Een oud geborduurd spreekwoord zegt: 'Het buitenland ligt naast de deur.' Oorspronkelijk werd het te berde gebracht door het komische duo Van Kooten en De Bie, vandaag zou het perfect op het Instituut Clingendael kunnen slaan. Sinds Monika Sie Dhian Ho in 2016 de leiding nam over Nederlands meest gerenommeerde onderzoeksinstituut voor buitenlandse betrekkingen, heeft ze er een erezaak van gemaakt om haar collega's geregeld het statige landgoed uit te jagen. Naar de Sahel, de Hoorn van Afrika en de Levant, maar ook Nederland in. De plek waar het kruim van de Nederlandse diplomatie wordt opgeleid, wil van zijn stoffige imago af.
...

Een oud geborduurd spreekwoord zegt: 'Het buitenland ligt naast de deur.' Oorspronkelijk werd het te berde gebracht door het komische duo Van Kooten en De Bie, vandaag zou het perfect op het Instituut Clingendael kunnen slaan. Sinds Monika Sie Dhian Ho in 2016 de leiding nam over Nederlands meest gerenommeerde onderzoeksinstituut voor buitenlandse betrekkingen, heeft ze er een erezaak van gemaakt om haar collega's geregeld het statige landgoed uit te jagen. Naar de Sahel, de Hoorn van Afrika en de Levant, maar ook Nederland in. De plek waar het kruim van de Nederlandse diplomatie wordt opgeleid, wil van zijn stoffige imago af. 'Een klassiek instituut voor internationale betrekkingen als Clingendael moet vandaag óók het binnenland bestuderen', zegt Sie, terwijl ze ons door het feeërieke park vol bloemperken en vervaarlijk gakkende ganzen leidt. 'Het volstaat niet dat we een land als Turkije zien als een soort Verweggistan. Er is geen strikt verschil meer tussen binnenlandse en buitenlandse dreigingen. Door de grote Turkse diaspora in onze steden hebben beslissingen in Ankara een impact op onze maatschappij. Kijk maar naar de rellen in Rotterdam, vorig jaar, toen een Turkse minister campagne kwam voeren voor het grondwettelijk referendum over de machtsuitbreiding van president Recep Tayyip Erdogan.' En dus moeten uw onderzoekers de boer op. Monika Sie Dhian Ho: (knikt) We moeten niet alleen naar Ankara of Istanbul kijken, maar evenzeer naar de Schilderswijk (een beruchte Haagse wijk waar de overgrote meerderheid van de bevolking van niet-Europese origine is, nvdr.). Het is óók onze taak om te weten hoe de Nederlandse Turken denken over wat er in Turkije gebeurt. Verwacht u dat de lange arm van Erdogan opnieuw zal klauwen? Sie: In Turkije heeft hij maar een nipte meerderheid van de bevolking achter zich. Zijn 'staatsburgers' in Europa, zoals hij ze zelf noemt, zijn over het algemeen conservatiever dan de Turken in Turkije. Hij zal de Europese Turken dus hard nodig hebben als hij volgend jaar opnieuw president wil worden. Je kunt ervan op aan dat de spieren in de lange arm zich weer zullen opspannen, ja. Hoe moeten Europese staten daarmee omgaan? Sie: Wat we zeker niet moeten doen, is de ambassadeur terugroepen en de dialoog opgeven, zoals Nederland vorig jaar heeft gedaan. Premier Rutte en president Erdogan zijn fel tegen elkaar tekeergegaan en hebben zo beiden hun verkiezingen gewonnen. Sowieso is het iets wat we zullen moeten blijven opvolgen. We mogen niet opnieuw verrast worden door de spanningen tussen Erdogan-gezinde Turken en gülenisten, zoals na de mislukte staatsgreep. Sinds het referendum is er binnen de Europese Unie een groep van gelijkgezinde landen ontstaan die overleg pleegt over hoe ze hiermee moeten omgaan. Welke maatregelen acht u mogelijk? Sie: Vandaag zit het gros van de Turkse vrouwen in de grote steden de hele dag lang naar regelrechte propagandakanalen te kijken. Hebben we die vrouwen