitkeringen en de ziekteverzekering te ontzeggen. Ze wil door de controle over de grenzen ervoor zorgen dat het saldo immigranten niet boven de 10.000 per jaar uitkomt. Even hard rechts is dan weer haar exploitatie van het onveiligheidsgevoel dat door de aanslagen in Parijs en Nice nooit groter was. Ze verklaart de oorlog aan de straatcriminaliteit en wil daarvoor nog meer politie kunnen inzetten en de capaciteit van de gevangenissen met 40.000 optrekken. Zelfs wanneer ze het over onderwijs heeft, heeft ze het hoofdzakelijk over de veiligheid op school. Ze wil de ouders weer responsabiliseren door ze hun uitkeringen af te nemen, wanneer één van hun kinderen hervalt in de kleine misdaad. Een ander stokpaardje in haar discours is de groeiende dreiging van de islam in Frankrijk. Haar pleidooi voor laïcité, de neutraliteit ten opzichte van religieuze symbolen in de openbare instellingen, wil ze uitbreiden tot de straat en er de hoofddoek verbieden. In het eerste debat op TF1, dat onder de vijf topkandidaten werd gevoerd wist ze te scoren als de anti-establishmentkandidaat naast Mélenchon, omdat ze behalve van deze laatste weinig weerwerk kreeg. Haar tegenstanders waren vooral bezorgd om hun eigen programma in de verf te zetten en de uithalen bleven beschaafd. Heel anders ging het eraan toe in het tweede debat onder 11 kandidaten, waar ze maar één van de vele anti-establismentstemmen was. Sterker, de kandidaat François Asselineau bleek haar rechts voorbij te steken in zijn afkeer van Europa. Hij wil Frankrijk meteen uit de EU, zonder de Fransen in een referendum om hun mening te vragen. In datzelfde debat moest ze bovendien enkele rake aanvallen incasseren van Macron, Fillon en de antikapitalistische kandidaat Philippe Poutou, waarop ze niet meteen een repliek klaar had. Poutou verweet Le Pen tegen Europa te zijn maar Europees geld te graaien om haar partij te financieren, en vervolgens haar parlementaire onschendbaarheid te gebruiken om niet mee te werken in het gerechtelijk onderzoek naar de fraude. Ook een kwetsbare flank van Le Pen is dat het FN een familiebedrijf is geworden, waar nepotisme en hoogoplopende ruzies schering en inslag zijn. Marine is de troonopvolger van haar vader Jean-Marie, die door omstreden uitspraken uit de partij werd gezet. Ook met haar nicht Marion, regionaal FN-afgevaardigde voor de Vaucluse, leeft ze op gespannen voet wegens fundamentele meningsverschillen, onder andere over Europa. Daarnaast is haar levensgezel Louis Aliot ondervoorzitter van de partij. Marine Le Pen wentelt zich graag in de underdogrol van één tegen allen. Wie ook van beide - Macron of Fillon - het tot in de tweede ronde schopt, zo zei ze op haar meeting in Bordeaux op 2 april, zal oproepen om voor de ander te stemmen. Fillon, de kandidaat van Les Républicains, lijdt veel meer nog dan Le Pen onder de scandalitis rond de mogelijke verduistering van 930.000 euro overheidsgeld voor de fictieve tewerkstelling van zijn vrouw Penelope als 'parlementair medewerker' en 84.000 euro voor diensten van zijn kinderen Marie en Charles, allebei advocaat. Hij werd hiervoor formeel in verdenking gesteld. Fillon doet 'Penelopegate' af als een smerige lastercampagne in de pers tegen zijn persoon en beroept zich op het vermoeden van onschuld, zolang er geen uitspraak is in de zaak. Maar de zaak ondermijnt het geloof in zijn integriteit en de aanval van Poutou, die hem in het debat rangschikt bij de corrupte politici die in de overheidskas graaien, deed pijn. Even hard kwamen de insinuaties van zelfverrijking aan van die andere Gaullist Nicolas Dupont-Aignan (3 procent), de kandidaat van 'Debout la France', die in dezelfde electorale vijver vist als Fillon. De frustratie bij Fillon neemt zienderogen toe, omdat hij na de debatten nauwelijks iets van zijn achterstand op Macron heeft weten goed te maken. Volgens hem is de hele lastercampagne opgezet door 'een zwart kabinet' van president Hollande. Twee dagen na het tweede debat dreigde hij er op France Inter mee om de namen van de personen bekend te maken die vanuit de overheid de gegevens over 'Penelopegate' aan de pers hebben gelekt. Hollande ontkent in alle toonaarden zijn betrokkenheid en zijn woordvoerder benadrukt de onafhankelijkheid van de justitie.Fillon torst als voormalig premier van Nicolas Sarkozy ook de erfenis van diens onpopulaire regering (2007-2012), waardoor zijn kritiek op de regering-Hollande niet altijd overtuigt. Hij presenteert zich als de kandidaat van het realisme en de ervaring. Hij wijst er graag op dat de hoge staatsschuld programma's