Op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in 2015 keurde een meerderheid van de lidstaten een verplicht spreidingsplan goed, maar de drie Oost-Europese landen weigerden om eraan deel te nemen.

Het tijdelijke spreidingsplan moest de druk weghalen bij Italië en Griekenland, de twee toegangspoorten tot Europa. De lidstaten kregen quota opgelegd over het aantal vluchtelingen - vooral uit Syrië en Eritrea - dat ze moesten overnemen. Hongarije, Polen en Tsjechië waren van bij de start tegen het plan gekant en kwamen hun verplichtingen niet na. Tsjechië nam slechts 12 vluchtelingen op, Hongarije en Polen lieten niemand overbrengen.