Nieuwe beslissingen over het Europees beleid ten aanzien van Rusland zijn er maandag niet genomen. Dat was ook niet de bedoeling. Wel wilden de staatshoofden en regeringsleiders van gedachten wisselen over de houding van Rusland op het wereldtoneel.

Er viel veel te bespreken, want de disruptieve Russische activiteiten vertonen een patroon dat de laatste tijd alleen maar sterker wordt, zei Commissievoorzitter Ursula von der Leyen na de vergadering. Het gaat dan om de troepenbewegingen van het Russische leger aan de grens met Oekraïne, over de cyberaanvallen op Amerikaanse doelwitten waarvan het spoor naar Rusland leidt, tot het labelen van de VS en EU-lidstaat Tsjechië als 'onvriendelijke landen'. Dat laatste leidde ertoe dat Tsjechië sterk beperkt wordt in de tewerkstelling van Russisch personeel in zijn ambassade in Moskou.

Tsjechië en Rusland vechten sinds april een diplomatiek robbertje uit, nadat Praag Moskou ervan had verdacht achter een aanslag in 2014 te zitten. Op hun top in Brussel drukken de Europese leiders hun solidariteit met Tsjechië uit.

Hoge vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid Josep Borrell en de Europese Commissie worden gevraagd een rapport voor te bereiden over mogelijke beleidskeuzes voor het Ruslandbeleid van de EU. In juni komen de leiders op de kwestie terug.

Belgisch premier Alexander De Croo zei dat de EU een Ruslandstrategie moet uitbouwen die 'minder reactief en meer proactief' is, en minder afhankelijk van de Amerikaanse strategie. 'Het is tijd dat we een prioriteitenlijst opmaken inzake onze relaties met Rusland.'

Nu al is duidelijk dat de EU zal vasthouden aan de vijf principes die het beleid ten aanzien van Rusland al enkele jaren vorm geven: de volledige implementatie van het Minsk-akkoord met betrekking tot Oekraïne vooraleer de bestaande economische sancties tegen Rusland kunnen worden opgeheven, het nastreven van nauwere banden met de voormalige Sovjetrepublieken, beter bestand worden tegen Russische bedreigingen van bijvoorbeeld de energiebevoorrading, het op concrete punten van het buitenlands beleid nastreven van een betere samenwerking met Rusland en het opvoeren van de steun voor het Russische middenveld.

Nieuwe beslissingen over het Europees beleid ten aanzien van Rusland zijn er maandag niet genomen. Dat was ook niet de bedoeling. Wel wilden de staatshoofden en regeringsleiders van gedachten wisselen over de houding van Rusland op het wereldtoneel. Er viel veel te bespreken, want de disruptieve Russische activiteiten vertonen een patroon dat de laatste tijd alleen maar sterker wordt, zei Commissievoorzitter Ursula von der Leyen na de vergadering. Het gaat dan om de troepenbewegingen van het Russische leger aan de grens met Oekraïne, over de cyberaanvallen op Amerikaanse doelwitten waarvan het spoor naar Rusland leidt, tot het labelen van de VS en EU-lidstaat Tsjechië als 'onvriendelijke landen'. Dat laatste leidde ertoe dat Tsjechië sterk beperkt wordt in de tewerkstelling van Russisch personeel in zijn ambassade in Moskou. Tsjechië en Rusland vechten sinds april een diplomatiek robbertje uit, nadat Praag Moskou ervan had verdacht achter een aanslag in 2014 te zitten. Op hun top in Brussel drukken de Europese leiders hun solidariteit met Tsjechië uit. Hoge vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid Josep Borrell en de Europese Commissie worden gevraagd een rapport voor te bereiden over mogelijke beleidskeuzes voor het Ruslandbeleid van de EU. In juni komen de leiders op de kwestie terug. Belgisch premier Alexander De Croo zei dat de EU een Ruslandstrategie moet uitbouwen die 'minder reactief en meer proactief' is, en minder afhankelijk van de Amerikaanse strategie. 'Het is tijd dat we een prioriteitenlijst opmaken inzake onze relaties met Rusland.' Nu al is duidelijk dat de EU zal vasthouden aan de vijf principes die het beleid ten aanzien van Rusland al enkele jaren vorm geven: de volledige implementatie van het Minsk-akkoord met betrekking tot Oekraïne vooraleer de bestaande economische sancties tegen Rusland kunnen worden opgeheven, het nastreven van nauwere banden met de voormalige Sovjetrepublieken, beter bestand worden tegen Russische bedreigingen van bijvoorbeeld de energiebevoorrading, het op concrete punten van het buitenlands beleid nastreven van een betere samenwerking met Rusland en het opvoeren van de steun voor het Russische middenveld.