Dat er iets moet worden gedaan aan de vaak schrijnende arbeidsomstandigheden van professionele chauffeurs, daar zijn veel politici het al lang over eens. Maar landen als Slovakije en Polen, waar veel transportbedrijven hun officieel adres hebben, waarschuwen voor economische schade als de randvoorwaarden te streng zouden worden. Toch zijn de onderhandelingsteams van het Europees Parlement en de Raad, die de 28 EU-lidstaten vertegenwoordigt, erin geslaagd een compromis te vinden.

Een blikvanger is dat chauffeurs om de vier weken hun rust bij hen thuis moeten kunnen nemen, en niet op de hoofdzetel van hun werkgever. 'Met de nieuwe regels wordt dat mogelijk omdat vrachtwagens regelmatig een vracht moeten ophalen in de lidstaat waar het transportbedrijf gevestigd is', legt Kathleen Van Brempt uit. 'Daarmee treffen we de zogenaamde postbusbedrijven. Dat zijn vaak West-Europese bedrijven die een papieren nep-bedrijf oprichten in een Oost-Europese lidstaat, zodat ze hun chauffeurs aan Oost-Europese lonen kunnen laten werken.'

'Banen bedreigd'

Concreet zullen vrachtwagens minstens een keer om de acht weken naar hun thuisland moeten terugkeren. Een land als Litouwen, dat ook een sterk uitgebouwde transportsector heeft, noemt dat onderdeel 'niet in het Litouwse of in het Europese belang'. Bij de nationale transportfederatie Linava klinkt het dat daardoor tienduizenden jobs kunnen sneuvelen. Litouwen kondigt dan ook aan zich tegen het akkoord te zullen verzetten. Bulgarije zal evenmin bij de pakken blijven zitten. Volgens de Bulgaarse minister van Transport zijn in zijn land 120.000 jobs bedreigd.

Wie wel tevreden is met het akkoord, is de European Transport Workers' Federation. De transportbond, met de Belg Frank Moreels als voorzitter, had wel op een betere regeling rond de rij- en rusttijden gehoopt, maar wil de gemaakte vooruitgang toch verdedigen.

In de loop van volgende week zal het Finse voorzitterschap van de Raad het akkoord aan de lidstaten presenteren. Behalve de Raad moet ook het Europees Parlement de deal bekrachtigen.

Dat er iets moet worden gedaan aan de vaak schrijnende arbeidsomstandigheden van professionele chauffeurs, daar zijn veel politici het al lang over eens. Maar landen als Slovakije en Polen, waar veel transportbedrijven hun officieel adres hebben, waarschuwen voor economische schade als de randvoorwaarden te streng zouden worden. Toch zijn de onderhandelingsteams van het Europees Parlement en de Raad, die de 28 EU-lidstaten vertegenwoordigt, erin geslaagd een compromis te vinden. Een blikvanger is dat chauffeurs om de vier weken hun rust bij hen thuis moeten kunnen nemen, en niet op de hoofdzetel van hun werkgever. 'Met de nieuwe regels wordt dat mogelijk omdat vrachtwagens regelmatig een vracht moeten ophalen in de lidstaat waar het transportbedrijf gevestigd is', legt Kathleen Van Brempt uit. 'Daarmee treffen we de zogenaamde postbusbedrijven. Dat zijn vaak West-Europese bedrijven die een papieren nep-bedrijf oprichten in een Oost-Europese lidstaat, zodat ze hun chauffeurs aan Oost-Europese lonen kunnen laten werken.' Concreet zullen vrachtwagens minstens een keer om de acht weken naar hun thuisland moeten terugkeren. Een land als Litouwen, dat ook een sterk uitgebouwde transportsector heeft, noemt dat onderdeel 'niet in het Litouwse of in het Europese belang'. Bij de nationale transportfederatie Linava klinkt het dat daardoor tienduizenden jobs kunnen sneuvelen. Litouwen kondigt dan ook aan zich tegen het akkoord te zullen verzetten. Bulgarije zal evenmin bij de pakken blijven zitten. Volgens de Bulgaarse minister van Transport zijn in zijn land 120.000 jobs bedreigd. Wie wel tevreden is met het akkoord, is de European Transport Workers' Federation. De transportbond, met de Belg Frank Moreels als voorzitter, had wel op een betere regeling rond de rij- en rusttijden gehoopt, maar wil de gemaakte vooruitgang toch verdedigen. In de loop van volgende week zal het Finse voorzitterschap van de Raad het akkoord aan de lidstaten presenteren. Behalve de Raad moet ook het Europees Parlement de deal bekrachtigen.