Van het noordelijk front geen nieuws: waarom Belarus nog steeds niet meevecht in Oekraïne

Aleksandr Loekasjenko ontmoet Vladimir Poetin in Moskou (maart 2022) © Anadolu Agency Anadolu Agency via Getty Images
Jeroen Zuallaert

Sinds het begin van de oorlog lijkt Belarus zich voor te bereiden om aan de Russische zijde in Oekraïne te vechten. Toch blijft de aanval uit. Hoe komt dat?

Aleksandr Loekasjenko is geen man van de rechte lijn. De president van Belarus, vaak weggezet als ‘Europa’s laatste dictator’ heeft de gewoonte om als een windvaan mee te buigen naargelang van de politieke wind. Maar zelfs naar zijn eigen kronkelende normen rijdt Loekasjenko de voorbije maanden een uiterst bochtig parcours.

Officieel is Loekasjenko een absolute voorstander van de Russische invasie van Oekraïne. Tijdens een zitting van de Belarussische Veiligheidsraad eind februari beweerde Loekasjenko dat Oekraïne op het punt had gestaan om Belarus aan te vallen, en dat Rusland Belarus dus gered had. Aan het begin van de oorlog verzekerde hij de wereld ervan dat Kiev binnen de drie à vier dagen zou vallen. In lijn met de Russische propaganda stelt hij de oorlog voor als een ‘speciale militaire operatie’ die Oekraïne moet ‘denazificeren’.

Maar algauw bleek het Oekraïense verzet weerbarstiger dan verwacht. Sindsdien blaast Loekasjenko warm en koud. In maart werden er aan de Belarussisch-Oekraïense grens onderhandelingen gehouden – zonder resultaat.

In mei klaagde Loekasjenko erover dat het conflict bleef aanslepen, en schoof hij zichzelf naar voren als mogelijke onderhandelaar. Maar tegelijk kondigde hij aan dat Belarussische vliegtuigen omgebouwd zullen worden zodat ze weldra Russische kernwapens kunnen dragen, en hield het Belarussische leger al militaire oefeningen aan de Oekraïense grens. Op 16 oktober kondigde Loekasjenko aan dat Belarus weldra 9000 Russische soldaten zou verwelkomen.

Lees verder onder het kadertje

En toch blijft de grote aanval uit. Als een milicien die op het moment suprême steevast klaagt over een pijnlijke rug, zo vindt Loekasjenko telkens een reden om niet tot de aanval over te gaan.

Aanvankelijk was de deelname van Belarus ‘niet nodig’, vond hij, want Rusland zou toch snel Oekraïne overwinnen.

Toen Poetin eind september een ‘gedeeltelijke mobilisatie’ aankondigde, reageerde Loekasjenko dat Belarus geen intentie had om te volgen. Begin oktober riep Loekasjenko op tot een mobilisatie – ‘om te helpen in de landbouw,’ voegde hij er snel aan toe.

Op 10 oktober waarschuwde Loekasjenko dat het Westen erop uit is om ‘militaire muiterij’ te organiseren en terreur te zaaien in Belarus. Die bewering bleek vooral een retorische handigheid: bij dergelijke ongekende dreiging zou het onverantwoord zijn om Belarussische soldaten naar Oekraïne te zenden.

Loekasjenko schouwt de Belarussische troepen tijdens de Zapad-oefeningen, in 2017.
Loekasjenko schouwt de Belarussische troepen tijdens de Zapad-oefeningen, in 2017. © AFP Contributor AFP via Getty Images

Mede-agressor

Loekasjenko’s politieke dribbels kunnen niet verhullen dat Belarus nu al volop meewerkt aan de Russische invasie. Sinds de beginfase van de oorlog wordt Belarus gebruikt als logistiek knooppunt. Aan het begin van de invasie werd Kiev aangevallen vanuit Belarus. Volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten werden in de eerste week van de oorlog maar liefst 70 van de 480 raketten vanuit Belarus gelanceerd. Gewonde Russische soldaten worden verzorgd in Belarussische ziekenhuizen. Russische rekruten worden vermoedelijk getraind op Belarussische bases. ‘Belarus is een mede-agressor in Oekraïne’, benadrukt voormalig Belarussisch diplomaat Pavel Sloenkin, die vandaag beleidsanalist is bij de European Council on Foreign Relations. ‘Het is medeverantwoordelijk voor wat het Russische leger in Oekraïne doet.’

