Voor westerlingen is Odessa bovenal een film, versmald tot de kinderwagen die in Pantserkruiser Potjomkin van Sergej Eisenstein hypnotiserend traag 192 trappen afstuitert tijdens het eerste bloedvergieten van de Russische Revolutie in 1905. Catharina de Grote had het anders gewild. Voor haar moest deze plek aan de Zwarte Zee de moderne vitrine van tsaristisch Rusland worden. West-Europese architecten, kunstenaars en vaklui lieten in de negentiende eeuw een charmante stad verrijzen met door platanen omzoomde straten in dambordpatroon en pastelkleurige, neoclassicistische gebouwen. Odessa was het kosmopolitische hart van het rijk, een vrijhandelsoord waar gevluchte slaven, misdadigers, dissidenten, seculiere Joden en avonturiers uit alle windstreken hun toevlucht zochten.
...

Voor westerlingen is Odessa bovenal een film, versmald tot de kinderwagen die in Pantserkruiser Potjomkin van Sergej Eisenstein hypnotiserend traag 192 trappen afstuitert tijdens het eerste bloedvergieten van de Russische Revolutie in 1905. Catharina de Grote had het anders gewild. Voor haar moest deze plek aan de Zwarte Zee de moderne vitrine van tsaristisch Rusland worden. West-Europese architecten, kunstenaars en vaklui lieten in de negentiende eeuw een charmante stad verrijzen met door platanen omzoomde straten in dambordpatroon en pastelkleurige, neoclassicistische gebouwen. Odessa was het kosmopolitische hart van het rijk, een vrijhandelsoord waar gevluchte slaven, misdadigers, dissidenten, seculiere Joden en avonturiers uit alle windstreken hun toevlucht zochten. Het is hier dat de Russisch-Joodse auteur Isaac Babel als negenjarige een pogrom overleefde en in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn beroemde Verhalen uit Odessa schreef, over Joodse bandieten en de zelfkant van het leven. 'Ik herinner me alles nog,' zo schreef hij lang nadat hij naar Moskou was verkast, 'ik voel die stad ook nu nog net zo aan en heb ze nog net zo lief; ik onderga ze als de geur van een moeder, de geur van liefkozingen, woorden, een glimlach.' Een kleine honderd jaar later telt Odessa één miljoen mensen, het is ontdaan van zijn Griekse en Joodse inwoners, maar is bevolkt met nieuwe rijken uit de hele voormalige Sovjet-Unie. Ze komen voor het goede eten, het strand en het milde klimaat maar bovenal voor de van het platteland aangevoerde deernes, die van naaldhakken, lange nagels en véél make-up de standaardoutfit voor vrouwen hebben gemaakt. De wodka, het bier en de lokale wijn vloeien vrijelijk. De stad telt meer stripteasetenten en nachtclubs dan kerken of boekhandels. De terrassen zitten vol jagers van middelbare leeftijd, op zoek naar die ene, voor vandaag of voor altijd. Er zijn borsten en billen voor elke beurs en bevallige huwelijkskandidaten zoeken westerse echtgenoten, met of zonder haar of tanden. De oorlog in het oostelijke Donetsbekken ligt op vijf uur rijden verderop, maar is ook hier onzichtbaar. 'Aanvankelijk waren we erg bang voor de impact van het conflict op Odessa, maar sinds de Krim door Rusland wordt bezet, komen er juist méér toeristen', vertelt een jonge gids. 'En de strijd zelf? We hebben het gelijk aan onze kant, uiteindelijk zullen we winnen. Er vallen nu gemiddeld één à twee slachtoffers per dag, dat is minder dan het aantal verkeersdoden.' In het midden van de zomer vangt in de stad de culturele hoogmis van het jaar aan: het Odessa Internationaal Filmfestival (OIFF), dat onderhand aan zijn achtste editie toe is. Honderden (exclusief vrouwelijke) vrijwilligers staan op vijf locaties negen dagen lang klaar voor meer dan 120.000 toeschouwers. Er zijn drie competities, een professionele filmmarkt, tal van masterclasses, een internationale jury en films uit de hele wereld. De nadruk ligt op internationaal bekroonde prenten, zoals King of the Belgians, de mockumentary van het Belgische regisseursduo Peter Brosens en Jessica Woodsworth, die de Grand Prix van het festival wegkaapte. Ook de regio is goed vertegenwoordigd, met nieuwe aanwinsten uit de Kaukasus, de Balkan en de Baltische Staten. Denis Ivanov (39), een politicoloog uit de separatistische regio Donetsk, was in 2010 een van de oprichters van het festival. 