Al meteen na het betreden van de gigantische Agora van het Hamburger Bahnhof wordt de bezoeker geconfronteerd met een citaat van Ludwig Wittgenstein. Nee, het is niet het zoveelste voorbeeld van de Duitse neiging om overal filosofen bij te halen. Het begin van zijn Tractatus, 'De wereld is alles wat het geval is', leidt perfect de tentoonstelling in die deze zomer in de Duitse hoofdstad loopt. De wereld is inderdaad de optelsom van alle daarin aanwezige feiten (objecten, mensen, gedachten...). Alle wetenschappers weten dat, maar ze beseffen ook dat het onmogelijk is om al die gegevens tegelijkertijd en in hun onderlinge samenhang te onderzoeken en te beschrijven. En dus delen ze de wereld op in verschillende gebieden en disciplines: natuur versus cultuur, geschiedenis versus heden, de eigen beschaving versus andere.
...

Al meteen na het betreden van de gigantische Agora van het Hamburger Bahnhof wordt de bezoeker geconfronteerd met een citaat van Ludwig Wittgenstein. Nee, het is niet het zoveelste voorbeeld van de Duitse neiging om overal filosofen bij te halen. Het begin van zijn Tractatus, 'De wereld is alles wat het geval is', leidt perfect de tentoonstelling in die deze zomer in de Duitse hoofdstad loopt. De wereld is inderdaad de optelsom van alle daarin aanwezige feiten (objecten, mensen, gedachten...). Alle wetenschappers weten dat, maar ze beseffen ook dat het onmogelijk is om al die gegevens tegelijkertijd en in hun onderlinge samenhang te onderzoeken en te beschrijven. En dus delen ze de wereld op in verschillende gebieden en disciplines: natuur versus cultuur, geschiedenis versus heden, de eigen beschaving versus andere. In de museumwereld voltrok zich een vergelijkbare ontwikkeling. Er kwamen musea voor de antieke, later ook moderne kunst, tempels voor de eigen nationale schatten en voor toen nog 'primitief' genoemde kunst uit niet-westerse landen. In de naoorlogse jaren zette de specialisering en opdeling zich door. Naast musea voor hedendaagse westerse kunst ontstonden er etnologische varianten voor Afrikaanse, Amerikaanse, Aziatische en Australische (Aboriginal) artefacten. Er volgden musea voor toegepaste kunst (mode, design) en voor film en strips. Mastodonten als het Louvre in Parijs en het Metropolitan Museum of Art in New York herbergen bijna al die gebieden, maar presenteren ze voornamelijk in gescheiden afdelingen. Heel overzichtelijk allemaal, maar vooral ook een ongelooflijke vereenvoudiging en dus vertekening van zaken. Nog het meest problematisch is dat vrijwel al onze musea de westerse kunst als vanzelfsprekend centrum presenteren en de rest van de wereld reduceren tot veelal anonieme voetnoten in de schaduw van Manet, Van Gogh en Pollock. Niet-westerse artiesten worden gelukkig niet langer 'primitief' genoemd, maar pas aan het begin van deze eeuw kreeg de Afrikaanse kunst enige zichtbaarheid op een internationale hoogmis als Documenta in Kassel. Na de radicaal revisionistische tentoonstelling Postwar: Art between the Pacific and the Atlantic 1945-1965 in München in 2016 (net als Documenta 11 gemaakt door curator Okwui Enwezor) probeert nu een derde Duitse stad de atlas van de kunst te hertekenen. Het uitgangspunt van Hello World zijn de verzamelde collecties van de vijf musea die deel uitmaken van de National-galerie van de Staatliche Museen zu Berlin - instellingen met verschillende achtergronden en missies die nu voor het eerst hun schatkamers samenvoegen om tot nieuwe inzichten in de ontwikkeling van de moderne kunst te komen. Zo worden via karikaturen uit eerstewereldpropaganda overtuigende