De tegenstelling is klassiek: het parlement probeert traditiegetrouw meer geld uit de brand te slepen, de lidstaten proberen steevast de uitgaven in te tomen. Dat is dit jaar niet anders. Het parlement verdedigt een budget van 159,1 miljard euro en vraagt meer middelen voor de aanpak van klimaatverandering en jeugdwerkloosheid, Erasmus+ en onderzoek en ontwikkeling. De regeringen houden het op 153,1 miljard euro. Ze bepleiten ook voldoende marge voor onvoorziene uitgaven, zoals de gevolgen van een harde brexit.

Beide kampen hebben nog tot maandag middernacht om tot een overeenkomst te komen. Gebeurt dat niet dan moet de Europese Commissie een nieuw voorstel op tafel leggen.