'We hebben een ontzettend lange weg afgelegd', zegt Ivanov. 'Na mijn studie richtte ik in 2000 een distributiemaatschappij op om bekroonde westerse films naar Oekraïne te brengen. Die hadden we hier niet. Toen de Sovjet-Unie in 1991 implodeerde, stortte de economie in en gingen alle bioscopen in het land dicht. In sommige vestigden zich meubelwinkels, andere werden casino's. Het duurde bijna twintig jaar voor daar verandering in kwam, wat betekent dat een hele generatie is opgegroeid zonder ooit naar de film te zijn geweest. En kijk naar de huidige situatie: er zijn 192 bioscopen voor 43 miljoen mensen, ook dat kun je moeilijk veel noemen.' Eerst organiseerden Ivanov en zijn vrienden in Kiev internationale filmweken. Op een dag kregen ze bezoek van Victoria Tigipko, een steenrijke zakenvrouw die getrouwd is met de voormalige voorzitter van de nationale bank en gewezen vicepremier, Sergei Tigipko. Ze stelde voor om een klein filmfestival op te richten, en was bereid de kosten op zich te nemen. 'Ik heb me lang afgevraagd waarom ze ons met zo'n voorstel benaderde. Ach, het antwoord is simpel: gearriveerde zakenmensen hebben op een bepaald moment behoefte aan symbolisch kapitaal, aan sociaal prestige, en dat biedt een dergelijk evenement natuurlijk wel.' De keuze om het festival niet in de hoofdstad maar in Odessa te organiseren, heeft alles met de havenstad zelf te maken. 'Het is het visitekaartje van ons land. Odessa is altijd een populaire badstad geweest waar elke Sovjetburger naartoe wilde, en vroeger had je hier de grootste filmstudio van de hele USSR. Bovendien kent ook iedereen in het Westen de trappen van Pantserkruiser Potjomkin. En sterren als Sylvester Stallone, Johnny Depp en Leonardo Di Caprio hebben een (groot)ouder die hiervandaan komt.' Alle begin is moeilijk, maar voor het festival dat Ivanov opstartte, gold dat dubbel. Om te beginnen: in de twee decennia na de val van de Sovjet-Unie werd in Oekraïne geen enkele fictiefilm gedraaid. De lokale filmprofessionals werkten voor Russische tv-series of ze kwamen aan de kost als reclamefotograaf. 'We toonden in die eerste editie behalve bekroonde internationale producties vooral nieuwe Russische films, in de hoop te kunnen uitgroeien tot het belangrijkste festival van de Russischtalige wereld. Dat objectief hebben we door de oorlog moeten bijstellen. Russische regisseurs uitnodigen is sindsdien zowel politiek als fysiek moeilijk geworden. Bovendien zijn meer dan 200 Russische films nu verboden in Oekraïne, en de lijst groeit nog.' Ook de praktische organisatie van het eerste festival was hard. 'We kregen geen overheidssteun, Victoria's budget was beperkt en we hingen voornamelijk af van giften in natura. Je had hotels die een paar gasten wilden opvangen, restaurants die de internationale jury één dag te eten wilden geven, en een paar bevriende taxichauffeurs die hun auto heel even ter beschikking stelden om mensen op de luchthaven op te pikken. Alles verliep chaotisch, maar de teamspirit was geweldig. We hadden het gevoel dat we iets belangrijks deden.' 30.000 mensen kwamen naar de eerste editie, maar Ivanov en zijn team van vrijwilligers kregen ook bakken kritiek over zich heen. 'Veel mensen zagen de noodzaak niet in van een festival. Het enige wat ze er goed aan vonden, was dat er gratis voorstellingen werden georganiseerd op de Potjomkin-trappen. Dat doen we nog altijd. Als je een eigen filmindustrie uit de grond wilt stampen, moet je een nationaal publiek opbouwen. Dat is in een door politieke en economische problemen geplaagd land als het onze alleen mogelijk als je mensen eerst gratis naar films laat kijken.' Jaar na jaar breidde het festival zich uit, maar in 2014 ging het goed mis. Wat er zich in februari op het Maidanplein in Kiev afspeelde, bracht Ivanov en zijn team in gewetensnood. Meer dan honderd demonstranten werden toen vermoord op bevel van toenmalig president Viktor Janoekovitsj. 