Minderjarige vreemdelingen blijven verdwijnen: ‘Jammer genoeg zijn het “maar” migrantenkinderen’

Kinderen in het asielcentrum van Sint-Niklaas. © belga

Nooit verdwenen er meer niet-begeleide minderjarige vreemdelingen uit de Belgische opvang dan in 2018. De Taskforce Verdwijningen, die was opgericht om het probleem aan te pakken, strandde zonder resultaat. Dat blijkt uit een onderzoek van Knack in het kader van het Europese samenwerkingsverband Lost in Europe.

1. Hoeveel vluchtelingenkinderen zijn in 2018 verdwenen?

Wanneer de politie, overheidsdiensten, ngo’s of maatschappelijk werkers in België niet-begeleide minderjarige vreemdelingen aantreffen, moeten ze dat verplicht melden aan de Dienst Voogdij van de federale overheidsdienst Justitie. Die registreerde 4407 aanmeldingen in 2018. Hetzelfde jaar telde hij 697 verdwijningen van niet-begeleide minderjarigen. Dat waren er meer dan ooit.

De verdwijningscijfers zijn onvolledig, zegt Edward Landtsheere, woordvoerder van de FOD Justitie. ‘Eigenlijk moeten verdwijningen in de eerste plaats aan de politie worden gemeld. Die stelt dan een pv op en maakt dat over aan het parket. De Dienst Voogdij wordt alleen indirect op de hoogte gebracht van verdwijningen, door de voogd of het opvangcentrum.’

Niet alle verdwijningen worden systematisch gemeld, vult Laurence Bruyneel aan. Zij werkt bij de ngo Caritas en stuurt een team van voogden aan. ‘Vaak denken verschillende actoren van elkaar dat de verdwijning al gemeld is. Er bestaat bij hen nog te veel onduidelijkheid, wat tot verwarring kan leiden.’ Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, reageert dat de opvangcentra elke verdwijning wel degelijk melden via een gestandaardiseerde procedure.

Minderjarige vreemdelingen blijven verdwijnen: 'Jammer genoeg zijn het
© Sanne Terlingen

Opmerkelijk is in ieder geval dat de Dienst Voogdij sinds 2017 aanzienlijk meer verdwijningen registreert. Landtsheere: ‘Sinds dat jaar vinden meer politieacties plaats waarbij jongeren worden overgebracht naar een opvangcentrum. Dat zijn vaak jongeren die geen asiel willen. Omdat we meer van dat type jongeren toch oppakken, registreren en overbrengen, zien we in de statistieken ook meer verdwijningen.’

Fedasil registreerde in 2018 dan weer 487 verdwijningen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen uit zijn observatie- en oriëntatiecentra. Daar worden de jongeren in eerste instantie opgevangen. Woordvoerster Mieke Candaele: ‘Een aanzienlijk aantal jongeren verlaat de opvang al in de eerste uren of dagen na aankomst in zo’n observatie- en oriëntatiecentrum. Dat is de harde realiteit. De meerderheid komt uit een precaire situatie. Fedasil biedt hun een veilige omgeving waarin de nadruk ligt op individuele en gespecialiseerde begeleiding, informatie en bescherming. Elke verdwijning is een terugkeer naar een precair, onzeker bestaan.’

Ook uit de tweedelijnsopvang verdwijnen jongeren. Omdat die centra niet allemaal onder Fedasil vallen, heeft het daarover geen volledige statistieken.

Ook Child Focus, de Stichting voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen, houdt cijfers bij over verdwijningen, maar wordt alleen ingelicht bij onrustwekkende verdwijningen en als het parket dat nodig vindt. In 2018 behandelde de organisatie 275 zaken van vermiste niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, waaronder 128 nieuwe. Het jaar daarvoor ging het nog om 217 behandelde zaken en 119 nieuwe verdwijningen. ‘In de meeste gevallen krijgen we bitter weinig info’, zegt Sofia Mahjoub van Child Focus. ‘De politie of het opvangcentrum meldt ons meestal alleen de verdwijning. Daarna blijft de opvolging uit. Vaak weten we niet waar de minderjarige zich uiteindelijk bevond.’

Sinds 2017 vinden meer politieacties plaats waarbij jongeren worden overgebracht naar een opvangcentrum. Dat zijn vaak jongeren die geen asiel willen.

