Ze heeft er nooit om gevraagd, maar Tanja Nijmeijer is in Nederland een beroemdheid geworden. Haar carrière bij de Colombiaanse guerrillabeweging Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) leverde stof voor verschillende boeken en documentaires. In 2010 werd er zelfs een langspeelfilm aan gewijd. Aan mediageilheid van haar kant lag het zeker niet. Een interview versieren met Nijmeijer was voor Nederlandse collega's lange tijd de heilige graal. De gelegenheden waren erg schaars, want Nijmeijer leefde tussen 2002 en 2012 onafgebroken diep verscholen in de Colombiaanse binnenlanden.
...

Ze heeft er nooit om gevraagd, maar Tanja Nijmeijer is in Nederland een beroemdheid geworden. Haar carrière bij de Colombiaanse guerrillabeweging Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) leverde stof voor verschillende boeken en documentaires. In 2010 werd er zelfs een langspeelfilm aan gewijd. Aan mediageilheid van haar kant lag het zeker niet. Een interview versieren met Nijmeijer was voor Nederlandse collega's lange tijd de heilige graal. De gelegenheden waren erg schaars, want Nijmeijer leefde tussen 2002 en 2012 onafgebroken diep verscholen in de Colombiaanse binnenlanden. Nijmeijer was 24 en pas afgestudeerd in de Romaanse talen toen ze zich in Bogota bij de marxistische verzetsbeweging aansloot. Een weloverwogen stap, maar niet alle gevolgen waren te voorzien. Haar familie in het rustige Denekamp moest bij momenten onderduiken om opdringerige cameraploegen te ontwijken. De Nederlandse schrijver en tv-presentator Arjen Lubach schepte in een interview op dat hij als eerstejaarsstudent in Groningen zijn maagdelijkheid had verloren aan de guerrillastrijdster in spe. Nijmeijer had het allemaal niet zien aankomen, net zomin als het feit dat ze tot op heden Colombia niet meer uit kan omdat haar naam op een Interpol-lijst van terrorismeverdachten staat. Hoe valt dat te rijmen met haar actieve rol tijdens de vier jaar aanslepende vredesonderhandelingen die in 2016 een einde maakten aan een halve eeuw burgeroorlog tussen het Colombiaanse leger en de FARC? Dat is een van de verhaallijnen in haar memoires, die Knack in avant-première mocht lezen.Volgens haar moeder, die in Nijmeijers verhaal een tragische bijrol speelt, is het de schuld van Antonia dat ze jarenlang in angst heeft geleefd voor de veiligheid van haar tweede dochter. Nijmeijer leerde de wiskundelerares kennen op een eliteschool in Pereira, waar ze Engelse les gaf om haar stagejaar in Colombia te financieren. Dat Antonia mensen rekruteerde voor de FARC, wist ze toen niet. Ze had zich in Nederland slechts oppervlakkig verdiept in de geschiedenis van Colombia, waar al veertig jaar een vuile oorlog woedde tussen het leger, paramilitairen en linkse rebellenbewegingen. Van Antonia leerde ze dat guerrillastrijders - op dat moment 20.000 bij de FARC en 8000 bij het nog altijd actieve Ejército de Liberación Nacional (ELN) - geen domme boeren waren, die door werkloosheid en honger werden gedreven. Het waren mensen die het niet langer pikten dat alle bodemrijkdommen door de heersende klasse werden weggeroofd, en één procent van de bevolking meer dan 80 procent van het land in bezit had. Of dat verkiezingen in Colombia alleen dienden om de bestaande machtsverhoudingen te bestendigen. Echte veranderingen werden in de kiem gesmoord, desnoods door paramilitairen. Soldaten wisselden na de diensturen van uniform om als premiejagers guerrillastrijders maar ook mensenrechtenactivisten - vaak inheemse boerenleiders - te liquideren. Daarna ging de radicalisering snel. Nijmeijer maakte in Groningen haar studie af terwijl ze in kraakpanden sliep en militeerde voor de trotskistische Internationale Socialisten. Maar Colombia bleef aan haar knagen. Haar derde reis in 2002 werd er een zonder retourticket. Ze twijfelde even tussen de intellectueel elitaire ELN