Franse militairen trekken zich terug uit Mali: ‘West-Afrika is niet langer de speeltuin van Parijs’

Franse soldaten in Timboektoe, december 2021. België hoeft geen versterking te sturen: de Fransen gaan naar huis. © GettyImages

Ver weg van de Oekraïense crisis speelt zich in de Sahel een geopolitieke aardverschuiving af. De terugtrekking/uitzetting van Franse militairen uit Mali is een gamechanger.

De breuk tussen Frankrijk en Mali heeft veel weg van een vechtscheiding. Verwijten en beschuldigingen vliegen over en weer, op steeds scherpere toon. De uitwijzing van de Franse ambassadeur uit de hoofdstad Bamako, eind januari, was een theatraal hoogtepunt. Goed twee weken later, op 17 februari, kondigde de Franse president Emmanuel Macron de versnelde terugtrekking van 2400 Franse militairen aan die al negen jaar tegen jihadistische rebellen in Noord-Mali vechten. Hij deed dat als voorzitter van een Europese top in Brussel, na overleg met zijn Europese bondgenoten, die ook aankondigden hun troepen terug te roepen. Opgeruimd staat netjes, reageerde juntaleider Assimi Goïta, die de Fransen aanmaande om liever vandaag dan morgen op te krassen. Een contingent van 105 Deense militairen werd per direct het land uitgezet, amper een week nadat ze in Mali waren geland ter versterking van de Europese Takuba-missie, die de Franse Opération Barkhane ondersteunt. Het afblazen van Takuba betekent bovendien dat België de aan Frankrijk beloofde inzet van 250 militairen in Mali zonder blozen kan inslikken.

Na negen jaar oogt de balans van de Franse interventie in de Sahel bijzonder mager.

Al-Qaeda

Zoals altijd hebben beide partijen tegengestelde meningen over de schuldvraag. Frankrijk blijft hameren op het ondemocratische karakter van het Malinese regime, een product van een militaire staatsgreep in twee bedrijven. In augustus 2020 zetten opstandige officieren de verkozen president Ibrahim Boubacar Keïta af om een overgangsregering te installeren. In mei 2021 trok vicepresident Goïta alle macht naar zich toe, en in januari werden de aangekondigde verkiezingen voor vijf jaar uitgesteld. Wat het Élysée nog meer op de zenuwen werkt: begin dit jaar werden huurlingen van de bij het Kremlin aanleunende Wagner Group ontplooid in het noorden van Mali. En dat op uitnodiging van Goïta, die Frankrijk al sinds vorige zomer op stang jaagt met zijn Russische connecties. Het kwaad bloed zit namelijk aan weerskanten. Goïta pikt de verwijten over een democratisch deficit niet, zeker niet als die uit de voormalige koloniale metropool komen. Dat de Franse diplomatie debet is aan de zware sancties die de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) tegen Mali uitvaardigde, is ook al niet bevorderlijk voor de bilaterale relaties. Toch is dat niet de grootste frustratie in Bamako.

Na negen jaar oogt de balans van de Franse interventie in de zogenaamde G5 Sahel – Mali, Niger, Burkina Faso, Tsjaad en Mauretanië – bijzonder mager. Minder veiligheid en stabiliteit, meer geweld en burgerdoden, daar komt het op neer. Met 6200 bevestigde doden in 2020 en meer dan een half miljoen vluchtelingen en ontheemden, is Mali het ergst getroffen, maar ook in Niger en Burkina Fasso verspreidt het geweld zich als een olievlek. Vaak gaat het om lokale bendes die onderling vechten om de controle over waterbronnen, graslanden, veestapels, goudmijnen of smokkelroutes. Niet zelden verlopen de conflicten langs eeuwenoude etnische scheidslijnen. Maar de jihadistische dreiging is zeker geen luchtspiegeling. Al-Qaeda en de IS zien in de Sahel een ideale biotoop voor een nieuw kalifaat. Hun regionale filialen Jama’at Nusrat al-Islam wa-al Muslimin en Etat Islamique du Grand Sahara terroriseren niet alleen overheden en burgers maar voeren ook onderling een bloedige machtsstrijd uit.