Edward Landtsheere, woordvoerder van de FOD Justitie

Wat is het profiel van de verdwenen jongeren? In ruim 4 op de 5 uit de 275 zaken van Child Focus ging het om jongens. Ruim 30 procent was afkomstig uit Afghanistan, gevolgd door Marokko (13 procent), Eritrea (6 procent) en Syrië (5 procent). Daarnaast ging het om nog 30 andere nationaliteiten. ‘Als het Belgische kinderen waren, was er allang een parlementaire onderzoekscommissie opgericht’, zegt Child Focus-directrice Heidi De Pauw. ‘Jammer genoeg zijn het “maar” migrantenkinderen.’

2. Waren de verdwijningen onrustwekkend?

De Dienst Voogdij registreerde vorig jaar 62 zogenoemde onrustwekkende verdwijningen, Fedasil registreerde er 29. Er zijn een aantal criteria om van een onrustwekkende verdwijning te kunnen spreken: de betrokkene is jonger dan 13 jaar, heeft een mentale of fysieke beperking, heeft medicatie nodig, er zijn aanwijzingen dat hij of zij zich in een levensbedreigende situatie bevindt of in het gezelschap is van derden die zijn of haar welzijn kunnen bedreigen, enzovoort.

Child Focus wordt, zoals aangestipt, niet systematisch ingelicht over deze verdwijningen. ‘Dat hangt af van de betrokken politiezone en het opvangcentrum, zegt Sofia Mahjoub van de organisatie. Directrice Heidi De Pauw heeft bovendien vragen bij een te strikte toepassing van de criteria: ‘Een 14-jarige die per se naar Engeland wilde en is verdwenen uit een opvangcentrum, moet je die zoeken? Voor mij is die keuze snel gemaakt: die jongere kán niet op een legale manier de oversteek maken en moet zijn of haar toevlucht nemen tot gevaarlijke of illegale manieren. We moeten hem of haar beschermen.’

Magistrate Ann Lukowiak van het federaal parket volgt die redenering. ‘Het is al een precaire situatie voor volwassenen die in een smokkelcircuit terechtkomen omdat ze naar een ander land willen gaan. Voor minderjarigen zonder hun ouders is de situatie nog kritieker.’

Een 14-jarige die per se naar Engeland wilde en is verdwenen uit een opvangcentrum, moet je die zoeken?

Heidi De Pauw, Child Focus

‘Is het niet sowieso onrustwekkend als een minderjarige verdwijnt?’ vraagt Laurence Bruyneel van Caritas retorisch. ‘Daarover heb ik al vaak met politiediensten gediscussieerd. “Als we elke verdwijning als onrustwekkend zouden beschouwen, zouden onze middelen en manschappen moeten vertienvoudigen”, zeggen ze me.’

3. Waar belanden de jongeren uiteindelijk?

Op deze vraag heeft de overheid het antwoord vaak niet. Wel duidelijk is dat heel wat jongeren die in België opvang weigeren het Verenigd Koninkrijk proberen te bereiken. Heidi De Pauw van Child Focus beaamt dat: ‘Voor hen is Engeland het land van melk en honing.’ Volgens Wim Bontinck van de Dienst Mensenhandel van de federale politie duiken de verdwenen minderjarigen behalve in het VK ook op in Scandinavische landen zoals Noorwegen en Zweden.

Waarom blijven ze niet gewoon in België? ‘Het grootste probleem is desinformatie’, zegt De Pauw. ‘De jongeren geloven eerder de informatie van de mensensmokkelaars dan die van onze overheid.’

Enkele goede praktijken binnen de kleinschalige opvang tonen het aan: als jongeren voldoende tijd, ruimte en intensieve begeleiding krijgen, daalt het risico op een verdwijning. ‘Ik had eens een discussie met een Eritrese jongere die koste wat het kost naar Engeland wilde’, zegt Katja Fournier van het Platform Kinderen op de Vlucht. ‘Toen ik hem naar zijn droom vroeg, zei hij dat hij elektricien wilde worden. Ik legde hem uit dat hij dat in België kon studeren. “Ah ja?” Voor hem was dat de ingangspoort. Anderhalf uur heb ik daarop met hem samengezeten om ons onderwijssysteem uit te leggen. Je moet dus zo’n ingang kunnen vinden.’

Het grootste probleem is desinformatie. De jongeren geloven eerder de informatie van de mensensmokkelaars dan die van onze overheid.

Heidi De Pauw, Child Focus

‘Kijk, als mensen aan het overleven zijn, kun je wel tienduizend keer dezelfde informatie herhalen. Het gaat er simpelweg niet in. “Mensen moeten de kansen maar grijpen”: dat hele idee is gewoon pure onzin.’