niets anders te bieden? Mijn moeder was vroeger opbouwwerker voor de integratie van minderheden in Nederland - die integratie gaat niet vanzelf. Ik denk dat we ook de imamopleiding naar ons moeten toetrekken. We kunnen niet ontkennen dat de islam een belangrijke rol in het leven van veel Europeanen speelt. Europese overheden moeten een Europese islam mee vormgeven. We moeten de imams en gelovigen die een seculiere islam voorstaan ondersteunen. Mag een Europese islam conservatief zijn? Sie: Zeker wel, zolang hij de essentie van de seculiere samenleving maar respecteert. Vrijheid van godsdienst impliceert ook de vrijheid om van je geloof af te vallen. Net zoals ze impliceert dat mannen en vrouwen gelijk zijn, en dat homoseksualiteit aanvaard wordt. Is het de taak van een overheid om te bepalen hoe een religie wordt ingevuld? Sie: Kijk, het is duidelijk dat imams moeten worden opgeleid. Dat kun je hier doen, of je kunt het aan Saudi-Arabië overlaten. Wie in Nederland wil prediken, moet een Nederlandse imamopleiding volgen, waarvan de kwaliteit wordt gecontroleerd. Imams leren daar niet alleen over de inhoud van hun geloof, maar ook over de kaders waarbinnen dat geloof in onze samenleving kan worden beleefd. Is Europa onveiliger dan pakweg tien jaar geleden? Sie: Ja. De dreigingen zijn de afgelopen jaren toegenomen, eigenlijk op alle domeinen. Tegelijk hebben we nog altijd het vermogen om er een antwoord op te formuleren. Zelfs met landen die niet aan onze democratische principes voldoen, hebben we gelijklopende belangen. Ook China heeft bijvoorbeeld baat bij het aanpakken van klimaatverandering. Internationale samenwerking is nog lang niet dood. Opvallend: u deelt het pessimisme van veel van uw collega's niet. Sie: In tegenstelling tot sommige collega's zie ik geen wereld vol anarchie en wanorde. Ik vind zulke denkbeelden fataal, omdat ze selffulfilling zijn. Sommige politici exploiteren dat beeld van wereldwanorde ook, om zich als 'sterke man' te kunnen presenteren. Het doet ertoe wat we denken: als mensen geloven dat Europa onvermijdelijk naar de haaien gaat, leidt dat tot een keuze voor leiders die niet in internationale samenwerking geloven. Waar komt het idee vandaan dat het slecht gaat met Europa? Sie: Regeringen hebben lange tijd de nadruk gelegd op het uitbreiden van vrijheden: vrij verkeer van goederen, van mensen, van kapitaal, het afschaffen van grenzen. Daar was economisch en qua levensplezier veel bij te winnen. Maar er is onvoldoende stilgestaan bij de negatieve impact van al die vrijheden. Samenlevingen zijn te veel de controle kwijtgeraakt. Vooral het idee dat we geen grip hadden op bijvoorbeeld migratie, heeft tot een zeker maatschappelijk pessimisme geleid. Ik merk ondertussen toch een zekere kentering. Zowel in Nederland als in Frankrijk legt de regering de nadruk op het herwinnen van de controle, vooral op het gebied van migratie. Er wordt minder overgelaten aan de markt, regeringen proberen hun grip op de samenleving te vergroten. En al snel zie je dat de stemming verandert. In Nederland is zonet een meting afgenomen door het Sociaal en Cultureel Planbureau waaruit blijkt dat het maatschappelijk optimisme revolutionair toeneemt. Is de vluchtelingencrisis echt onder controle? Is het niet wachten tot de volgende golf? Sie: Toen ik in 2015 op Lesbos was, was de toestand echt dramatisch. Er kwamen soms 7000 vluchtelingen per dag aan. Nu zijn het er nog tientallen of misschien een kleine honderd, als Erdogan het vermag. De situatie is nog niet ideaal, maar er is wel een drastische herwinning van de grenscontrole. De afgelopen