en de massabeweging FARC. Zodra de keuze gemaakt was, debuteerde ze als lid van de FARC-stadsmilitie in de hoofdstad Bogota. Terwijl ze officieel als vertaler werkte, nam ze deel aan acties. Ze stak lijnbussen in brand en legde bommen bij handelaars die weigerden hun revolutionaire belasting te betalen. Die knop had ze dan al omgedraaid: afpersing maar ook cocaïnehandel waren een noodzakelijk kwaad voor het welslagen van de revolutie. Uniek was haar engagement niet, zeldzaam des te meer. De FARC telde 67 buitenlanders, onder wie slechts een handvol Europeanen. Er zitten opvallende hiaten in Nijmeijers relaas. Over de rekrutering van kindsoldaten - volgens Human Rights Watch een wrede specialiteit van het FARC - is ze op zijn zachtst gezegd ontwijkend. Over ontvoeringen, nog een belangrijke bron van inkomsten voor de guerrilla, blijft ze dubbelzinnig. Tegen 2012, het begin van de vredesonderhandelingen, besefte ze dat ontvoeringen rampzalig waren voor het imago van de FARC in binnen- en buitenland. Toch heeft ze in het boek geen woord van medeleven over voor Ingrid Betancourt, de groene presidentskandidate die zes jaar lang in de jungle gegijzeld werd. Haar naam valt slechts twee keer. Nijmeijer hekelt de Britse publieke omroep BBC, die door manipulatieve montage de indruk wekte dat ze rechtstreeks met Betancourt werd geconfronteerd. De onheuse behandeling door zowel Colombiaanse als westerse media is trouwens een subthema in haar memoires. De bekende terrorisme-experte Beatrice de Graaf krijgt een sneer omdat ze Nijmeijer in een boek van kindermoord heeft beschuldigd. Ten onrechte, schrijft ze, want ze zat al lang in de jungle toen het kind bij een aanslag in Bogota omkwam. De spectaculaire bevrijding van Betancourt is dan weer uitsluitend vermeldenswaardig omdat de legerhelikopter vervalste kentekens van het Rode Kruis droeg. Bij die operatie werden nochtans drie Amerikaanse militairen bevrijd die met Nijmeijer een rekening te vereffenen hebben. Jaren eerder, nadat ze pas de stap naar de jungleguerrilla had gezet, was ze door haar FARC-commandant als tolk ingezet bij een propaganda-interview met de drie krijgsgevangenen. Die missie verklaart waarom ze tot op heden onder de slagschaduw van een Amerikaans aanhoudingsbevel leeft. Veel pagina's gaan over het leven in de jungle en de bergen. Marcheren, exerceren of wachtlopen, nu eens in de barre koude, dan weer in de tropische hitte, belaagd door muggen, mijten en mieren, geplaagd door schimmelinfecties en slaapdeprivatie. Niks voor doetjes, al lijkt het de eerste maanden wel een scoutskamp op speed. Er werd in het kampement ook gezongen en theater gespeeld, en sympathiserende professoren gaven laagdrempelige cursussen politieke economie. De grens tussen het maquis en de buitenwereld was volatiel en poreus: vaak leefden FARC-groepen in symbiose met lokale gemeenschappen. Hilarisch is de beschrijving van het verplichte dagelijkse bad in de rivier. Collectief en met ondergoed aan, want de FARC was een preutse club die niettemin tolerant was voor geslachtsverkeer. Zwangerschap was taboe, maar koppels kregen romantisch verlof. Nijmeijer, bij de FARC bekend als Alexandra Nariño of 'la Holandesa', is open over haar liefdesleven in de jungle, maar weerlegt het imago dat haar door de Colombiaanse en Nederlandse pers werd opgekleefd. Een rugzaktoeriste op zoek naar avontuur? Stoeipoes van de FARC-commandanten? Onzin, zegt Nijmeijer. Zonder onwrikbaar idealisme en een ijzeren wilskracht had ze het nooit volgehouden. Dat is aannemelijk, want lang hebben haar wittebroodsweken in de jungle niet geduurd. Nadat vredesonderhandelingen in 2002 voor de zoveelste keer waren mislukt, rolde de nieuwe rechtse president Álvaro Uribe met Amerikaanse steun het Plan Patriota uit. De militaire druk werd opgevoerd, luchtbombardementen zaaiden voortdurend dood en