Advocaat Puigdemont na schrapping zwaarste aanklacht: ‘Hij wordt hoe dan ook gearresteerd’

Carles Puigdemont. © Getty

De Catalaanse ex-president Carles Puigdemont wordt door de Spaanse justitie niet langer van opruiing beschuldigd en met vijftien jaar cel bedreigd. Toch blijft zijn advocaat Simon Bekaert voorzichtig. ‘De Spaanse justitie blijft erop gebrand de Catalaanse ballingen uitgeleverd te krijgen en op te sluiten.’

Meer dan vijf jaar is het intussen al geleden dat Carles Puigdemont naar België vluchtte. De president van de Catalaanse deelstaatregering zocht samen met vier regeringsleden in ons land bescherming tegen de Spaanse justitie, die hen wilde vervolgen voor het organiseren van een volksraadpleging en het eenzijdig uitroepen van de Catalaanse onafhankelijkheid. De voornaamste aanklacht luidde opruiing, een politiek misdrijf waarop in Spanje een gevangenisstraf tot vijftien jaar staat.

De ballingschap kende een tumultueus verloop. Spanje probeerde hardnekkig om Puigdemont en co. uitgeleverd te krijgen, maar botste telkens op een njet van de Belgische justitie. Tweemaal was het kantje boord. De Catalaanse ex-president, die zijn politieke strijd vanuit zijn residentie in Waterloo bleef voortzetten, werd tijdens trips naar Duitsland en Sardinië opgepakt maar telkens weer na tussenkomst van zijn Spaanse en Belgische advocaten vrijgelaten.

Immuniteit

Vorige week is de zaak in een nieuwe stroomversnelling terechtgekomen. De Spaanse onderzoeksrechter Pablo Llarena heeft de zwaarste aanklacht van opruiing ingetrokken. De Catalaanse ballingen worden alleen nog vervolgd voor ernstige verstoring van de openbare orde en misbruik van overheidsgeld, misdrijven waarvoor ze straffen tot maximaal vijf jaar riskeren. Llarena had geen andere keuze nadat het Spaanse parlement eind vorig jaar een wetsontwerp had goedgekeurd om sedición uit het strafwetboek te schrappen.

Toch kunnen Puigdemont en zijn lotgenoten Toni Comín, Clara Ponsatí en Lluis Puig nog niet op beide oren slapen. ‘De komende weken worden spannend’, zegt advocaat Simon Bekaert, die samen met zijn confrater en vader Paul Bekaert het Belgische advocatenteam van de Catalanen vormt. ‘De Spaanse justitie blijft erop gebrand om onze cliënten uitgeleverd te krijgen. De gevorderde straffen mogen dan milder zijn, het staat vast dat Puigdemont na een uitlevering meteen wordt gearresteerd en voor lange tijd achter de tralies vliegt.’

Nieuwe Europese Aanhoudingbevelen (EAB), conform de wijziging van de Spaanse strafwet, liggen in Madrid klaar. Llarena, die van het vervolgen van de Catalaanse separatisten zijn levenswerk heeft gemaakt, wacht echter wijselijk af voordat hij ze aan de Belgische justitie overmaakt. ‘Iedereen kijkt reikhalzend uit naar twee arresten van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg’, legt Bekaert uit. ‘Om te beginnen is er de kwestie van de immuniteit. Puigdemont, Comín en Ponsatí werden verkozen in het Europees Parlement, maar dat parlement heeft op aandringen van Spanje hun immuniteit opgeheven. Het Europees Hof van Justitie heeft in kort geding vervolgens anders beslist en hun immuniteit hersteld. Binnenkort valt de uitspraak ten gronde, en het is dus afwachten of die het vonnis in kort geding zal bevestigen’.

Uitzonderingsrechtbank

Het belang van dat arrest kan niet los worden gezien van de tweede zaak waarover het Europees Hof in Luxemburg zich eerstdaags moet buigen. Lluis Puig speelt daarin ongevraagd de hoofdrol. Aangezien hij als enige van de Catalaanse ballingen niet in het Europees Parlement werd verkozen, bleef het tegen hem uitgevaardigde Europees Aanhoudingsbevel geldig. Toch is Puig nog op vrije voeten.

Na een procedureslag besliste het Brusselse hof van beroep in januari 2021 immers het Spaanse uitleveringsverzoek af te wijzen. Volgens de Belgische magistraten waren de grondrechten in het geding. Zo rezen er ernstige twijfels over het vermoeden van onschuld, ook al omdat de beklaagde voor een uitzonderingsrechtbank werd gedaagd.