jaren zijn migranten per honderdduizenden illegaal Europa binnengetrokken, zonder dat we wisten of het nu oorlogsvluchtelingen, economische migranten of misschien zelfs terroristen waren. Er is een enorme bevolkingsexplosie aan de gang in Afrika, de Arabische revoluties hebben voor grote instabiliteit aan de grenzen van Europa gezorgd. Dan is het niet onredelijk dat Europese burgers de behoefte voelen om Europa te fortificeren. Moeten we dan echt een versterkte vesting maken van Europa? Sie: Het is een vergissing van progressieven om 'Fort Europa' als een scheldwoord te gebruiken. Er is niets mis met bescherming bieden aan je bevolking. Maar een bloeiend fort kan alleen functioneren als er genoeg valbruggen zijn. Als het fort stevig staat, zal de bereidheid toenemen om vluchtelingen op te vangen en economische migranten toe te laten. Dat effect zie je nu al in Nederland: in de laatste surveys neemt de steun voor vluchtelingenbescherming gevoelig toe. Om die valbruggen te bouwen, moet Europa samenwerken met autoritaire regimes. Gaat dat niet in tegen onze waarden? Sie: Het kan niet anders. We hebben lang gedacht dat Europa een baken van licht zou zijn, en dat de Europese buurlanden via marktwerking en goed bestuur een beetje zoals wij zouden worden. Jammer genoeg werkt het niet zo. We moeten vandaag vaststellen dat we landen als Turkije en Marokko nodig hebben. Dat wil niet zeggen dat we hun manier van doen plots fijn moeten vinden. Maar we moeten de machtsverhoudingen en onderlinge afhankelijkheden wel erkennen. Geeft u eens een voorbeeld. Sie: In 2014 had je het beruchte verhaal van de Marokkaanse koning die met zijn jacht aanmeerde op een stuk rots dat Spanje als zijn territorium beschouwt. De Spaanse kustwacht is toen nogal fors te werk gegaan: ze hebben het jacht geënterd en alle opvarenden - ook de koning - om identiteitspapieren gevraagd. In de dagen na dat opstootje lieten de Marokkaanse autoriteiten duizenden Afrikanen toe om de hekken rond Ceuta en Melilla te bestormen: op die manier maakten ze even duidelijk hoe de machtsverhoudingen liggen. Hetzelfde geldt voor Erdogan: in aanloop naar ontmoetingen met Europese leiders zie je steevast het aantal bootvluchtelingen toenemen, om ons onder druk te zetten. Betekent dat dat Europa overgeleverd is aan dictators als Erdogan? Sie: We mogen ons niet laten gijzelen door die machtsverhoudingen. Ik betreur dat Europese leiders eigenlijk nauwelijks kritiek durven te geven op het feit dat Erdogan tienduizenden burgers gearresteerd heeft, onder wie honderden journalisten, academici en zelfs parlementsleden. Dat is nergens voor nodig. Erdogan zal de Turkijedeal echt niet opblazen omdat Europese leiders kritiek geven op het Turkse gebrek aan respect voor de mensenrechten. We kunnen hem via stille diplomatie verbeteringen van de Europese douane-unie in het vooruitzicht stellen als hij de staat van beleg opheft en politieke gevangenen vrijlaat. De invloed die we hebben moeten we beter gebruiken. Tegelijk moeten we ons ervan vergewissen dat we niet bij machte zijn om er echt iets aan te doen. We zijn niet in staat om voor regimeverandering te zorgen. Kijk naar de geschiedenis in Libië of Irak: we hebben de bereidheid, de ademtocht en de zin niet om dat voor elkaar te krijgen. Democratie komt niet tot stand door militaire interventies. Ze vereist maatschappelijke veranderingen die lang onderweg zijn. Is het probleem niet net dat de Turkijedeal de dingen niet scheidt? Europa heeft bij die deal eveneens beloofd dat het de toetredingsgesprekken zou versnellen. Sie: Maar de facto is de toetreding