4. Worden de jongeren uitgebuit?

Opmerkelijk genoeg treft de politie in België geen verdwenen jongeren aan in uitbuitingssituaties. Wim Bontinck is formeel: ‘Wij zien géén match tussen de slachtoffers van onze uitbuitingsdossiers en verdwenen niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Hetzelfde geldt voor de Dienst Kinderpornografie. Ook collega’s van onze buurlanden stellen geen link vast tussen verdwijning en uitbuiting. In de laatste gecoördineerde Europese acties rond mensenhandel vonden we geen verdwenen minderjarige vluchtelingen terug. De perceptie is misschien dat ze in situaties van uitbuiting terechtkomen, maar politioneel zien we dat niet.’

‘Net dat is zo verontrustend’, zegt Ann Lukowiak van het federaal parket. ‘We treffen de jongeren niet aan in uitbuitingssituaties, maar ook niet in reguliere situaties. Op dit moment zien we ze gewoon níét.’

‘Ik begrijp wat Wim Bontinck bedoelt, maar ik denk dat het probleem elders zit: bij jongeren die níét in het opvangsysteem raken’, reageert Stef Janssens van Myria, het Federaal Migratiecentrum. ‘Vaak worden ze niet gedetecteerd omdat ze al in een uitbuitingssituatie zitten.’ Janssens haalt minderjarige Nigeriaanse meisjes aan die in de prostitutie belanden en met voodoo onder controle worden gehouden. ‘Die komen nooit in het systeem terecht. Je mag daardoor niet tot de conclusie komen dat er geen probleem is.’

Wij zien géén match tussen de slachtoffers van onze uitbuitingsdossiers en verdwenen niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

Wim Bontinck, dienst Mensenhandel van de federale politie

De Nigeriaanse meisjes zijn maar één voorbeeld. Op 25 maart veroordeelde de Gentse rechtbank van eerste aanleg leden van een smokkelbende tot jarenlange gevangenisstraffen. Ze hadden migranten gesmokkeld in speciaal uitgeruste voertuigen met valse dubbele deuren. Er was amper luchttoevoer. Ann Lukowiak: ‘In België waren er in dit dossier 33 minderjarige slachtoffers. En ook zij waren nooit geregistreerd in onze opvang.’

5. Hoe reageert de overheid?

Op 23 juni 2017 verdween de negenjarige Brahim Bakali uit de lokalen van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) in Brussel. De DVZ bracht de Dienst Voogdij, de politie en Child Focus niet op de hoogte. Drie dagen later werd Brahim teruggevonden in het centrum van Brussel. De zaak-Bakali is een van de bekendste verdwijningszaken van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in België.

Kort na de verdwijning kondigde toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) de oprichting van een Taskforce Verdwijningen aan. Die bracht alle betrokken overheidsdiensten samen om inlichtingen uit te wisselen over niet-begeleide minderjarige vluchtelingen die van de radar waren verdwenen. De Taskforce probeerde ook tot één aanpak van verdwijningen te komen. In 2008 was er al zo’n gestroomlijnde aanpak afgesproken voor de politiezones Brussel, Kampenhout, Steenokkerzeel en Zemst. De poging om tot één protocol te komen voor heel het Belgische grondgebied strandde al in april 2018, toen de Taskforce voor het laatst samenkwam. Dat bleef lang een publiek geheim – tot nu.

Waarom liep het zo moeilijk? ‘Er was geen enkele bereidheid vanuit het kabinet-Justitie om de protocollen te herzien’, zegt Francken. ‘De Dienst Voogdij is al jaren een vreselijk problematisch geval. Hij kan veel beter onder de DVZ komen in plaats van onder de FOD Justitie. Dat zou efficiënter zijn voor onder meer opvang, permanentie, leeftijdsbepaling, enzovoort.’

Vingerafdrukkena afnemen is dé manier om verdwenen jongeren terug te vinden.