'West-Afrika is niet langer de speeltuin van Parijs'

Herkoloniseren

‘West-Africa 2022: graveyard of French imperialism?’ Onder die prikkelende titel organiseerde Sahel-specialist Bruce Whitehouse vorige week een internationaal gevolgd seminar aan de Lehigh University in Pennsylvania. Twee openingsbeelden bakenden het onderwerp af. In 2013 werd de Franse president François Hollande in Bamako met bloemen en accolades van euforische burgers onthaald. Serval, de naam van de Franse operatie die zich toen tot Mali beperkte, had een snelle opmars van jihadistische milities richting hoofdstad gestopt. In januari 2022 speelden zich in Bamako heel andere taferelen af. Kolkende menigten trokken door straten met slogans tegen Frankrijk, steunbetuigingen aan de militaire junta en verwelkomingen voor de Russische huurlingen. ’90 procent van de Malinezen wil de Franse militairen weg’, zei Whitehouse op basis van een recente opiniepeiling. ‘De publieke opinie is helemaal gedraaid. In 2013 vroeg Mali zelf om een Franse tussenkomst. Veel Malinezen vonden dat toen niet meer dan logisch, een wederdienst voor de offers die ze tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hadden gebracht. Maar dat hoor je al lang niet meer.’ Wat in Mali ook niet meer wordt geslikt, is de analyse van multilaterale stabilisatie. Interventies zoals Barkhane en Takuba zijn noodzakelijk om de vrije markt, democratie en mensenrechten – concepten die door het Westen na de Koude Oorlog aan Afrika werden opgedrongen – te vrijwaren. ‘Maar jonge Afrikaanse intellectuelen verwerpen dat’, poneerde Whitehouse. ‘Voor hen is het jihadisme in de Sahel een gevolg van de Libische burgeroorlog in 2011. En het Westen zou er bewust op hebben aangestuurd door generaal Khaddafi ten val te brengen, en zichzelf een voorwendsel te bezorgen om West-Afrika te herkoloniseren. Die stellingen klinken door in het discours van de Malinese leiders. Ze beschouwen Frankrijk niet langer als een bondgenoot maar als een vijand.’

Operationele blunders tijdens de Barkhane-missie deden de Franse zaak geen deugd. Het bekendste incident is het bombardement op een Fulani-bruiloft in Bounty, waarbij in 2021 negentien doden vielen. Dat de Franse luchtmacht blijft ontkennen dat het om een vergissing ging, is slecht gevallen. Zeker bij de Fulani, een grote bevolkingsgroep in Noord-Mali die door historische en sociaaleconomische grieven erg vatbaar is voor jihadistische rekrutering. En dan is er nog een perceptiekwestie. In de strijd tegen de jihadistische rebellen hebben de Fransen er alles aan gedaan om de Touareg aan hun kant te krijgen. Dat ligt gevoelig, want de Touareg ijveren al van voor de dekolonisatie in 1960 voor een eigen land in Noord-Mali, Azawad. Veel Malinezen verdenken de Fransen ervan hun land stiekem te willen opbreken en Azawad als een overzeese regio te erkennen.

Supermacht

Vergelijkingen met de Amerikaanse afgang in Afghanistan zijn overdreven, maar de schade voor de Franse diplomatie en vooral voor president Macron is groot. Mali was altijd een hoeksteen van la Françafrique, de voormalige kolonies in West-en Centraal-Afrika. ‘Natuurlijk staan er in de Sahel voor Frankrijk grondstoffen en economische belangen op het spel’, zei Whitehouse. ‘Daarnaast is er de angst voor oncontroleerbare migratiestromen richting Europa. Dat is politiek dynamiet in een presidentiële verkiezingscampagne waarin je slogans hoort over “le grand remplacement”. Maar de voornaamste reden voor de interventie is geopolitiek: West-Afrika is de enige regio waar Frankrijk nog incontournable is en waar het zijn status van supermacht aan ontleent. Dat wil Parijs niet opgeven. Toch is dit een zware klap, die twijfel zaait over het Franse vermogen om veiligheid en stabiliteit te garanderen in West-Afrika.’

Partner Content