al jaren bevroren. De Turkijedeal heeft het Turkse lidmaatschap van de EU geen centimeter dichterbij gebracht. En toch houdt Erdogan zich keurig aan de voorwaarden, en er is geen reden om aan te nemen dat dat binnenkort zal veranderen. Ook Turkije raakt ontregeld door ongecontroleerde migratie en heeft onze miljardensteun nodig om al die vluchtelingen te huisvesten. Waarom zouden we dan niet samenwerken? Bestendigen we Erdogans positie niet door Turkije al die miljarden toe te schuiven? Sie: De financiële hulp mag alleen aan vluchtelingen besteed worden. Bovendien hebben die miljarden ervoor gezorgd dat vluchtelingen in Turkije beter worden opgevangen, waardoor ze geen aanstalten maken om verder te trekken. Dat is pure winst. Moet Europa proberen om de Turkijedeal te kopiëren naar andere buurlanden? Sie: De voorwaarde is dat er een centrale overheid is waarmee je kunt samenwerken. In Libië, het land vanwaar de meeste migranten momenteel naar Europa komen, is die er niet. Voorlopig kunnen we alleen samenwerken met ngo's om de toestand in de Libische detentiecentra te verbeteren, en om migranten die helemaal niet naar Europa willen terug te helpen naar hun land van herkomst. Europa traint tegenwoordig de Libische kustwacht om migranten op te sporen en terug te duwen. Vindt u dat een goed idee? Sie: Je kunt natuurlijk zeggen dat je dat niet wilt en er je handen van aftrekken. Maar het is een feit dat de grenswacht opleiden en uitrusten een civiliserende werking heeft. Niets doen en weigeren samen te werken omdat je een regime niet leuk vindt, heeft nog nooit iemand vooruitgeholpen. Maar het is toch een kortetermijnoplossing? De Libische grenswacht bestaat bijna volledig uit milities die met mensenrechten weinig ophebben. Sie: Ik ga akkoord dat het op lange termijn geen oplossing is. Europa is momenteel de Libische grens landinwaarts aan het trekken, om te verhinderen dat migranten de kustlijn bereiken. Want als ze zich aan de oversteek wagen, willen wij ze redden en worden we de facto een veerdienst. We moeten inderdaad méér doen om perspectief te bieden in de landen van aankomst. U pleit voor meer hangbruggen rond Fort Europa. Maakt u dat eens concreet. Sie: Het beste voorbeeld is de samenwerking tussen Marokko en Spanje. Die landen laten niet alleen hun grenswachten ideeën uitwisselen, ze werken ook samen op het gebied van misdaadbestrijding, landbouw en droogteprojecten. De Spaanse vakbeweging heeft zelfs een akkoord gesloten om op beperkte schaal Marokkaanse seizoenarbeiders toe te laten. Dat is onvoldoende om alle Marokkanen die willen migreren in Spanje te krijgen, maar het zorgt er wel voor dat de Marokkaanse overheid meewerkt om de grenzen te bewaken. De meeste Oost-Europese landen zien zulke hangbruggen niet zitten. Is dat een probleem? Sie: Fort Europa moet bescherming bieden aan de meest kwetsbare vluchtelingen, niet alleen aan blanke christenen. Het is kwalijk dat een land als Polen zich erop beroemt dat het alleen witte Oekraïners als vluchtelingen toelaat. Vaak zijn het niet eens vluchtelingen, maar gaat het om pure volgmigratie: de Oekraïners nemen de plek in van alle Poolse loodgieters en elektriciens die in het Westen zijn gaan werken. Ook Polen en Hongarije moeten hun deel van de vluchtelingen opnemen. Polen en Hongarije zullen daarop zeggen dat ze ingetekend hebben op een economisch project, niet op een migratie-unie. Sie: In aanloop naar hun toetreding hebben Polen en Hongarije de Kopenhagen-criteria ondertekend. Daarin staan duidelijk dat Europa de taak heeft om de meest kwetsbare vluchtelingen onderdak te bieden. Als