Hubert van Humbeeck

‘De EPG van Macron was dit keer vooral een demonstratie van eenheid, maar het hele project blijft vaag’

De nieuwe Europese Politieke Gemeenschap liet eenheid zien: allemaal samen tegen Rusland. Maar ze toonde ook hoe de oorlog in Oekraïne een grens trok door het continent.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Er klonk eerst weinig applaus voor het idee van de Franse president Emmanuel Macron om een Europese Politieke Gemeenschap (EPG) op te zetten. Dat was in mei, drie maanden na het begin van de oorlog in Oekraïne. Het leek voor Macron een gemakkelijke manier om kandidaat-lidstaten van de Europese Unie waar niet meteen plaats voor is, zoals Oekraïne en Moldavië, in een zijkamer te parkeren. Maar vijf maanden later daagden vorige week in Praag toch 43 regeringsleiders op voor een eerste vergadering van die EPG. De politieke situatie in Denemarken hield premier Mette Frederiksen thuis, terwijl de Belarus Aleksandr Loekasjenko en de Rus Vladimir Poetin uiteraard niet waren geïnviteerd. Maar zelfs de Britse premier Liz Truss tekende present, terwijl de kritiek op Macron aanvankelijk toch het luidst klonk bij haar voorganger Boris Johnson en in de anti-Europese tabloids in Londen. Truss bood zelfs aan om de tweede meeting van de nieuwe club te organiseren.

Dertig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie staan Europa en Rusland weer politiek en geostrategisch tegenover elkaar.

Of het met die EPG wat wordt, zal de toekomst leren. Dat zo veel volk naar Praag wilde afzakken, heeft vanzelfsprekend met het moment te maken: de oorlog in Oekraïne. Het hele project blijft vaag. Truss stelde voor om in het vervolg van een Europees Politiek Forum te spreken. Anderen kijken naar het model van de G7 of de G20, lossere verbanden die chefs de kans geven om met elkaar te overleggen in een vaak majestueuze setting. Er werd na afloop in Praag ook geen officieel communiqué verspreid. De EPG was dit keer vooral een demonstratie van eenheid: ondanks alle onderlinge geschillen toch allemaal samen tegen Poetin. Zoals de Albanese premier Edi Rama zei: ‘We zijn dan nog wel geen lid van de EU, maar toch al van de E.’ Al waren er ook landen aanwezig die niet tot de EU wíllen toetreden, zoals Noorwegen en Zwitserland. Om geen enkel land af te schrikken, was de EU overigens alleen in de coulissen aanwezig.

De demonstratie van eenheid tegenover Rusland kreeg een vervolg met de Nobelprijs voor de vrede. Die gaat dit jaar naar activisten voor de mensenrechten uit Belarus, Rusland en Oekraïne. Vorig jaar ging de prijs met de journalist Dmitri Moeratov ook al naar een opposant uit Rusland. Op zichzelf betekent zo’n Europese Politieke Gemeenschap alsnog weinig. Alleen dat de oorlog het continent toch onherroepelijk heeft veranderd. Europa en Rusland staan, dertig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, weer politiek en geostrategisch tegenover elkaar.

Het toonbeeld van zo veel Europese eenheid kreeg een dag later al een deuk op de informele bijeenkomst van de leiders van de Europese Unie – ook in Praag. Daar lagen de stijgende energieprijzen op tafel. Voor antwoorden op hun vragen moeten de Europese gebruikers van gas en elektriciteit wachten op de formele top van 20 en 21 oktober in Brussel. Er is nu alleen beslist dat er dringend een beslissing moet komen. Maar dat was voor Praag ook al duidelijk.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content