Opinie

’40 procent van de Orban-kiezers gelooft zonder meer wat Moskou over Oekraïne vertelt’

De Amerikaanse politoloog Francis Fukuyama gelooft dat de oorlog in Oekraïne een einde zal maken aan het populisme in de politiek. In Hongarije komt zijn voorspelling alvast niet uit.

Terwijl Russische troepen midden februari verzamelden aan de grens met Oekraïne, drukte Viktor Orban in Moskou nog warm de hand van president Vladimir Poetin. Dat beeld, gevolgd door de foto’s van platgebrande Oekraïense steden, zou in veel Europese landen vandaag volstaan om een politicus bij verkiezingen met pek en veren naar huis te sturen. Niet zo in Hongarije. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky zei vorige week nog dat het tijd is om in het conflict een kamp te kiezen. Maar zelfs die sneer aan het adres van Orban, belette niet dat de Hongaarse premier vorige zondag met een klinkende overwinning een vierde opeenvolgende mandaat in de wacht sleepte.

40 procent van de Orban-kiezers gelooft zonder meer wat Moskou over Oekraïne vertelt.

Orban en zijn rechts-conservatieve partij Fidesz hebben Hongarije dan ook stevig in hun greep. Volgens de Europese nieuwssite Politico heeft het regime het land de voorbije twaalf jaar als het ware gehersenspoeld. Media in Hongarije zijn geleidelijk zo goed als allemaal in handen van Orban-aanhangers beland, zoals de familie en de vrienden van de premier die allemaal flink rijk zijn geworden – veelal met geld uit Europese structuurfondsen. Zoals de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros het zegt: het is Orban niet om grote idealen te doen, maar louter om geld.

Het is geen wonder dat goed 40 procent van de Fidesz-kiezers zonder meer gelooft wat Moskou over Oekraïne vertelt. Ze horen al twaalf jaar dat Europa de vijand is en Poetin een goede vriend van Hongarije. En als de media niet volstaan om te winnen, kan er altijd campagne worden gevoerd op kosten van de overheid. Een voorbeeld. Mensen die ingeschreven waren op een coronadatabase van de overheid kregen plotseling verkiezingspropaganda van Fidesz in hun mailbox.

Orban speelde het spel de voorbije weken handig. In Brussel keurde hij mee de sancties tegen Rusland goed. Tegelijk hield hij Poetin te vriend door zich, onder meer, te verzetten tegen een Europees verbod op de invoer van Russische olie en gas. Op campagne thuis heette het dat hij de enige garantie is op vrede en veiligheid en dat de oppositie het land wil meeslepen in de oorlog. De oppositie, die zich tegen hem had verenigd, hield vol dat alleen Europa en de NAVO voor die vrede en veiligheid kunnen zorgen. Het mocht niet baten.

Viktor Orban werd de voorbije jaren door extreemrechts in Europa en Amerika op het schild gehesen. Deze verkiezingen werden daarom, met de woorden van de Amerikaanse president Joe Biden, ook gezien als een confrontatie tussen de Europese liberale democratie en een illiberale autocraat. Toch won Orban niet over de hele lijn. Zijn houding tegenover Poetin zorgde voor een barst in het front dat hij in Brussel met Polen vormt. Hij mag wellicht een kruis maken over zijn plan om in Europa een radicaal-rechts blok te smeden. Het is nu ook duidelijk dat Europa nog moeilijk anders kan dan streng te knippen in de steun die Hongarije uit Brussel krijgt. Viktor Orban staat straks alleen. Dat is een prijs die hij voor zijn winst moet betalen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content