vernieling. Nijmeijer verloor verschillende vrienden en ontsnapte meermaals nipt aan de dood. Bij een van die operaties viel haar dagboek in handen van het leger. Enkele weken later verschenen vertaalde stukken ervan in de Colombiaanse pers, passages waarin ze haar persoonlijke twijfels en interne kritiek de vrije loop gaf. Nijmeijer ontliep nipt de kogel wegens verraad, maar moest lange tijd de hoon en het wantrouwen van haar medestanders ondergaan. Er volgden nog dieptepunten. Na een zwaar bombardement dat het leven kostte aan haar geliefde commandant Mono Jojoy werd wekenlang over haar dood gespeculeerd. Het drama bracht een kentering teweeg. Nijmeijer ging beseffen dat de FARC de oorlog wel kon rekken maar onmogelijk kon winnen. Dat inzicht rijpte ook bij de top van de FARC. De nieuwe leider Timoléon Jiménez, alias Timochenko, voegde haar in 2012 toe aan het team dat eerst in Oslo en daarna in Havana met de Colombiaanse regering over een allesomvattend vredesakkoord zou onderhandelen. Als meertalige woordvoerster werd ze in de Cubaanse hoofdstad belegerd door buitenlandse en vooral Nederlandse media. Terwijl in Colombia de oorlog bleef woeden, vorderden de besprekingen over thema's zoals landhervormingen, ontwapening, machtsdeling, waarheidscommissies en verzoening tergend traag. In Havana staken de eerste twijfels de kop op. Vrouwen vertegenwoordigden 30 procent van de FARC-leden maar hadden aan de top niks te vertellen. Onverteerbaar voor Nijmeijer, die vruchteloos probeerde genderkwesties aan te kaarten. Ze ergerde zich niet alleen aan het machismo maar ook aan de interne machtsstrijd die in de aanloop naar het vredesakkoord was losgebarsten. Het zou bijdragen tot de definitieve breuk, maar Nijmeijer zat eerst wel de hele rit uit. Ze was erbij toen op 26 september 2016 in Cartagena (Colombia) het vredesakkoord werd ondertekend, in aanwezigheid van verschillende Latijns-Amerikaanse presidenten, VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en de Amerikaanse buitenlandminister John Kerry. Op die dag kwam formeel een einde aan een conflict waarvan de balans op 220.000 doden, 80.000 vermisten en 8 miljoen ontheemden wordt geschat. Nijmeijer weet het historische moment goed te vatten: net toen FARC-leider Timochenko in zijn speech vergiffenis vroeg aan de slachtoffers van de guerrilla, kwamen twee Colombiaanse legerjets met oorverdovend geraas laag overvliegen. Een groet aan het vredesakkoord, volgens enkele zeldzame optimisten. Een opgestoken middelvinger van generaals die het akkoord niet zagen zitten, volgens Nijmeijer en de meeste waarnemers. Het boek eindigt somber. Begin 2021 stond de balans al op 280 vermoorde ex-FARC-leden. De beweging had haar wapens zelf ingeleverd, maar de in de akkoorden beloofde tegenprestaties waren goeddeels dode letter gebleven. Het gevolg van een strategische blunder, vindt Nijmeijer, die liever een IRA-scenario had gezien. De Ierse terreurbeweging heeft haar wapens niet aan de Britse autoriteiten overhandigd, maar in verzekerde bewaring gegeven. Beyond use, maar bereikbaar genoeg om als pressiemiddel te dienen. De FARC heeft als politieke partij de verkiezingen in 2019 verpletterend verloren. 'Zeker in de steden is de haat tegen de FARC erg groot', moet Nijmeijer toegeven. Verschillende kopstukken hebben opnieuw de wapens opgenomen, maar in de meeste rebellengebieden hebben paramilitairen of drugsbendes het vrijgekomen terrein bezet. De 43-jarige Nijmeijer woont intussen met haar partner, ook een FARC-veteraan, in Cali, waar ze een landbouwcoöperatieve runnen. Haar innige kinderwens heeft ze definitief opgeborgen, en de hoop om ooit naar Denekamp terug te keren staat op een laag pitje. De Nederlandse diplomatie is weinig toeschietelijk om de Amerikanen tot het intrekken van hun aanhoudingsbevel te bewegen. Haar eigen boekpresentatie bijwonen zit er dus niet in.