Kijken mag, aankomen niet. Dat is wat de Thebaanse held Actaeon in een vlaag van overmoed moet hebben gedacht toen hij tijdens het jagen plots de godin Diana en haar nimfen in hun blootje zag baden in het bos. Vol wellust en haast instinctief laat de knappe, jonge edelman zijn blik vallen op haar bleke borsten en billen. Alleen heeft de timide, maagdelijke Diana het niet op zijn indringende blik begrepen. Vol afschuw tracht ze zich alsnog te bedekken, maar de zonde is geschied en haar toorn gewekt. Actaeon wordt omgetoverd in een hertenbok en verscheurd door zijn eigen jachthonden, die hun baasje niet herkennen.
...

Kijken mag, aankomen niet. Dat is wat de Thebaanse held Actaeon in een vlaag van overmoed moet hebben gedacht toen hij tijdens het jagen plots de godin Diana en haar nimfen in hun blootje zag baden in het bos. Vol wellust en haast instinctief laat de knappe, jonge edelman zijn blik vallen op haar bleke borsten en billen. Alleen heeft de timide, maagdelijke Diana het niet op zijn indringende blik begrepen. Vol afschuw tracht ze zich alsnog te bedekken, maar de zonde is geschied en haar toorn gewekt. Actaeon wordt omgetoverd in een hertenbok en verscheurd door zijn eigen jachthonden, die hun baasje niet herkennen. Moraal van het mythologische, royaal met seks en geweld geparfumeerde verhaal? Als vent let je maar beter op wanneer je vrouwen meent te moeten begluren, en zeker wanneer het schroomvallige godinnen betreft. Het is wat de Romeinse dichter Ovidius al schreef in zijn Metamorfosen en wat de Venetiaanse renaissancemeester Titiaan met brede stroken, kwieke kleuren en voyeuristisch genoegen vertaalt in zijn grandioze doek Diana & Actaeon. Het is een tafereel waar de erotiek, spanning en picturale goesting van afdruipt, en dat deel uitmaakt van de zogeheten 'poesies', een reeks van zeven verhalende, door Ovidius geïnspireerde olieverfschilderijen die Titiaan maakte tussen 1551 en 1575, in opdracht van de Spaanse koning Filips II, opvolger van keizer Karel. Voor het eerst in vier eeuwen zijn die 'poesies', zo genoemd omdat ze moesten werken als visuele gedichten, nu samen te bewonderen in de National Gallery in Londen. En dat tijdens de toepasselijk getitelde expo Love, Desire, Death, die nog loopt tot midden januari 2021. Het is een kunsthistorisch privilege dat zelfs Titiaan nooit te beurt viel, aangezien hij zijn doeken één voor één opstuurde naar Filips II, zonder dat hij zelf ooit een voet in Spanje zette. De werken komen uit de National Gallery, het Prado in Madrid en het Isabella Stuart Gardner Museum in Boston, maar ook de Londense Wallace Collection werkte voor de unieke gelegenheid mee. Voor de allereerste keer besloot het twee kilometer verderop gelegen museum om het derde werk uit de serie, Perseus en Andromeda (1554-'56), uit te lenen - waarmee het ingaat tegen zijn eigen voorwaarden van het legaat. Het resultaat is een zaal vol zinnenprikkelende schilderkunst van het hoogste niveau, met werken die Titiaans antwoord waren op Michelangelo's Sixtijnse kapel, en door Lucian Freud, de belangrijkste, Britse portretschilder van na de Tweede Wereldoorlog, onomwonden 'de mooiste schilderijen ter wereld' werden gedoopt. We weten niet veel over de privépersoon Titiaan - wat vreemd is voor de meest gevraagde en kosmopolitische aller renaissancemeesters -, maar één ding is zeker: de man hield van vrouwen. Van blote vrouwen, vooral. Hij adoreerde hun lichamen, hun sensualiteit, hun uitstraling en bracht ze met zo veel zin in beeld dat je bij momenten de indruk hebt dat je in een hoogculturele peepshow bent beland. Zeker in zijn 'poesies' windt hij er