‘Llarena heeft daarop gereageerd door een prejudiciële vraag aan Luxemburg te stellen’, zegt Bekaert. ‘Dat gebeurde haast stiekem, en buiten de Belgische rechtbanken om. De volledige procedure verloopt trouwens eentalig Spaans, ook al is ze gericht tegen een arrest van het Nederlandstalige hof van beroep in Brussel. We zijn uiteindelijk toch tussenbeide kunnen komen, net zoals de Belgische staat maar ook de extreemrechtse Spaanse partij Vox, die een ware haatcampagne voert tegen het Catalaanse regionalisme.

‘Tussen haakjes: het was erg teleurstellend om vast te stellen dat de advocaten van de Belgische staat gewillig meegingen in de logica van de Spaanse justitie. Hun stelling is dat ernstig gevaar op schending van de mensenrechten geen reden meer mag zijn om een overlevering tussen lidstaten van de EU te weigeren. De reden laat zich raden: het ministerie van Buitenlandse Zaken zit al lang met de Catalaanse ballingen in zijn maag. Slecht voor de diplomatieke betrekkingen met Spanje, een land waarmee we traditioneel veel samenwerken op juridisch vlak. Spanje is al lang een favoriete bestemming voor Belgen die wat mispeuterd hebben, wat verklaart waarom er veel overleveringsverzoeken van Brussel naar Madrid vertrekken. Er staat dus veel op het spel.’

De prejudiciële vraag waarover het Europees Hof zich moet buigen is deze: heeft de Belgische justitie het recht een Spaans uitleveringsverzoek af te wijzen op basis van mensenrechten? Een dubbele overwinning voor de Spaanse justitie in Luxemburg zou de Catalaanse ballingen in nauwe schoentjes brengen. De prejudiciële uitspraak in de zaak-Lluis Puig valt al op 31 januari.

Als hij toch kan worden uitgeleverd, hangt meteen ook het lot van Puigdemont, Comín en Ponsatí aan een zijden draadje. ‘Stel dat vervolgens de uitspraak in kort geding over hun immuniteit ongedaan wordt gemaakt’, zo schetst Bekaert het nachtmerriescenario voor de verdediging. ‘Dan staan ze evenzeer als Lluis Puig bloot aan uitlevering aan Spanje. Maar laten we niet op een worstcasescenario vooruitlopen, want de zaken moeten dan sowieso eerst nog opnieuw voor de Belgische rechtbank komen.’

Staatsgreep

Deze juridische ontwikkeling zegt veel over het politieke klimaat in Spanje. ‘Het schrappen van sedición als misdrijf past in de afspraken die werden gemaakt bij de vorming van de regering-Sánchez II in 2020’, zegt historicus en Spanjekenner Vincent Scheltiens Ortigosa. ‘De linkse regering van PSOE-leider Pedro Sánchez kan alleen besturen met gedoogsteun van enkele regionale, nationalistische partijen, twee Baskische plus het Catalaanse ERC. Het was van meet af aan de bedoeling de compleet ontspoorde crisis in Catalonië af te koelen.’

Maar achter die stap in het normaliseringsproces gaan grote spanningen schuil. De goedkeuring van het wetsontwerp werd voorafgegaan door wekenlange hoogoplopende discussies in Madrid. De Partido Popular, die de hete adem van het extreemrechtse Vox in de nek voelt, betoogde dat de schrapping in het strafwetboek niet zonder grondwetswijziging kon.

De polemiek kan niet los worden gezien van de ongemeen hevige controverse over de Algemene Raad voor de Rechterlijke Macht (CGPJ). Dat machtige orgaan, onder meer bevoegd voor het benoemen van rechters, wacht al sinds 2018 op een nieuwe samenstelling. ‘Die wordt echter geblokkeerd door de Partido Popular’, legt Scheltiens Ortigosa uit. ‘Toen de PP zelf aan de macht was tussen 2011 en 2018 hebben ze binnen de CGJP een meerderheid van rechtse leden kunnen benoemen, en die positie willen ze niet opgeven. Het gevolg is een onverkwikkelijke scheldpartij met zware beschuldigingen over en weer. Sánchez verwijt de PP dat ze de politiek via de rechterlijke macht in een houdgreep neemt. Omgekeerd verwijt de PP aan de PSOE dat ze een staatsgreep van bovenaf pleegt. De gevolgen van de patstelling zijn zwaar: heel wat benoemingen in de magistratuur blijven maar aanslepen.’

Partner Content