'Ik vond dat ik een keuze moest maken. Je kunt niet overdag werken voor mensen als Tigipko, die deel uitmaken van het regime, en 's avonds gaan demonstreren op Maidan. Pas op, Sergej Tigipko is geen graaiende boef zoals zoveel anderen, maar hij had zich veel eerder van Janoekovitsj moeten distantiëren. Daarom ben ik vertrokken.' Victoria Tigipko is tot op vandaag festivalvoorzitter. Wanneer ik haar 's anderendaags ontmoet in haar riante kantoor in het hart van de stad veegt deze ijzeren tante Ivanovs dilemma van tafel. 'Toen we in 2010 begonnen,' zegt ze fel, 'konden we geen enkele Oekraïense film tonen. Dit jaar hebben we 48 kort- en langspeelfilms geselecteerd voor de binnenlandse competitie, en uit het buitenland hadden we 911 inzendingen. Dit festival is voor veel Oekraïners de enige jaarlijkse gelegenheid om films te zien die in Cannes of Berlijn bekroond werden. Alle projecties zijn op voorhand uitverkocht. We zijn goed op weg om het Cannes van het Oosten te worden. En kijk naar de impact van het festival op de stad. Op de website Booking.com is 95 procent van alle hotels volzet, en de modale festivalganger spendeert vele malen meer op restaurant dan de gewone badgast. Was janken en weglopen dan een goed plan, volgens u?' 'En laat me nog iets uitleggen. Mijn echtgenoot was en is een van de weinige mensen in dit land die hun winst altijd opnieuw hebben geïnvesteerd. Een witte raaf, zonder meer, die heeft geprobeerd om het systeem van binnenuit te hervormen. Dat is ook de reden waarom hij zich met zijn partij Sterk Oekraïne kandidaat heeft gesteld voor de presidentsverkiezingen van 2014. Sindsdien concentreert hij zich op TAScombank en het verbeteren van het investeringsklimaat in Oekraïne. Mijn man en ik geloven in de toekomst van ons land. We zijn niet, zoals al die anderen, gevlucht met de centen. Wij timmeren hier aan de weg.' Ivanov werd als festivaldirecteur opgevolgd door Julia Synkevitsj, een doortastende dertiger die haar strepen had verdiend met het organiseren van jazzfestivals in de Krim. 'We hebben in dat eerste jaar, 2014, echt zwarte sneeuw gezien', zucht ze. 'Na Maidan vonden nogal wat mensen dat er geen behoefte meer was aan een festival. En toen de Krim in februari door Rusland werd bezet en de oorlog in Oost-Oekraïne begon, leek het haast frivool om nog aan cultuur te willen doen. Moesten alle budgetten niet worden ingezet om een eind te maken aan het conflict en de Krim te heroveren? Wat velen niet begrepen, was dat je cultuur niet kunt begraven tot het beter gaat. Film, muziek en theater zijn uitingen van identiteit, ze zijn het hart van de natie. Zonder dat is er alleen braakland.' Even zag het ernaar uit dat het festival zou worden opgedoekt, maar toen zetten de filmfestivals van Warschau en Sofia een reddingsactie op het getouw. De festivals van Cannes, Berlijn, Venetië en meer dan honderd regisseurs uit de hele wereld zegden hun steun toe, er werd aan crowdfunding gedaan en uiteindelijk kon het jaarlijkse evenement toch plaatsvinden. 'Maar', meent Synkevitsj, 'het gros van de internationale juryleden kreeg van hun ambassade de raad om weg te blijven. Een kunstenaar, zo heette het, hoort niet thuis in een oorlogssituatie. Gelukkig kwamen regisseur Stephen Frears (o.m. My Beautiful Laundrette, The Snapper en Dirty Pretty Things), regisseur Peter Webber (Girl with a Pearl Earring) en de Ierse acteur Aidan Turner en een aantal producers wél. We probeerden alles zo goed mogelijk te laten verlopen, maar op de voorlaatste dag kwam het nieuws dat een vlucht van Malaysian Airlines was neergeschoten boven Oost-Oekraïne. 300 doden. We hebben toen overwogen om het festival stop te zetten, maar dat zou de slachtoffers niet hebben geholpen. Dus zetten we door, maar ik herinner me de bittere sfeer die er heerste tijdens de prijsuitreiking van dat jaar.' Volgens Synkevitsj hebben de oorlog en de Russische annexatie van de Krim een gigantische impact gehad op het festival en de Oekraïense filmwereld. 'In de eerste paar jaren dat er hier weer films werden gemaakt, werden steevast coproducties opgezet met Rusland. We delen de taal en de Russische afzetmarkt is gigantisch, het was een vanzelfsprekendheid. Maar de gebeurtenissen hebben ons gedwongen tot heroriëntatie. Nu worden allianties gezocht met Europese producers en filminstituten en we stellen vast dat dit de Oekraïense film ontzettend ten goede komt.' In pakweg Polen of Litouwen is er met de steun van de EU veel meer knowhow en ook de financiering ligt makkelijker. 