Frankrijk is meer dan ooit het geopolitieke gidsland van Europa. Het zijn de Fransen die de leiding nemen in het beveiligen van de zuidelijke flank van Europa, de strijd tegen het terrorisme aanvoeren tot diep in Afrika, en met hun marine aanwezig zijn nabij de strategische koopvaardijroutes van het Midden-Oosten. Het is Parijs dat initiatieven neemt op Europees niveau om tot een evenwichtig partnerschap met Turkije en Rusland te komen, zonder daarbij de bezorgdheden van de Oost-Europese landen uit het oog te verliezen. Ook op de oostflank is het militair aanwezig. Het Franse diplomatieke en militaire apparaat kreunt onder het gewicht van de vele uitdagingen, maar voorlopig houdt het stand.
...

Frankrijk is meer dan ooit het geopolitieke gidsland van Europa. Het zijn de Fransen die de leiding nemen in het beveiligen van de zuidelijke flank van Europa, de strijd tegen het terrorisme aanvoeren tot diep in Afrika, en met hun marine aanwezig zijn nabij de strategische koopvaardijroutes van het Midden-Oosten. Het is Parijs dat initiatieven neemt op Europees niveau om tot een evenwichtig partnerschap met Turkije en Rusland te komen, zonder daarbij de bezorgdheden van de Oost-Europese landen uit het oog te verliezen. Ook op de oostflank is het militair aanwezig. Het Franse diplomatieke en militaire apparaat kreunt onder het gewicht van de vele uitdagingen, maar voorlopig houdt het stand. Na de brexit wordt Frankrijk onvermijdelijk nog prominenter. Dat is niet eens zozeer het gevolg van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, maar vooral van de verzwakking van dat land als economische, politieke en militaire speler. Het Verenigd Koninkrijk zwalpt, en dat is grotendeels het gevolg van het feit dat de brexiteers, met buitenlandminister Boris Johnson op kop, gewrongen zitten tussen nostalgie en realiteit - nostalgie naar het grootse verleden, en de harde realiteit van aftakeling. Het Verenigd Koninkrijk kampt met grote overheidstekorten, tekorten op de handelsbalans, grote schulden bij de gezinnen en een excessieve afhankelijkheid van de diensteneconomie. De enige uitweg blijkt een pijnlijke devaluatie. De bevolking lijdt, en dat dreigt de komende jaren te leiden tot nog meer onrust. De veronderstelling dat de brexit niet noodzakelijk gevolgen hoeft te hebben voor Europese samenwerking op het gebied van veiligheid is fout. De vraag is niet zozeer of de Britten met Europa wíllen blijven samenwerken op het vlak van defensie, het is vooral twijfelachtig of ze dat kúnnen. De Britse krijgsmacht zit op z'n tandvlees. Cruciale investeringen worden uitgesteld. Budgetten voor operaties en oefeningen worden met de kaasschaaf bewerkt. Je ziet demotivatie over de hele lijn, van bij de soldaat tot bij de generaal. De Britten pronken met prestigieuze projecten, zoals het nieuwe vliegdekschip Queen Elisabeth, maar niemand lijkt echt te weten hoe het autonoom ingezet kan worden. De Chinezen lachten zich de voorbije maanden een breuk toen de Britse marine met moeite een fregat ontplooid kreeg in de Zuid-Chinese Zee, en de kranten spotten met het lek in de QE. Waar de Britten in een staat van zinsverbijstering verkeren, blijven de Duitsers op het gebied van defensie terughoudend. Ook de economische macht van Duitsland kent grenzen. De Duitse economie blijft disproportioneel afhankelijk van uitvoer, en dat is een vorm van kwetsbaarheid. Frankrijk is zich bewust van een aantal grote economische gebreken en probeert ze eindelijk aan te pakken. Dat levert een evenwichtiger houding tegenover kwesties zoals handel op. In Berlijn, daarentegen, heerst tot nader order de zelfgenoegzaamheid. Frankrijk heeft dus nog altijd gewicht in de schaal te werpen en heeft het potentieel om Europa mee te leiden - voorlopig toch, want niemand weet wat de volgende verkiezingen zullen brengen. Bij een aantal landen wekt dat argwaan. In België, bijvoorbeeld, probeerden de Fransen nogal onhandig hun economische gewicht te gebruiken om de Rafale-gevechtsvliegtuigen te slijten. Veel kleine EU-lidstaten storen zich aan het Franse nationalisme, aan de politieke steun voor de defensie-industrie en aan de militaire focus op de invloedssfeer bezuiden de Middellandse Zee. In Libië leidde dat in 2011 tot een aanval zonder heropbouwplan na het verdrijven van sterke man Muammar Khaddafi. Macht brengt altijd arrogantie met zich mee, maar toch zit er ook potentieel in het Franse leiderschap. Parijs is zich bewust van zijn nationale belangen, maar ook van zijn limieten. Het beseft zeer goed dat het niet alleen verder kan, dat zijn militaire slagkracht (zijn nucleaire capaciteit dus) niet kan werken zonder steun van andere lidstaten, dat het de Middellandse Zee niet alleen kan beveiligen, en dat Franse bedrijven op termijn ten onder gaan zonder een beter geïntegreerde Europese defensiemarkt. Het Europese defensie-initiatief is daar een concreet voorbeeld van. Interessant is ook dat Frankrijk een bijzonder consistente geopolitieke benadering heeft: de Europese buitenrand moet de prioriteit krijgen. Dat houdt steek. Ondanks enkele kwetsbaarheden is Frankrijk ook een relatief robuuste economie, veel evenwichtiger dan het Verenigd Koninkrijk. Zolang Frankrijk naast zijn belangen zijn beperkingen erkent, is het niet eens zo'n slechte zaak dat het leiderschap toont.