Opinie

Bert Bultinck

‘Kan Macron de komende vijf jaar niet alleen extreemrechts maar ook extreemlinks afhouden?’

Bert Bultinck Hoofdredacteur van Knack

‘De afgelopen jaren schoof Macron al flink naar rechts op om die flank af te dekken. Maar zal hij de komende jaren ook op links overtuigen?’, vraagt Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck zich af.

We zijn goed weggekomen: dat is het gevoel dat overheerst na de overwinning van Emmanuel Macron afgelopen zondag, en de nederlaag van Marine Le Pen. De kreetjes van opluchting na verkiezingen zijn, als ze boven de apathie uitstijgen, bijna een Europees ritueel geworden. Noch Le Pen, noch de Italiaanse Lega-politicus Matteo Salvini, noch de rechts-populisten van Alternative für Deutschland, noch de Nederlanders Geert Wilders of Thierry Baudet zijn er de laatste jaren in geslaagd om hun land in handen te krijgen. Zelfs in Oostenrijk – op politiek vlak vandaag misschien wel de gevaarlijkste bananenschil van West-Europa – ligt extreemrechts alweer een paar jaar uit de regering. In Vlaanderen gaan we in 2024 opnieuw zo’n cyclus van angst en beven tegemoet, en veel zand in het systeem, ook al ziet op dit ogenblik niemand het Vlaams Belang een absolute meerderheid behalen.

Kan Macron de komende vijf jaar niet alleen extreemrechts maar ook extreemlinks afhouden?

Comfortabel is dat allemaal niet. Nogal wat verkiezingen kregen de laatste jaren de allure van een ramp die net niet plaatsvond. Een gerateerde big bang. De suspense van opeenvolgende verkiezingen weerspiegelt de onzekerheid van ons oude continent. Wie zou na Donald Trump nog durven te beweren dat het bij ons niet zou kunnen misgaan? Heftige campagnes en straatgeweld in Europa vertalen het grondgevoel van de laatste jaren: dat het er in de toekomst niet beter op wordt. Alle andere uitdagingen, van maatschappelijke polarisatie over angst voor de ecologische transitie tot vreemdelingenhaat, komen daaruit voort. Dat gevoel keren, dat is de uitdaging voor elke politicus die de liberale democratie wil redden. Zondag speelde Macron, net als bij zijn overwinning in 2017, de Ode an die Freude, het volkslied van de Europese Unie. Blijdschap: alle mensen worden broeders. Maar wie gelooft dichter Friedrich nog? Macron zelf?

Misschien wel. Macron mag dan arrogant zijn als een Romeinse god, hij heeft na de volle vijf jaar presidentschap – na de gele hesjes, na een pandemie, en midden in een oorlog in Oekraïne – nog voldoende geloofwaardigheid behouden. Je moet het de 44-jarige Fransman nageven: ook al scoorde Le Pen beter dan in 2017, en heeft extreemrechts sinds de Tweede Wereldoorlog nooit een beter resultaat behaald in Frankrijk, toch is wat Macron deed zonder meer verbazingwekkend. Zijn ‘revolutie vanuit het midden’ liet iedereen in 2017 verbluft achter: met een volstrekt nieuwe partij alle concurrenten achter zich laten. Traditioneel links én rechts liggen nog altijd in de touwen. Dat hij zondag ook nog eens vrij makkelijk zijn tweede mandaat binnenhaalde – nadat zijn voorgangers Nicolas Sarkozy en François Hollande daarin hadden gefaald – moet toch enig optimisme wettigen. Zijn speech aan de Eiffeltoren was minder bombastisch dan vijf jaar geleden. Gelukkig is hij niet meer zot van glorie. Maar het vuur is niet weg.

Gelukkig is Macron niet meer zot van glorie.

Kan hij de komende vijf jaar niet alleen extreemrechts maar ook extreemlinks afhouden? Pas laat in de race kreeg hij door dat zijn concurrente al maandenlang hét belangrijkste thema te pakken had: het opkrikken van de koopkracht. Zeker in het rurale Frankrijk weegt de armoede door. In de eindsprint speelde Macron – door links Frankrijk steevast ‘de president van de rijken’ genoemd – dan toch op die onvrede in. Hij bond in op zijn voorstel om de pensioenleeftijd te verhogen – of toch een beetje – en beloofde van de weeromstuit om de pensioenen te indexeren, met zo’n vier procent. Typerend was ook zijn voorstel om de zogenaamde ‘prime Macron’ gevoelig te verhogen. De bonus in kwestie wordt niet door de regering betaald, maar door de werkgever. Die kan tot 6000 euro volledig lastenvrij zijn werknemer belonen, zodat hij niet heel zijn loon ‘aan winkelen en tanken’ hoeft te geven.

Het is een typische maatregel van Macron, die gelooft dat Frankrijk er alleen zal komen als mensen meer werken, zonder daarbij al te veel aan extra herverdeling te doen. Hij noemt zich een centrist, maar hij is een liberaal pur et dur, en lijkt dat vooral ook te willen blijven.

Al in juni zijn er cruciale parlementsverkiezingen. Sidderen en beven voor extreemrechts wordt het dit keer niet. De afgelopen jaren schoof Macron al flink naar rechts op om die flank af te dekken, bijvoorbeeld in zijn migratiestandpunten. Maar zal hij de komende jaren ook op links overtuigen? Dat zou nog wel eens lastig kunnen worden. Het heeft er alle schijn van dat strikt liberale recepten niet meer zullen volstaan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content