weinig doekjes om, figuurlijk maar ook letterlijk. Alsof hij zijn vrome patroon Filips II, van wie hij zo goed als carte blanche kreeg, wil plagen, prikkelen en provoceren. Kijk maar naar zijn Danaë (1551-'53), de eerste 'poesie', waarop vele varianten bestaan. Poedelnaakt ligt de moeder van de halfgod Perseus op haar rug te wachten als een Venetiaanse seksslavin op haar volgende klant, terwijl haar dienstmeid de gouden vlokken tracht op te vangen waarmee oppergod Jupiter haar lijf besprenkelt. Ook in Diana & Callisto (1556-'59), het vijfde canvas uit de reeks, doorprikt Titiaan de mythische erotiek met aardse zondigheid wanneer je tussen al het menselijke bloot plots de bolle buik van Diana's maagdelijke metgezellin Callisto opmerkt, die kennelijk haar zwangerschap probeerde te verbergen nadat ze door Zeus was verkracht. Het is alsof Titiaan, de oude, Venetiaanse vrouwengek, sekswerkers in een goddelijke maar niets verhullende voile drapeert. Maar dan met zo veel finesse dat het nooit louter mannelijke fantasmes worden. Het zijn échte vrouwen, vol karakter en gravitas, geschilderd naar levend, vlezig model en badend in warm, mediterraan licht. Bovendien weet Titiaan als geen ander zijn levendige palet te dopen in weemoed en verlangen. Je ziet het in de contouren van zijn beproefde, haast choquerend menselijke personages, maar ook in zijn epische hemels en landschappen. In Venus en Adonis (1553-'54), een van zijn populairste composities waarvan er zo'n dertig zestiende-eeuwse varianten bestaan, klampt de verliefde godin zich vast aan haar minnaar. Instinctief lijkt ze te voelen welk lot hem te wachten staat, maar toch ontrukt Adonis zich aan haar om opnieuw met zijn vrienden te gaan jagen, met alle fatale gevolgen van dien. In het nog overweldigender canvas De Verkrachting van Europa (1559-'62), Titiaans zesde Ovidiusillustratie, zie je de Griekse prinses hulpeloos achterover liggen tegen Jupiter, die de vorm van een stier heeft aangenomen en van plan is haar te ontvoeren. Je voelt haar angst voor het massieve beest dat je recht aankijkt met zijn bruine, onverschillige ogen. Titiaan doet alvast weinig moeite om te verhullen dat het om een brutale verkrachting gaat, maar ondanks alle sinistere seksualiteit wordt de aandacht in eerste instantie opgezogen door misschien wel de meest rokerige en priemende hemel uit de kunstgeschiedenis. Het is een bevreemdend, verontrustend meesterwerk dat meer is dan een mythologische rêverie. Het is een schilderij dat de naakte essentie van Ovidius' Metamorfosen op een atmosferische, tactiele en instinctief geborstelde manier blootlegt, en haast fysiek voelbaar maakt dat mensen weinig meer zijn de (seks)speeltjes van de luimige goden. Indertijd werd weleens beweerd dat Tiziano Vecellio, geboren in Pieve di Cadore, een dorpje aan de voet van de Dolomieten, 104 was toen hij in 1576 stierf. Vermoedelijk was hij ergens in de negentig toen hij het tijdelijke voor het eeuwige wisselde. Feit is dat hij stukken langer heeft geleefd dan in de zestiende eeuw gebruikelijk was, en vanaf zijn twintigste een ongezien succesvolle schilderscarrière had die zeven decennia overspande. Niet alleen overleefde hij tal van lumineuze tijdgenoten, onder wie Michelangelo, Da Vinci en Rafael, het goddelijke triumviraat van de Italiaanse renaissance. Hij overschaduwde ook de stormachtige Giorgione, die een medeleerling was in het atelier van de broers Bellini waar hij school liep, het schilderen met olie op doek introduceerde en van wie hij (vermoedelijk) verschillende werken afwerkte nadat die al in 1510 aan de pest was overleden. Door die lange staat van dienst