Breken de communisten de parlementaire almacht van Emmanuel Macron?

Frans president Emmanuel Macron en zijn rivaal op links Jean-Luc Mélenchon.

Vandaag, zondag, vindt in Frankrijk de eerste ronde van de parlementsverkiezingen plaats. President Emmanuel Macron is er niet gerust op.

Het is de traditie in Frankrijk: ongeveer een maand na de presidentsverkiezingen volgen de parlementsverkiezingen. Doorgaans worden dan de resultaten van de presidentsverkiezingen bevestigd. Dat was zeker het geval in 2017, toen huidig staatshoofd Emmanuel Macron in de eerste ronde 24 procent van de stemmen behaalde en zijn partij met toenmalig premier Édouard Philippe daarna 28,2 procent kon overtuigen.

Ditmaal gaat het de andere kant uit. Zo ziet Macron zijn absolute meerderheid in het parlement bedreigd. Niet door Marine Le Pen, die na haar goede resultaten bij de presidentsverkiezingen de samenwerking met die andere radicaal-rechtse kandidaat, Eric Zemmour, afsloeg. Wel door de radicaal-linkse La France Insoumise-voorzitter Jean-Luc Mélenchon, die in een coalitie met socialisten en groenen een aanzienlijk deel van de Franse kiezers kan overtuigen. Volgens de peilingen staan zowel Macrons Ensemble als Mélenchons Nouvelle Union Populaire Écologique et Sociale (NUPES) op gelijke hoogte met 26 procent van de stemmen. Le Pen volgt op 20 procent.

De Républicains hebben zich onverwachts kunnen herpakken en eisen in ruil wel een aanzienlijke prijs.

Net als de presidentsverkiezingen, zijn er in deze stembusslag ook twee rondes. Iedereen die 12,5 procent of meer van de ingeschreven kiezers kan overtuigen, schopt het tot in het tweede bedrijf. Maar volgens  Le Figaro zal 54 procent van de kiezers zondag geen stem uitbrengen – een record voor de eerste ronde. Sterker nog: maar een derde van de Fransen kent de naam van zijn of haar afgevaardigde in het parlement. En slechts iets meer dan helft denkt dat de Assemblée Nationale een belangrijke politieke rol vervult.

En net omdat de resultatentelling werkt op basis van het aantal ingeschreven kiezers, en dus niet op basis van uitgebrachte stemmen, is de kans klein dat er in veel kiesdistricten drie kandidaten overblijven. Voor Macron en diens partij komt het er dus op aan om in de eerste ronde goed te presteren – anders gaat de zetel vrijwel zeker naar een (radicaal-)linkse of radicaal-rechtse kandidaat. In de tweede ronde zal het voor het staatshoofd en diens partij net zoals bij de presidentsverkiezingen gemakkelijker worden. Centrumkandidaat Macron zal opnieuw kunnen profiteren van de dynamiek waarbij vooral de radicaal-linkse kiezers naar Ensemble verhuizen om een radicaal-rechts parlementslid te voorkomen.

Oogappel

Maar Macron kan niet op beide oren slapen. Met slechts een relatieve meerderheid moet hij elders steun zoeken. Het zijn de centrumrechtse Les Républicains die dan het meest voor de hand liggen. De Républicains hebben zich onverwachts kunnen herpakken en eisen in ruil wel een aanzienlijke prijs. Lees: ministers in de kersverse regering van premier Elisabeth Borne. Bovendien wil diezelfde Borne enkel ministers in de regering houden die herverkozen worden. Dat is niet evident. In het zevende arrondissement van Parijs moet EU-minister en Macrons oogappel Clement Beaune bijvoorbeeld vrezen voor NUPES-kandidate Caroline Mécary. Een regeringsherschikking is dus niet ondenkbaar.

Volgens  Le Figaro zal 54 procent van de kiezers zondag geen stem uitbrengen

Maar het kan nog erger. Indien hij geen meerderheid haalt en NUPES het daadwerkelijk tot de grootste partij schopt, dan is er sprake van de zogenaamde cohabition waarbij de president en de premier niet van dezelfde partij komen. Dat zou het voor Macron bijzonder moeilijk maken om zijn hervormingen door te voeren. Vermoedelijk is het NUPES daar niet eens om te doen. Als grootste oppositiepartij zou Mélenchons partij namelijk al aanspraak maken op het invloedrijke voorzitterschap van de parlementaire commissie voor Financiën, Algemene Economie en Begrotingscontrole. Dat voorzitterschap kan Macrons beleidsplannen bemoeilijken.

In tegenstelling tot Mélenchon – die nog voor de tweede ronde van de Franse presidentverkiezingen met zijn parlementaire campagne begon – was Macron nauwelijks ergens te bespeuren. Niet zonder reden. De Franse president is er namelijk op gebrand zijn arbeidsmarkthervormingen tijdens de tweede bestuursperiode te vervolmaken. Om de linkse krachten niet te provoceren en een troisième tour social – grootschalige stakingen – te vermijden, is het niet onverstandig wat meer op de achtergrond te blijven. Vrijdag zat de Franse president nog rond de tafel met de vakbonden om de violen te stemmen. In die context liet Borne ook verstaan dat de verhoging van de pensioenleeftijd naar 65 jaar geen absolute noodzaak is.

Macron heeft het de afgelopen jaren op economisch vlak lang niet slecht gedaan. De Franse werkloosheidsgraad staat op het laagste peil sinds 2014, de directe buitenlandse investeringen liggen het hoogste in heel de Europese Unie en ondanks de hoge energieprijzen lag de inflatie er in de maand mei met 5,2 procent het laagste van alle eurozonelanden. Wel probeerde Macron in 2020 zijn pensioenshervorming per presidenteel decreet door te drukken – een manier van werken die hij als minister van Economie in de regering van François Hollande nog afkeurde. Striemende kritiek – vooral van Mélenchon – was zijn deel en het plan moest worden uitgesteld. Dat moet ditmaal dus anders.

Verder blijft het de komende weken uitkijken of NUPES na de parlementsverkiezingen de rangen met de socialisten en ecologisten gesloten kan houden. Zonder cohesie wordt het een pak moeilijker om Macrons beleidsplannen tegen te houden of aan te passen. Daarnaast stelt zich de vraag wat de toekomst voor Marine Le Pen brengt. Met een goede score is het niet helemaal ondenkbaar dat ze de scepter doorgeeft aan de jonge partijwoordvoerder Jordan Bardella, en zelf fractievoorzitter in het parlement wordt. Het zou alvast het einde van een tijdperk in de Franse politiek betekenen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content