De verwerping is vooral een duidelijk vingerwijzing naar naar de Turkse beslissing om met troepen tussenbeide te komen in Libië, zo duidde Borrell.

"Aanhoudende buitenlandse inmenging wakkert de crisis aan. Hoe meer de Libische strijdende partijen vertrouwen op buitenlandse militaire bijstand, hoe meer ze externe actoren onrechtmatige invloed geven op soevereine Libische beslissingen, ten koste van de nationale belangen en de regionale stabiliteit", zo staat in de verklaring.

Borrell maakte er geen geheim van dat de Europeanen daarmee Turkije viseren. President Recep Tayyip Erdogan kondigde het voorbije weekend de ontplooiing van troepen in Libië aan. "We verwerpen dit. Het vergroot onze ongerustheid over de situatie in Libië", zei de Spanjaard na afloop van het beraad met de Duitse minister Heiko Maas, diens Franse ambtgenoot Jean-Yves Le Drian, de Brit Dominic Raab en de Italiaan Luigi Di Maio.

De hoge vertegenwoordiger van het Europees buitenlands beleid had dinsdag normaliter naar Libië gereisd, maar de veiligheidssituatie ter plaatse liet dat niet toe. Hij kwam dan maar met de vier ministers samen in Brussel om de militaire escalatie aan de zuidelijke grens van de Europese Unie te bespreken. In hun verklaring vragen de vijf bewindslui de onmiddellijke stopzetting van de vijandelijkheden rondom de hoofdstad Tripoli en elders in het land en ze dringen aan op een hervatting van de politieke onderhandelingen, onder bemiddeling van de Verenigde Naties.

"Er is geen militaire oplossing voor de Libische crisis. Een langdurig conflict zal gewone mensen enkel maar meer miserie berokkenen, de verdeeldheid versterken, het risico van een opdeling vergroten, instabiliteit over de regio verspreiden en de dreiging van terrorisme versterken", vrezen de ministers.

De Europeanen vragen ook respect voor het VN-wapenembargo tegen het land. De voorbije jaren droeg de Europese militaire missie Sophia bij aan de handhaving van het embargo, maar de missie, die in het leven werd geroepen om de mensensmokkelaars op de Middellandse Zee te bekampen, beschikt sinds vorige lente niet meer over oorlogsschepen.

In Libië woedt een verbeten strijd tussen de door de VN erkende regering van nationale eenheid in Tripoli en generaal Khalifa Haftar, die het oosten van het land onder controle heeft. Zijn Libische Nationale Leger lanceerde vorige lente een offensief richting de hoofdstad en boekte de voorbije weken grote terreinwinst.

Zo kwam de strategisch gelegen stad Sirte maandag onder controle van troepen van Haftar, die de steun geniet van Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Rusland. Om de belaagde regering van nationale eenheid van premier Fayez al-Sarraj te ondersteunen, besloot Turkije troepen naar het land te sturen. Erdogan ontvangt woensdag de Russische president Vladimir Poetin in Ankara.

In het Noord-Afrikaanse land heerst chaos sinds de revolutie in 2011 waarbij dictator Moammar Kadhafi afgezet werd. Het maakt van het Noord-Afrikaanse land een ideaal speelveld voor allerhande milities en gewapende groepen, en een uitvalsbasis voor veel Afrikaanse migranten die de oversteek naar Europa willen wagen. Ook jihadistische organisaties zoals IS maken van de chaos gebruik om zich in het land te verschuilen.

De verwerping is vooral een duidelijk vingerwijzing naar naar de Turkse beslissing om met troepen tussenbeide te komen in Libië, zo duidde Borrell."Aanhoudende buitenlandse inmenging wakkert de crisis aan. Hoe meer de Libische strijdende partijen vertrouwen op buitenlandse militaire bijstand, hoe meer ze externe actoren onrechtmatige invloed geven op soevereine Libische beslissingen, ten koste van de nationale belangen en de regionale stabiliteit", zo staat in de verklaring. Borrell maakte er geen geheim van dat de Europeanen daarmee Turkije viseren. President Recep Tayyip Erdogan kondigde het voorbije weekend de ontplooiing van troepen in Libië aan. "We verwerpen dit. Het vergroot onze ongerustheid over de situatie in Libië", zei de Spanjaard na afloop van het beraad met de Duitse minister Heiko Maas, diens Franse ambtgenoot Jean-Yves Le Drian, de Brit Dominic Raab en de Italiaan Luigi Di Maio. De hoge vertegenwoordiger van het Europees buitenlands beleid had dinsdag normaliter naar Libië gereisd, maar de veiligheidssituatie ter plaatse liet dat niet toe. Hij kwam dan maar met de vier ministers samen in Brussel om de militaire escalatie aan de zuidelijke grens van de Europese Unie te bespreken. In hun verklaring vragen de vijf bewindslui de onmiddellijke stopzetting van de vijandelijkheden rondom de hoofdstad Tripoli en elders in het land en ze dringen aan op een hervatting van de politieke onderhandelingen, onder bemiddeling van de Verenigde Naties. "Er is geen militaire oplossing voor de Libische crisis. Een langdurig conflict zal gewone mensen enkel maar meer miserie berokkenen, de verdeeldheid versterken, het risico van een opdeling vergroten, instabiliteit over de regio verspreiden en de dreiging van terrorisme versterken", vrezen de ministers. De Europeanen vragen ook respect voor het VN-wapenembargo tegen het land. De voorbije jaren droeg de Europese militaire missie Sophia bij aan de handhaving van het embargo, maar de missie, die in het leven werd geroepen om de mensensmokkelaars op de Middellandse Zee te bekampen, beschikt sinds vorige lente niet meer over oorlogsschepen. In Libië woedt een verbeten strijd tussen de door de VN erkende regering van nationale eenheid in Tripoli en generaal Khalifa Haftar, die het oosten van het land onder controle heeft. Zijn Libische Nationale Leger lanceerde vorige lente een offensief richting de hoofdstad en boekte de voorbije weken grote terreinwinst. Zo kwam de strategisch gelegen stad Sirte maandag onder controle van troepen van Haftar, die de steun geniet van Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Rusland. Om de belaagde regering van nationale eenheid van premier Fayez al-Sarraj te ondersteunen, besloot Turkije troepen naar het land te sturen. Erdogan ontvangt woensdag de Russische president Vladimir Poetin in Ankara. In het Noord-Afrikaanse land heerst chaos sinds de revolutie in 2011 waarbij dictator Moammar Kadhafi afgezet werd. Het maakt van het Noord-Afrikaanse land een ideaal speelveld voor allerhande milities en gewapende groepen, en een uitvalsbasis voor veel Afrikaanse migranten die de oversteek naar Europa willen wagen. Ook jihadistische organisaties zoals IS maken van de chaos gebruik om zich in het land te verschuilen.