De huidige protesten in Colombia, en in het bijzonder de harde staatsrepressie, kostten volgens lokale ngo's Indepaz en Temblores sinds 28 april al aan minstens 40 burgers het leven. Aanvankelijk ging het om een nationale staking tegen een belastinghervorming, die de regering vervolgens weer introk. Maar de protesten deinden uit. Ten gronde speelt er veel meer mee.

Europa kan meer doen voor vrede in Colombia.

Er is onvrede over de enorme ongelijkheid en toenemende armoede als gevolg van de pandemie, over privatiseringsplannen in de gezondheidszorg. Daarbovenop komt de brede verontwaardiging over het politiegeweld. Om verschillende van diezelfde redenen kwamen de Colombianen eind 2019, vóór corona ongenadig toesloeg in het land, ook al massaal op straat. Maar er is nog een andere bron van woede bij de bevolking: het falende vredesproces en het niet-aflatende geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten.

Mijnbouw en drugshandel

Terwijl de ogen van de media traditioneel op Bogotá gericht zijn, verdient vooral de situatie buiten de hoofdstad meer internationale aandacht. Het epicentrum van de onrust dezer dagen is Cali, hoofdstad van de regio Valle del Cauca aan de zuidelijke Pacifische kust. In deze regio, die ook tijdens de burgeroorlog erg zwaar getroffen werd, vielen tijdens de protesten al minstens 36 doden. Dat net daar de mobilisatie zo groot is, valt voor een groot deel te verklaren door de mensenrechtenschendingen die nog steeds een dagelijkse realiteit zijn voor veel Colombianen op het platteland. Ondanks het vredesakkoord met de FARC, van 2016, blijven vooral Afro-Colombiaanse gemeenschappen, inheemsen en boeren het slachtoffer van bedreigingen, landroof en moorden door gewapende groepen en paramilitairen, die onder meer belangen hebben in de mijnbouw en drugshandel. Het rechtstreekse oorlogsgeweld mag dan wel verminderd zijn, de moorden gebeuren vandaag gerichter: sinds eind 2016 werden al minstens 900 sociale leiders om het leven gebracht.

De koepelorganisatie CRIC (Inheemse Raad van de Regio Cauca) verdedigt de rechten van deze gemeenschappen, die één fundamentele eis hebben: een leven in vrede, op hun eigen land, zoals beloofd door het vredesakkoord. President Ivan Duque heeft zich steeds verzet tegen dit akkoord dat zijn voorganger en Nobelprijswinnaar Juan Manuel Santos afsloot met de FARC, na een halve eeuw gewapend conflict. Van de uitvoering ervan, onder meer op vlak van landhervorming en investeringen in economische alternatieven op het platteland, is sinds Duque's bewind bitter weinig in huis gekomen.

De CRIC, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, staat bekend om haar mobilisatiekracht en neemt ook in deze protestgolf een prominente rol op, met vreedzame acties zoals wegblokkades. Vanuit de regering klinkt er echter weinig verzoenende taal naar de inheemse beweging in Cauca, integendeel. "Ga terug naar jullie reservaten", dreigde Duque op 10 mei, terwijl hij bijkomende legertroepen stuurde naar de regio. Heel zorgwekkend is dat ook paramilitairen zich lijken te mengen in het geweld: zo vielen op 9 mei acht gewonden onder actievoerders van de CRIC nadat gewapende burgers het vuur op hen openden.

EU moet meer doen

Colombia dreigt opnieuw af te glijden. De internationale gemeenschap kan meer doen dan het buitensporige geweld door politie en leger veroordelen. Buitenlandse steun is niet alleen op korte termijn cruciaal om de situatie in het land te helpen de-escaleren en dialoog te faciliteren, maar ook om het vredesproces te redden. De EU en België moeten daarin een voortrekkersrol opnemen. De Europese Unie droeg 96 miljoen euro bij aan een fonds voor vredesopbouw en heeft dus een stevige hefboom in handen om te eisen dat de afspraken nageleefd worden. Daarnaast heeft de EU ook een handelsakkoord afgesloten met Colombia en kan ze de clausule van dat akkoord activeren die het akkoord eenzijdig opschort in geval van grove mensenrechtenschendingen.

Tot slot is het cruciaal dat de EU alle nodige steun verleent om de gewelddaden tijdens deze protestgolf, maar ook het aanhoudende geweld tegen activisten, te onderzoeken en bestraffen, bijvoorbeeld door een internationale observatiemissie te sturen. Dat is geen evidentie in een land gekenmerkt door diepe straffeloosheid, maar wel een noodzaak. Zonder rechtvaardigheid zal Colombia immers geen vrede kennen en blijven verschillende grondoorzaken van de huidige sociale protesten onopgelost.