parallellen getoond tussen het satirische werk van Weimartekenaar George Grosz (1893-1959) en dat van zijn Indiase tijdgenoot Gaganendranath Tagore (1867-1938) - een klein westers accent in een prachtig overzicht van Indiaas modernisme uit de vorige eeuw. Heel slim springt het curatorenteam om met de lacunes in hun collecties. Ze worden niet verzwegen of weggepoetst, maar als uitgangspunt genomen. Zo kwamen de makers tot de veelzeggende vaststelling hoe weinig moderne of contemporaine Afrikaanse kunst ze in hun gezamenlijke bezit hebben. Dat pijnlijke gat ensceneren ze in vier grote conceptuele bijdragen van hedendaagse kunstenaars die werken maken over de doorwerking van het Europese kolonialisme. Zo toont Astrid S. Klein in haar video's hoe in Kinshasa de blitse sapeurs zich westerse designkleren toe-eigenen en met gebaren, dans en uitdrukkingen een subcultuur ontwikkelen die tegelijk ironisch en zelfbewust commentaar levert bij de voortdurende economische en culturele overheersing van Congo. Peggy Buth illustreert aan de hand van de inventarissen en collecties van koloniale musea - ook dat van Tervuren - de pijnlijke absurditeit van de westerse categoriseringsdrift, die pretendeert de werkelijkheid te beschrijven maar bovenal hiërarchieën bevestigt waarbij witte mensen telkens weer bovenaan staan. België duikt ook op in Berlijn, middels de Brusselse affiche van Le musée imaginaire de Tintin, een visionaire expo uit 1979 over de veelal niet-westerse kunstwerken die Hergé inspireerden bij de verbeelding van de reizen van zijn stripheld. Het is een detail in het absolute hoogtepunt van Hello World: een overrompelend overzicht van beeldhouwwerken dat De denker van Auguste Rodin presenteert naast een qua houding en techniek vergelijkbaar beeld van een aap, en dat voorts meesterwerken van onder meer Constantin Brancusi, Louise Bourgeois, Magdalena Abakanowicz, Vadim Sidur en Parviz Tanavo een inspirerende dialoog met elkaar laat aangaan. Het Antwerpse avant-gardetijdschrift Het Overzicht komt voor in een zaal over het netwerk rond galerie Der Sturm, dat in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog tot in Tokio reikte. Het typeert de tentoonstelling dat ze hier, behalve werk van evenzeer met Der Sturm geassocieerde kunstenaars als Wassily Kandinsky en Hannah Höch, bovenal de Japanse avant-garde toont. Veel vaker kiest Hello World voor nog minder bekende parcours en exposés: het Mexicaanse surrealisme en de lokale volkskunst, hoe motieven uit de Noord-Amerikaanse inheemse productie er de moderne kunst beïnvloedden, Joegoslavische computer- en performancekunst, de Armeense diaspora - telkens in zo'n uitputtende rijkdom gepresenteerd dat deze opstellingen misschien nog het best ervaren kunnen worden als aparte tentoonstellingen. In dezelfde Agora waar het Wittgensteincitaat aan de muur prijkt, hangt boven de hoofden van de bezoekers een al even programmatische uitspraak van Mladen Stilinovic: 'An Artist Who Cannot Speak English Is No Artist'. Het is een snijdend commentaar op de culturele ongelijkheid van onze tijd, maar zelf natuurlijk ook in het Engels geformuleerd. Het is een illusie dat in onze superdiverse en hypergeconnecteerde wereld de beste kunstenaars vanzelf komen bovendrijven. Nog altijd is het makkelijker om het te maken vanuit New York of Londen dan vanuit Kinshasa, Caracas of Kiev. Een tentoonstelling als Hello World herinnert ons niet alleen aan dat fundamentele onevenwicht, ze trekt vooral ook sporen door onze geschiedenissen die we niet eerder bewandelden, inspirerende manieren om de wereld te zien als nieuw.