Ann Lukowiak, federaal parket

Sieghild Lacoere, woordvoerster van minister van Justitie Koen Geens (CD&V): ‘Het kabinet-Francken en het kabinet-Geens verschilden soms van mening over de opvang van niet-begeleide minderjarigen, hoewel ze op andere domeinen goed samenwerkten. Minister Geens heeft altijd ingezet op een goede werking van de Dienst Voogdij en de opvang voor minderjarigen. De dienst werd versterkt met zes mensen, de nachtpermanentie werd verbeterd, en de dienst verduidelijkte zijn werking aan de politie en de DVZ bij mogelijke misverstanden. De FOD wil de Dienst Voogdij onder zijn hoede houden omdat hij de rechten van het kind vrijwaart – een wezenlijke taak van justitie. De dienst was vertegenwoordigd op alle vergaderingen van de Taskforce waarvoor hij werd uitgenodigd, en heeft in samenwerking met Fedasil oplossingen gezocht om kinderen op te vangen.’

Sinds december is minister Maggie De Block (Open VLD) bevoegd voor Asiel en Migratie. Haar kabinet wil de draad van de Taskforce weer oppikken. Maar het ziet ernaar uit dat dat niet meer zal gebeuren voor de verkiezingen van 26 mei. De vraag is of de volgende federale regering de kwestie opnieuw ter harte zal nemen.

6. Wat moet er nu gebeuren?

Volgens Wim Bontinck (federale politie) legt niemand alle beschikbare cijfers samen. Dat is een gemiste kans, omdat alle actoren apart wel íéts weten. ‘Ik ben ervan overtuigd dat er mensen uit een opvangcentrum verdwenen zijn van wie de politiediensten en de Dienst Voogdij geen weet hebben – alleen het centrum zelf weet van hun verdwijning.’

Ook Heidi De Pauw (Child Focus) pleit voor een geïntegreerde database die alle info samenbrengt, net als voor een betere informatie-uitwisseling op Europees vlak. De behoefte aan meer internationale samenwerking werd Laurence Bruyneel (Caritas) duidelijk toen ze als voogd werd toegewezen aan een jongetje van elf jaar. ‘Ik had meteen twijfels over zijn naam. Toen hij in een gesprek eens een andere naam liet vallen, googelde ik die. Wat bleek? Hij stond als “onrustwekkend verdwenen” gesignaleerd in Frankrijk.’

Nationale en Europese databanken staan of vallen met een goede registratie. Vingerafdrukken liggen gevoelig, maar zowel Child Focus, Laurence Bruyneel van Caritas als Ann Lukowiak van het federaal parket is voorstander. Lukowiak: ‘Het is dé manier om verdwenen jongeren terug te vinden. Want hier in België zal iemand Alex Van Der Steen heten, en in Frankrijk zal hij zichzelf Jean De Coninck noemen.’

Lost in Europe is een samenwerkingsverband rond verdwenen vluchtelingenkinderen tussen journalisten uit zes Europese landen. Meer informatie: www.lostineurope.org.

1000 verdwenen Eritrese ‘jongeren’

Eén nationaliteit springt eruit in de cijfers van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die in 2018 verdwenen: de Eritrese. Dat stelde David Lowyck vast, de directeur van het gespecialiseerde opvangcentrum Minor-Ndako. Hij vergeleek statistieken van de Dienst Voogdij met die van de Dienst Vreemdelingenzaken. ‘In 2018 waren er volgens de Dienst Voogdij 1285 signalementen van Eritreeërs die beweerden niet-begeleide minderjarigen te zijn. Politieacties die resulteren in opsluiting leiden ertoe dat steeds meer jongvolwassenen zéggen dat ze minderjarig zijn, om zo snel weer “gelost” te worden. Amper 131 minderjarige Eritreërs vroegen vorig jaar asiel aan, en 109 kregen een voogd toegewezen. Met andere woorden: meer dan 1000 Eritreeërs zijn van de radar verdwenen. Het gaat natuurlijk om transmigranten: allemaal proberen ze naar het Verenigd Koninkrijk te gaan. Ze zijn niet geïnteresseerd in voogdij, opvang of begeleiding.’

‘De vraag is welke beleidsmaatregelen je tegenover die realiteit plaatst. Gaan we aan de slag met die jongeren in het park, of laten we dat over aan vrijwilligers? Doen we moeite om te vermijden dat ze verdwijnen, of vinden we dat oké?’

‘Het is des te opmerkelijker dat zo veel Eritreeërs verdwijnen,’ zegt Laurence Bruyneel van Caritas, ‘omdat de erkenningsgraad voor zij die asiel aanvragen vrij hoog is. Eigenlijk is er weinig reden om door te reizen naar het VK. Maar de jongeren zelf zeggen dat er daar meer kans op zwartwerk is, dat ze al Engels spreken en dat er al vrienden of familieleden wonen. Het is hun het risico waard.’

Partner Content