kon Titiaan een enorme invloedssfeer uitbouwen. Ook zijn internationale clientèle droeg daartoe bij. Hij werkte ook voor keizer Karel V, voor paus Paulus III, voor het hof van Urbino en voor tal van Venetiaanse dogen. Geen wonder dat hij een enorme invloed had op Velasquez, Rubens en Rembrandt, de drie grootste postrenaissanceschilders van buiten Italië. Hollands glorie Rembrandt van Rijn modelleerde een van zijn zelfportretten naar Titiaans al in 1509 geschilderde Portret van een Man, dat ook in de National Gallery te bewonderen valt. Diego Velasquez ontdekte diens luxueuze, vooral op kleur en sfeer drijvende stijl in de collectie van het Spaanse hof. En Rubens, de barokke Vlaamse fetisjist van menselijk vlees, kopieerde verschillende van zijn doeken. Met een beetje goede wil, en de nodige kunsthistorische argumenten, zou je Titiaan daarom de invloedrijkste schilder aller tijden kunnen noemen. Of toch degene die aan de wieg stond van het basisidee van wat westerse schilderkunst behelst. Zijn tijdgenoten noemden hem alvast 'de zon tussen de kleine sterren', refererend aan een vers uit Dante's Goddelijke Komedie. Toen Titiaan als jongeling kwam piepen, zo rond 1506, was olie op doek een gloednieuw concept waarmee je voor het eerst realistische perspectieven en reflecties kon weergeven, en was elk schilderij bij uitbreiding een wetenschappelijk experiment. Toen hij in 1576 stierf, was olieverf de norm geworden en had Titiaan de spelregels van de visuele representatie bepaald. Tegelijk was zijn stijl, die continu evolueerde maar waarin kleur en textuur altijd primeerden op ontwerp, ook iets dieper, emotioneler, losser en abstracter. Geen wonder dat ook romantische, realistische, modernistische en zelfs hedendaagse kunstenaars - van Delacroix, Courbet en Degas tot Bacon, Freud en Richter - vol bewondering naar zijn werk keken. Voeg daar nog zijn welstand aan toe: hij domineerde de Europese kunstmarkt van de zestiende eeuw. Plus het feit dat hij een welbespraakte man was die de hoogste Venetiaanse en Habsburgse kringen frequenteerde. En het blijft bizar dat Titiaan vandaag de dag niet de faam van Michelangelo of Da Vinci geniet, ook al kun je claimen dat zijn tentakels artistiek verder reikten. Hij heeft geen toeristische 'hits' als de Sixtijnse kapel of de Mona Lisa op zijn cv, al komen zijn 'poesies' en zijn Frari-altaar in Venetië dicht in de buurt. Hij was ook nooit de verpersoonlijking van het bevlogen renaissancegenie, wellicht omdat hij door zijn uitzonderlijk lange carrière een 'ouder imago' had. Bovendien liet hij zich nooit op straffe quotes betrappen, in tegenstelling tot Michelangelo. Nadat die laatste een van Titiaans Danaëportretten had gezien, merkte hij giftig op dat 'het spijtig was dat Titiaan niet kon tekenen', ook al toonden de twee doorgaans waardering voor elkaar. Hoewel het speculeren blijft en de biografische gegevens schaars zijn, had Titiaan wellicht een discretere persoonlijkheid dan veel van zijn temperamentvolle tijdgenoten. Zijn vriend, de dichter Pietro Aretino, merkte op dat hij altijd een gentleman was en fijne manieren had bij de dames. Bovendien bleef Titiaan, ondanks zijn status en succes, altijd wel ergens een buitenbeentje. Geografisch, aangezien hij uit Venetië kwam en niet uit Toscane of Rome, wat de hotspots van de renaissance waren. Maar ook stilistisch, met zijn nadruk op 'colorito' (kleur en textuur) in plaats van 'disegno' (compositie en ontwerp). In tegenstelling tot Michelangelo en Rafael, die meer cerebraal te werk gingen, ontwierp Titiaan zijn schilderijen niet. Hij liet ze spontaan en organisch ontstaan, met