de Polen en de Hongaren dat niet doen, kunnen ze hun EU-stemrecht verliezen. Tegen Polen loopt al een strafprocedure, en ook tegen Hongarije dreigt binnenkort actie te volgen. Vindt u dat een goede zaak? Sie: Polen en Hongarije ondermijnen het Europese project. Als landen de rechtsstaat niet meer kunnen garanderen, zal dat er geleidelijk toe leiden dat Europese bedrijven anders behandeld worden dan Poolse en Hongaarse. We kunnen niet anders dan de duimschroeven aandraaien om hen terug in het gelid krijgen. Hebben we de Oost-Europese landen te snel erbij genomen? Sie: Dat vind ik niet. In de eerste jaren na hun toetreding zijn instellingen zoals het rechtssysteem in alle ex-communistische landen enorm versterkt. Maar door het afschaffen van de binnengrenzen, het vrije verkeer van kapitaal en de eenheidsmunt zijn we eigenlijk een politieke gemeenschap geworden. Waar willen we met Europa naartoe? Rond die vraag moeten we dringend beter overeenkomen. Ook met de Oost-Europeanen. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat dat zal lukken. Sie:(knikt) Elke verkiezing lijken er wel minder Europeanen over te blijven. Hardwerkende Vlamingen, Ware Finnen, Français de souche, christelijke Hongaren, normale Nederlanders: we lijken steeds meer op een verzameling exclusieve groepen, in plaats van op Europeanen wier lot verbonden is. We hebben het de voorbije decennia nagelaten om burgers geborgenheid te bieden in collectieve identiteiten. Ik vind 'hardwerkende Nederlanders' bijvoorbeeld een prima identiteit, omdat iedereen die wil er dan bij kan horen. Pleit u voor een overkoepelende Europese identiteit? Sie: Ik denk eerder aan een open, collectieve identiteit die trots op onze instituties in Europa verwoordt: een democratische staat, een rechtsstaat, een seculiere samenleving en een robuuste verzorgingsstaat. In de meeste Oost-Europese landen heb je die instellingen niet: het is er harder zoeken naar iets om trots op te zijn. Dat maakt de bevolking in zulke landen vatbaar voor exclusieve identiteiten, zoals religie of ras. Zijn regionale identiteiten geen fundamenteel probleem voor Europa? De Catalaanse beweging kan in Brussel nauwelijks op sympathie rekenen. Sie: Ik ben beducht voor allerlei afscheidingsbewegingen die het statelijke vermogen van een lidstaat en van de EU ondergraven. Het kan niet de bedoeling zijn om Europa in te delen in allemaal kleine regio's. Op den duur zou dat de EU alle mogelijkheid ontnemen om de immense uitdagingen aan te gaan. Zijn de huidige lidstaten in beton gegoten? Sie: Dat niet. Ik wil alleen waarschuwen voor allerlei afscheidingsbewegingen. Europa verliest aan slagkracht als het voortbestaan van België, Italië of Spanje bedreigd wordt. En dus is er geen plaats voor een onafhankelijk Catalonië in Europa? Sie: (lange stilte) Ik zou de Catalanen aanraden om het nog eens binnen Spanje te proberen. Gelooft u soms dat Europa een aflopend project is? Sie: Ik zie toch vooral tekenen van opleving. Er is bij veel regeringen toch het inzicht gekomen dat grenzen afschaffen en ongebreidelde economische groei niet de voornaamste zorg is van veel burgers. De tragiek van de internationale politiek is dat we onvoldoende onderkennen dat we eigenlijk maar weinig kunnen doen in het buitenland. De wereld is niet zo'n vrolijke plek als wij in Europa wel zouden willen, en het bereiken van een vrolijker plek gaat stapje voor stapje. Maar die kleine stapjes moeten we in kaart brengen en bevorderen, om onze buurtregio's gaandeweg te stabiliseren. Laten we vooral niet vergeten dat de EU daarin net heel succesvol is geweest.