als dat van Le Pen en linkse kandidaten volstrekt onbetaalbaar maakt. Hij wil dat Frankrijk weer een leidende rol speelt in Europa en dat het een ferme houding inneemt tegenover Rusland, China en de VS van Trump. Zijn neoliberale recepten voor de Franse economie bestaan uit een forse afslanking van het ambtenarenapparaat, lagere belastingen voor bedrijven en een afbouw van de 35-urenweek met werktijdverlenging te onderhandelen per bedrijf. Belastingverlagingen op beleggingen moeten vermijden dat Franse bedrijven gaandeweg in buitenlandse handen vallen (zoals Alstom). In zijn strijd tegen het terrorisme viseert hij vooral het islamfundamentalisme op Franse bodem. Hij wil controle op preken en financiering van imams en salafistische organisaties en moslimbroederschappen verbieden. De immigratie wil hij plafonneren met een jaarlijks te bepalen maximumquotum. De koopkrachtverhoging bij de Franse gezinnen wil hij als rechtgeaarde katholiek met verhoogde kinderbijslagen optrekken. Macron, volgens de peilingen de grote favoriet voor het presidentschap, is niet de man van de grote ideologische discussies, maar van de nuchtere analyse en de pragmatische oplossingen op maat. Je kan hierin de zakenbankier herkennen, die hij ooit was. Hij is vriendelijk voor bedrijven, maar pleit voor stevige sociale bijsturing door de overheid en is een groot pleitbezorger van Europa. Hij wil te allen prijze zijn rol van partijloze outsider behouden en niet als links worden weggezet. Daarom reageerde hij matig enthousiast toen Manuel Valls, de socialistische premier onder Hollande, hem zijn steun toezegde. Dat deden ook al zeven andere socialistische ministers, de burgemeester van Lyon, Gérard Collomb, en voormalig burgemeester van Parijs Bernard Delanoë. Dat en het feit dat Macron zelf onder Hollande eerst diens persoonlijke adviseur was en later minister van Economie in de regering-Valls, grijpt uitdager Fillon immers graag aan om te waarschuwen voor een sluikse heruitgave van de regering Hollande. Fillon vergeet daarbij te vermelden dat ook al 11 voormalige ministers van Chirac hun steun aan Macron betuigden. Onder hen de invloedrijke centrist François Bayrou, leider van de beweging MoDem. Met zijn beweging 'En Marche' wil Macron 'de partijgrenzen verschuiven, de verdeeldheid overbruggen en met nieuwe gezichten de uitdagingen als digitalisering, globalisering, de klimaatverandering en het jihadisme aanpakken' zei hij onlangs in Le Monde. Naar eigen zeggen heeft hij immers als minister gezien 'wat het land blokkeerde'. Na vijf jaar mislukt rechts beleid en vijf jaar gerateerd links beleid presenteert hij zich als een verzoener die eerst het politieke landschap wil hertekenen om de hervormingen mogelijk te maken: 'Wij evolueren naar een onuitgegeven driepartijenstelsel met een progressief centrum, een conservatieve en soms extreme linkerzijde rond Jean-Luc Mélenchon, die Benoît Hamon van de PS geleidelijk wegdrukt en een zeer conservatieve, harde rechterzijde waar de rechtse republikeinen en extreemrechts convergeren'. Het grote verschil tussen de PS en LR enerzijds en En Marche anderzijds, aldus Macron, is dat beide traditionele partijen intern zijn verdeeld over Europa, de laïcité (de verhouding burgerschap/religie) en de economische en sociale hervormingen en bij En Marche iedereen op dezelfde lijn zit. Ook voor Macron blijft veiligheid een prioriteit, maar hij vindt dat Le Pen de onveiligheid uitvergroot tot een burgeroorlog. Hij pleit voor een efficiënte veiligheidspolitie in onveilige zones (de banlieues van de grote steden) die overlastboetes uitschrijft zonder tussenkomst van het gerecht. Zijn immigratiepolitiek steunt op kortere asielprocedures en de begeleiding van illegale immigranten naar de grens. Economisch wil hij net als Fillon de werktijdverlenging in ondernemingen per sector en per bedrijf onderhandelen, de sociale lasten voor bedrijven verlagen en de vennootschapsbelasting op 25 procent brengen. Maar bovenal wil hij de kandidaat van de hoop en het dynamisme zijn, die eindelijk de verstarde structuren in beweging brengt.De enige kandidaat die de jongste weken in de peilingen blijft vooruitgang boeken is de radicaallinkse Mélenchon, de leider van de beweging 'La France Insoumise' die Hamon in de schaduw stelt. Mélenchon wint als begenadigd volkstribuun en handig debater, die de lachers op zijn hand krijgt bij elk debat enkele procenten. In zoverre zelfs dat hij in sommige peilingen Fillon al op de hielen zit. Ook Mélenchon kijktin zijn verkiezingsprogramma niet op een euro. Zo wil