lossere, driftige toetsen. Ook in zijn 'poesies' zie je brede stroken en smeuïge klodders, subtiele pigmenten en kronkelige contouren waaruit de meest levendige personages komen gekropen, alsof je Titiaans puur fysieke plezier van het schilderen, van het vervormen van de regels, van het spelen met de conventies kunt voelen. Hoewel de Venetiaanse virtuoos ook tal van religieuze altaarstukken en statige portretten van pausen, edellieden en jonkvrouwen schilderde, zijn de zeven 'poesies' die hij in opdracht van Filips II maakte misschien wel zijn puurste, meest intense en originele werken. Niet alleen omdat het van de allereerste schilderijen zijn die een antiek, literair verhaal op een puur plastische manier vertellen. Of omdat ze het culminatiepunt vormen van verschillende technieken. Ze zijn ook grensverleggend omdat ze zo onomwonden seksueel zijn, alsof Titiaan, die al in de zestig was toen hij aan zijn Ovidiusillustraties begon, zijn eigen lusten kon kanaliseren, nu hij van zijn genereuze opdrachtgever toch vrij spel kreeg.Je voelt de obsessie met seks, met dierlijke driften, met fysieke onderwerping en adoratie, in die mate dat zelfs Rubens en de oude Picasso er rode oortjes van zouden krijgen. Toch blijft de aankleding telkens deftig en op geen enkel moment wordt het een theater van decadente vulgariteiten, waarbij Titiaan het motto Tease, don't please lijkt te huldigen. Zijn vrouwen zijn ook nooit louter lijven gevangen in een door mannen ontworpen, misogyne kooi, integendeel. Het zijn trotse en complexe heldinnen, ook al zijn ze vaak schaamteloos naakt, op het expliciete af. Daardoor druipen de hormonen in dikke geuten van de doeken. Maar het zou onfair en simplistisch zijn om de 'poesies' daarom te reduceren tot erotische genrestukken met een mythologisch schaamlapje aan. Daarvoor schuilt er te veel geweld in, een thema waar Titiaan evenmin vies van was - hij was getuige van talloze conflicten tussen rivaliserende stadstaten en adellijke clans. In De Verkrachting van Europa voel je de seksuele horror die zal komen onder een intens dramatische hemel. Over Venus en Adonis hangt een lugubere schaduw van naderend onheil. En dan is er nog De Dood van Actaeon (1559-'75), zijn zevende en laatste 'poesie', die nooit zijn atelier verliet en door zijn leerlingen werd voltooid na zijn dood - al beweren sommige kunsthistorici dat het zelfs nooit volledig werd afgewerkt. Het is met voorsprong het donkerste doek uit de reeks. Qua kleur, met zijn sombere bruin- en okertinten en zijn strakkere lijnen. Maar ook qua thematiek, met zijn fatalistische en contemplatieve teneur. Het is de tragische conclusie van het eerdere werk Diana en Actaeon, en toont hoe de vluchtende Actaeon wordt gestraft voor zijn voyeurisme en door toedoen van Diana wordt verscheurd door zijn eigen jachthonden. Is het louter een illustratie van een passus uit Ovidius' epische gedicht over de grillen van de goden? Of is het een met schuld doordesemde meditatie van de bejaarde Titiaan over zijn eigen seksuele verlangens, zijn onstilbare creatiedrift en zijn nakende dood? Indien het dat laatste is - zelfs hij viel uiteindelijk ten prooi aan de pest -, dan is het in elk geval een gesmoorde maar indringende cri du coeur. Het is een werk dat een kunstenaar onthult die zelfs op vergevorderde leeftijd (wie weet was hij effectief wel 104) nog altijd meer wilde. Meer kleur, meer drama, meer leven. Voor de slechte verstaander: ook al telt de expo Love, Desire, Death amper zeven werken, qua picturale poëzie, sensuele schoonheid en kunsthistorische relevantie gaat geen enkele tentoonstelling er dit vermaledijde jaar nog over.