Wies Willems is beleidsmedewerker bij Broederlijk Delen.

De huidige protesten in Colombia, en in het bijzonder de harde staatsrepressie, kostten volgens lokale ngo's Indepaz en Temblores sinds 28 april al aan minstens 40 burgers het leven. Aanvankelijk ging het om een nationale staking tegen een belastinghervorming, die de regering vervolgens weer introk. Maar de protesten deinden uit. Ten gronde speelt er veel meer mee. Er is onvrede over de enorme ongelijkheid en toenemende armoede als gevolg van de pandemie, over privatiseringsplannen in de gezondheidszorg. Daarbovenop komt de brede verontwaardiging over het politiegeweld. Om verschillende van diezelfde redenen kwamen de Colombianen eind 2019, vóór corona ongenadig toesloeg in het land, ook al massaal op straat. Maar er is nog een andere bron van woede bij de bevolking: het falende vredesproces en het niet-aflatende geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten.Terwijl de ogen van de media traditioneel op Bogotá gericht zijn, verdient vooral de situatie buiten de hoofdstad meer internationale aandacht. Het epicentrum van de onrust dezer dagen is Cali, hoofdstad van de regio Valle del Cauca aan de zuidelijke Pacifische kust. In deze regio, die ook tijdens de burgeroorlog erg zwaar getroffen werd, vielen tijdens de protesten al minstens 36 doden. Dat net daar de mobilisatie zo groot is, valt voor een groot deel te verklaren door de mensenrechtenschendingen die nog steeds een dagelijkse realiteit zijn voor veel Colombianen op het platteland. Ondanks het vredesakkoord met de FARC, van 2016, blijven vooral Afro-Colombiaanse gemeenschappen, inheemsen en boeren het slachtoffer van bedreigingen, landroof en moorden door gewapende groepen en paramilitairen, die onder meer belangen hebben in de mijnbouw en drugshandel. Het rechtstreekse oorlogsgeweld mag dan wel verminderd zijn, de moorden gebeuren vandaag gerichter: sinds eind 2016 werden al minstens 900 sociale leiders om het leven gebracht.De koepelorganisatie CRIC (Inheemse Raad van de Regio Cauca) verdedigt de rechten van deze gemeenschappen, die één fundamentele eis hebben: een leven in vrede, op hun eigen land, zoals beloofd door het vredesakkoord. President Ivan Duque heeft zich steeds verzet tegen dit akkoord dat zijn voorganger en Nobelprijswinnaar Juan Manuel Santos afsloot met de FARC, na een halve eeuw gewapend conflict. Van de uitvoering ervan, onder meer op vlak van landhervorming en investeringen in economische alternatieven op het platteland, is sinds Duque's bewind bitter weinig in huis gekomen. De CRIC, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, staat bekend om haar mobilisatiekracht en neemt ook in deze protestgolf een prominente rol op, met vreedzame acties zoals wegblokkades. Vanuit de regering klinkt er echter weinig verzoenende taal naar de inheemse beweging in Cauca, integendeel. "Ga terug naar jullie reservaten", dreigde Duque op 10 mei, terwijl hij bijkomende legertroepen stuurde naar de regio. Heel zorgwekkend is dat ook paramilitairen zich lijken te mengen in het geweld: zo vielen op 9 mei acht gewonden onder actievoerders van de CRIC nadat gewapende burgers het vuur op hen openden. Colombia dreigt opnieuw af te glijden. De internationale gemeenschap kan meer doen dan het buitensporige geweld door politie en leger veroordelen. Buitenlandse steun is niet alleen op korte termijn cruciaal om de situatie in het land te helpen de-escaleren en dialoog te faciliteren, maar ook om het vredesproces te redden. De EU en België moeten daarin een voortrekkersrol opnemen. De Europese Unie droeg 96 miljoen euro bij aan een fonds voor vredesopbouw en heeft dus een stevige hefboom in handen om te eisen dat de afspraken nageleefd worden. Daarnaast heeft de EU ook een handelsakkoord afgesloten met Colombia en kan ze de clausule van dat akkoord activeren die het akkoord eenzijdig opschort in geval van grove mensenrechtenschendingen. Tot slot is het cruciaal dat de EU alle nodige steun verleent om de gewelddaden tijdens deze protestgolf, maar ook het aanhoudende geweld tegen activisten, te onderzoeken en bestraffen, bijvoorbeeld door een internationale observatiemissie te sturen. Dat is geen evidentie in een land gekenmerkt door diepe straffeloosheid, maar wel een noodzaak. Zonder rechtvaardigheid zal Colombia immers geen vrede kennen en blijven verschillende grondoorzaken van de huidige sociale protesten onopgelost.Wies Willems is beleidsmedewerker bij Broederlijk Delen.