De ambassadeurs van de EU-lidstaten raakten het eens over een aanpassing van de gasrichtlijn. De Europese Commissie had in 2017 voorgesteld om in die richtlijn duidelijk te maken dat de sleutelprincipes van het Europese energiebeleid ook gelden voor pijpleidingen vanuit derde landen.

Het gaat dan onder meer over de scheiding van netbeheerders en leveranciers en de toegang van andere aanbieders tot het netwerk.

Het voorstel had alles te maken met Nord Stream 2, een 1.200 kilometer lange leiding die Russisch gas via de Baltische Zee naar Duitsland moet brengen. De Duitse regering was dan ook beducht voor Europese inmenging, en in Berlijn schrikte men zich donderdag te pletter toen Frankrijk plots zijn steun betuigde voor de aanpassingen.

Uiteindelijk bereikten diplomaten van beide landen vrijdag een compromis dat het project lijkt te vrijwaren. 'Er is een akkoord, dat enkel mogelijk was dankzij een nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland', zo begroette de Duitse bondskanselier Angela Merkel de deal op een persconferentie in Berlijn.

Met de deal onder de lidstaten is de kous nog niet af. Namens de lidstaten moet het Roemeense EU-voorzitterschap nog een akkoord bereiken met het Europees Parlement. Nord Stream 2 is een project van de Russische gasleverancier Gazprom, dat mee wordt gefinancierd door een aantal West-Europese energiebedrijven.

Aan de pijpleiding hangt een prijskaartje van 9,5 miljard euro. Al een kwart van de leiding is aangelegd, en ze zou nog dit jaar in gebruik worden genomen. Zo vloeit er jaarlijks 55 miljard kubieke meter aardgas naar Duitsland. Nord Stream 2 stuitte op groot verzet in Oost-Europese landen, én in de Verenigde Staten, die aan de kaak stelden dat de pijpleiding de afhankelijkheid van Russisch gas enkel zal vergroten.

Ook de Europese Commissie maakte zich daarover zorgen. Het vermindert ook het belang van Oekraïne en Polen als transitlanden.