Lange tijd gold Loekasjenko als de volmaakte evenwichtskunstenaar. Via Rusland verzekerde hij zich van goedkope olie en gas, terwijl hij tegelijk ook met Europa economische banden probeerde uit te bouwen. Maar sinds de presidentsverkiezingen van 2020 is die oefening voorbij. Bij die verkiezingen leed Loekasjenko een verpletterende nederlaag. Pas nadat Rusland Belarus te hulp was gekomen, slaagde Loekasjenko erin de maandenlange grootschalige protesten te onderdrukken. ‘Sinds 2020 is Loekasjenko volledig afhankelijk van Poetin’, zegt Sloenkin. ‘Zijn regime blijft enkel overeind door de Russische veiligheidsdiensten. Loekasjenko is niet in de positie om Poetin ook maar iets te weigeren.’

Geen militair voordeel

Het leger van Belarus is relatief klein, en minder goed getraind en bewapend dan het Russische leger, en heeft geen enkele gevechtservaring. Militaire experts schatten dat Belarus ongeveer 10.000 enigszins gevechtsklare soldaten zou kunnen inzetten. ‘Dat is te weinig om een beslissende rol te spelen in de oorlog in Oekraïne’, zegt Sloenkin. ‘Het zal Rusland geen stap dichter bij de overwinning brengen.’

Bovendien zou het zenden van het leger ook voor grote binnenlandse problemen zorgen. In tegenstelling tot Rusland, waar de oorlog in Oekraïne bij een aanzienlijk deel van de bevolking gesteund wordt, hebben Belarussen maar weinig appetijt om het Russische broedervolk te hulp te schieten. Volgens een peiling van de Britse denktank Chatham House steunt slechts drie procent van de bevolking het idee om het Belarussische leger naar Oekraïne te sturen om Rusland te helpen. ‘Loekasjenko heeft die troepen nodig in eigen land’, benadrukt Sloenkin. ‘Hij snapt dat hij geen enkele legitimiteit heeft als staatshoofd, en dat onpopulaire maatregelen een nieuwe protestgolf kunnen veroorzaken. Als het leger naar Oekraïne wordt gezonden om te vechten, heeft Loekasjenko minder volk om protesten te onderdrukken. Loekasjenko hoopt dat Poetin hem nooit de vraag zal stellen om het Belarussische leger naar Oekraïne te zenden – want hij zal niet kunnen weigeren.’

Bovendien heeft Oekraïne zich ondertussen veel beter voorbereid op een mogelijke inval vanuit Belarus. Het gros van de bruggen in het grensgebied is opgeblazen, er zijn landmijnen aangebracht en de verdedigingslijnen zijn versterkt. Bovendien beschikt het Oekraïense leger nu over veel betere wapens, waarmee het ook Belarus kan raken. ‘Poetin doet er alles aan om een tweede front te vermijden’, aldus Sloenkin. ‘Als Belarus mee in de aanval gaat, zal dat op middellange termijn alleen maar voor extra problemen zorgen. Vanuit een rationeel oogpunt houdt het geen enkele steek om het Belarussische leger naar Oekraïne te sturen. De vraag is natuurlijk of Poetin rationeel is.’

Een aanplakbord in Minsk bezingt het Belarussisch leger: ‘Voor jou, mijn land, mijn eer, leven, en roem!’
Een aanplakbord in Minsk bezingt het Belarussisch leger: ‘Voor jou, mijn land, mijn eer, leven, en roem!’ © Contributor Getty Images

Het Belarussische model

In zekere zin is Belarus de concrete uitwerking van wat Poetin voor ogen had met Oekraïne: een staat zonder buitenlandbeleid met een leider die zich plooit naar de Russische wensen. Op het eerste gezicht lijkt het voor Rusland niet echt een interessante deal: het moet een armtierig land economisch ondersteunen, terwijl het daar economisch of militair niets voor terugkrijgt. Bovendien krijgt het daarvoor een leider die in het publiek keurig in de pas loopt, maar aan wie Poetin een bloedhekel heeft.

Toch is Sloenkin ervan overtuigd dat het ‘Belarussische model’ momenteel voldoet aan Poetins wensen. ‘Poetin denkt niet in economische termen’, aldus Sloenkin. ‘Voor Poetin is dit de manier waarop ex-Sovjetstaten zich horen te gedragen. Politieke invloed en militaire controle is voor hem het allerbelangrijkste. Zelfs als het miljarden kost, zal hij altijd kiezen voor de macht. Hij bekommert zich niet om het welzijn van zijn eigen volk. Poetin vindt dat Russen altijd wat minder kunnen eten als ze te kort hebben.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content