De beelden gingen op 4 juli 2018 heel Europa rond: opperrechter Malgorzata Gersdorf baande zich door een menigte een weg naar haar kantoor, ook al was ze daags voordien tegen haar zin op pensioen gestuurd. Dat was gebeurd in uitvoering van de wet die de wettelijke pensioenleeftijd regelt van de rechters aan de hoogste rechtbank van het land. Voordien konden de rechters aanblijven tot ze 70 waren geworden, maar op aansturen van de rechtsconservatieve machtshebbers was die pensioenleeftijd verlaagd naar 65 jaar. Tot een derde van de rechters zag zijn of haar mandaat daardoor ingekort.

De nieuwe leeftijdsgrens trad namelijk quasi meteen in werking en was ook van toepassing op rechters die voordien al waren benoemd. De Europese Commissie tekende bezwaar aan tegen de wet. Zij argumenteerde al langer dat onder het bewind van de regeringspartij PiS de Poolse rechtsstaat uitgehold wordt en ze vocht de wet die de pensionering van de hoogste Poolse rechters regelt dan ook aan bij het Europees Hof.

Wegens het belang van de zaak stemde dat Hof in met de vraag van de Commissie om hem versneld te behandelen. In het arrest dat ze maandag velde, schaart het Hof zich achter de Commissie. De wet is in strijd met het Europees recht omdat de beginselen van de onafzetbaarheid van de rechters en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht worden geschonden, zo oordelen de rechters. Polen heeft de wet eind 2018 wel aangepast en de rechters zijn mogen terugkeren, maar volgens de Commissie is het niet duidelijk of met die wetswijziging aan al haar bezwaren tegemoet is gekomen. Ze hamerde daarom op een formeel arrest.

Het Hof werpt ook op dat een beslissing in deze zaak belangrijk blijft omdat rechterlijke onafhankelijkheid in de Europese rechtsorde essentieel is. De rechters in Luxemburg leggen in hun arrest uit dat rechters niet afgezet mogen worden, precies om hun onafhankelijkheid te waarborgen.

Dat betekent dat ze moeten kunnen aanblijven tot de verplichte pensioenleeftijd is bereikt of tot hun mandaat is verstreken. Door een derde van de rechters aan de hoogste rechtbank te dwingen hun ambt vroeger neer te leggen, treedt Polen dit wettelijk verankerd principe met de voeten. Door voorzitter Gersdorf op pensioen te sturen, is ook haar door de Poolse grondwet gewaarborgde termijn van zes jaar ingekort. Daar komt nog bovenop dat de Poolse president - sinds 2015 Andrzej Duda - eigenhandig kan beslissen om de ambtstermijn van een rechter bij de hoogste rechtbank tot tweemaal te verlengen, evenwel zonder dat hij door enige voorwaarde is gebonden en zonder dat tegen zijn beslissing beroep kan worden aangetekend.

Dit laatste punt sterkt het Europees Hof van Justitie in zijn overtuiging dat de argumenten die Polen opwierp om de wetswijziging te verdedigen niet zeer geloofwaardig zijn.

Volgens Warschau moest de pensioenleeftijd van de rechters op het niveau van andere Poolse werknemers gebracht worden en moest de leeftijdspiramide bij de rechtbank geoptimaliseerd worden. 'Het Hof heeft serieuze twijfels of dit wel de werkelijke doelstellingen van deze hervorming zijn', luidt het. Over de vaak gehoorde kritiek dat de machtshebbers om politieke redenen van de rechters afwilden, spreekt het Hof zich niet uit.

In Luxemburg zijn nog andere zaken aanhangig die te maken hebben met de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht. In een van die zaken spreekt de advocaat-generaal donderdag zijn bevindingen uit. Met al haar hervormingen wil regeringspartij PiS naar eigen zeggen het Poolse gerecht moderniseren en van corrupte rechters zuiveren, maar de Commissie vindt dat de maatregelen de politieke invloed op justitie buitensporig versterken.

Naast de gerechtelijke procedures voor het Hof activeerde de Commissie in december 2017 voor het eerst in haar geschiedenis het zogenaamde artikel 7 van het Europese verdrag, een procedure voor schending van de Europese fundamentele waarden. Die procedure kan uiteindelijk tot de opschorting van het Poolse stemrecht in de Europese ministerraden leiden.