'Weet u, toen de oorlog begon, kon haast niemand geloven dat Moskou hierachter zat. Het voelde alsof je door je eigen familie werd verraden. Onbewust zijn we ook na 1991 een soort van tweederangs-Russen gebleven, het ondergeschoven kind van een machtig, oud geslacht dat alles voor zichzelf opeist. Door de oorlog zagen we in dat de Russische bezetting niet alleen territoriaal is, maar ook mentaal. We hadden geen eigen plek, en nu zijn we gedwongen om die op te eisen.' De laatste jaren zijn er meer en meer Oekraïense films te zien op internationale festivals. Sergej Loznitsa gooide in 2014 hoge ogen met zijn film Maidan en toonde dit jaar in Cannes A Gentle Creature, over een vrouw die in 2016 in Siberië op zoek gaat naar haar gedetineerde echtgenoot. Het meest spraakmakend was The Tribe van Myroslav Slaboshpytskiy, een harde, woordeloze film over het leven in een instelling voor doofstommen. Het Amerikaanse blad The Atlantic noemde het 'de meest hartverscheurende film van het jaar'. Valentyn Vasyanovitsj (46) stond in voor het camerawerk van The Tribe en won dit jaar in Odessa de Fipresci Award voor zijn film Black Level, over een eenzame huwelijksfotograaf die zijn dagen vult met het vastleggen van het geluk van anderen maar die zelf zijn plaats niet vindt in de samenleving. Vasyanovitsj maakte deze film zonder dialogen met een budget van ... 10.000 euro. 'Ik had zin om alles zelf te doen', zegt hij lachend. 'Daarom nodigde ik mijn beste vriend uit om als hoofdpersonage te fungeren. Eigenlijk hebben we gewoon zijn leven in beeld gebracht, compleet met zijn vader in een rolstoel en met zijn langharige kat. Het was perfect mogelijk geweest om subsidie aan te vragen, maar dan was het een heel andere, veel minder intimistische film geworden. Dat wilde ik niet.' Ivanov meent dat de werkomstandigheden voor regisseurs de voorbije jaren ontzettend zijn verbeterd. 'Sinds de oprichting van het Ukranian State Film Agency (USFA) in 2011 heb ik al drie keer financiering gekregen. Formidabel is het feit dat het pitchen transparant gebeurt: alle voorstellen worden gefilmd en zijn op YouTube te bekijken, net als de argumenten van de jury en de bedragen die worden toegekend. Voor een land als het onze, dat opgescheept zit met een Sovjetmentaliteit, is dat revolutionair. En uiteraard betekent het ook dat er veel tegenwerking is. De oude garde van Sovjetregisseurs die verbonden is aan de Dovzhenko-studio vindt dat alleen zij het recht heeft om films te maken. Het allerliefst willen ze het hele jaarlijkse filmbudget inpikken, zonder aan iemand rekenschap af te leggen. Dat is voorbij, die lui krijgen nu nog heel weinig omdat hun voorstellen niet deugen. Maar ze halen wel alles uit de kast om het UFSA te dwarsbomen. Wat het allerbeste werkt, is de directeur en zijn medewerkers van corruptie betichten. Dan wordt automatisch een onderzoek opgestart en ligt de werking van het UFSA voor een hele tijd stil. Dat is al een paar keren gebeurd. Gelukkig is directeur Philip Illienko een capabel man die zich niet in de luren laat leggen en onomkoopbaar is. Waarom ik dat zo zeker weet? Het is de zoon van Yoeri Illienko, een van de allergrootste regisseurs die de Sovjetcinema ooit heeft gekend. Zijn moeder was een bekende actrice en ook zijn oom was een belangrijk figuur in de filmindustrie. Met andere woorden: Illienko heeft de reputatie van een hele familie hoog te houden, dat is veel meer waard dan wat poen.' Vasyanovitsj mag dan jubelen over de Oekraïense filmbusiness, het filmonderwijs baart hem grote zorgen. 'Er is in het hele land maar één school, en die beschikt niet over bekwame leraren of een goed curriculum. Mijn zoon studeert er. Ze hebben er gemiddeld één uur per dag les. Gelukkig is er het internet, en nam de technologie de voorbije jaren een hoge vlucht. Het gros van de studenten doet aan zelfstudie, en met weinig middelen experimenteren ze thuis. Dat zal vast te zien zijn in het werk van de volgende lichting cineasten.'