hij het minimumloon optrekken tot 1300 euro netto, de werkweek van 35 naar 32 uur terugbrengen en de pensioenleeftijd verlagen van 60 naar 62 jaar. Hij wil verder in tien jaar tijd het gigantische Franse park van kernreactoren afbouwen en massaal (300 miljard euro) investeren in hernieuwbare energie en overheidsinfrastructuur. Ten slotte wil hij dat 'het volk' de grondwet herschrijft en een einde maakt aan de vijfde republiek (1958) die onder De Gaulle van het presidentschap een soort monarchie heeft gemaakt met veel te veel macht. Mélenchon wees tot twee keer toe de avances van Hamon af om gezamenlijk naar de kiezer te trekken. Zijn oneliner 'Ik ga mijn beweging toch niet aan een lijkwagen hangen', bleef nazinderen bij de PS. Hoewel Hamon als minister van onderwijs opstapte uit de regering Hollande en voortdurend kritiek spuide op de regering-Valls, wordt hij als officieel PS-kandidaat toch geassocieerd met de vorige regering. Daardoor bevindt hij zich nu in een positie die hij zelf niet heeft gewild, die van linkse establishment-figuur tussen de 'authentiek linkse' en populaire Mélenchon en de sociaal-liberale hervormer en outsider Macron. De kern van zijn verkiezingsprogramma is de invoering van het bestaansminimum, maar hij krijgt het maar niet helder uitgelegd. Hij lijkt voor een onmogelijke opgave te staan.Traditioneel stemmen de Fransen in de eerste ronde voor de kandidaat van hun hart, terwijl ze in de tweede ronde nuttig stemmen. Maar het ziet ernaar uit dat steeds meer traditionele PS-stemmers al in de eerste ronde een nuttige stem zullen uitbrengen op Macron. Tenoren van de linkervleugel van de PS zoals Hamon en Montebourg zien in de massale desertie van de gematigde PS'ers naar het kamp van Macron een afrekening met de linkervleugel van de partij, die de voorverkiezingen won en die de jongste jaren hun kritiek niet spaarden op de gematigde regering-Valls.Het bochtenwerk en de vele personeelswissels in de regeringen onder Hollande die evolueerden van stevig links naar meer bedrijfsvriendelijk, bleek desastreus en heeft nooit ook maar een ogenblik de indruk gewekt dat ze Hollandes belangrijkste belofte, 'meer jobs', kon inlossen. Het resultaat is 6 miljoen werklozen op het einde van de legislatuur. Volgens een peiling voor France Info vond 70 procent van de Fransen Hollande een 'slechte president'. Zelfs bij de linkse stemmers was dat 57 procent. Alleen voor zijn aanpak van het terrorisme (onder Valls) geven ze hem wat meer krediet. Als de kiesintenties van de presidentsverkiezingen vertaald worden naar het parlement, wordt het een bloedbad onder de 331 PS-volksvertegenwoordigers en de 229 volksvertegenwoordigers van Les Républicains, waarvan de presidentskandidaten Hamon en Fillon nu samen niet boven de 26 en 30 procent uitkomen in de peilingen. De anti-establishmentkandidaten Le Pen en Mélenchon en outsider Macron zijn goed voor 65 procent van de kiesintenties, maar hebben vandaag respectievelijk slechts 2, 10 en geen enkele vertegenwoordiger in het parlement. Wordt Macron president - de peilingen geven hem 60 procent van de kiesintenties tegenover 40 procent voor LePen - dan wacht hem de eerste maand van zijn presidentschap een titanenwerk, want tegen juni moet hij En Marche in stelling brengen om over heel het land kandidaten te zoeken voor de parlementsverkiezingen. Gewoonlijk versterkten of bevestigden de parlementsverkiezingen die volgden op de presidentsverkiezingen in het verleden de positie van de president, maar bij de gevestigde partijen PS en LR geloven heel wat politici dat Macron onvermijdelijk steun zal moeten zoeken bij hen, ook al staat hij nu fel op zijn onafhankelijkheid. Twee derde van de Fransen is vast van plan te gaan stemmen, leert een rondvraag van het Centre de recherches de Sciences Po (Cevipof) voor Le Monde. Dat vermindert de kansen van Le Pen. Het FN slaagt er met zijn trouw kiespubliek in vooral goed te scoren als de opkomst laag is zoals bij de Europese verkiezingen in 2014 toen slechts 40% van de Fransen gingen stemmen en het FN de grootste partij werd. Wordt tegen alle verwachtingen in Le Pen toch president, dan zal ze niet eens haar programma kunnen uitvoeren, zo waarschuwt Fillon, want de Fransen willen niet uit de euro stappen en dus zal ze een nederlaag lijden in het referendum dat ze uitschrijft. En ten slotte, de kans is dan groot dat het Front National nooit een meerderheid haalt in het parlement, wat elke vorm van regeren uitsluit, zodat een regimecrisis dreigt, zo waarschuwt de bekende politieke commentator Jean-François Kahn.