Dinsdag werd na 13 uur aanslepende onderhandelingen beslist in de Raad Milieu dat auto's in 2030, in vergelijking met 2021, 35 procent minder CO2 mogen uitstoten. 'Oostenrijk wou als voorzitter van de Europese Raad absoluut een akkoord over de uitstootnormen op haar palmares kunnen zetten', aldus een medewerker van Buitenlandse zaken. Het was dan ook het Oostenrijks compromisvoorstel dat het uiteindelijk haalde.
...

Dinsdag werd na 13 uur aanslepende onderhandelingen beslist in de Raad Milieu dat auto's in 2030, in vergelijking met 2021, 35 procent minder CO2 mogen uitstoten. 'Oostenrijk wou als voorzitter van de Europese Raad absoluut een akkoord over de uitstootnormen op haar palmares kunnen zetten', aldus een medewerker van Buitenlandse zaken. Het was dan ook het Oostenrijks compromisvoorstel dat het uiteindelijk haalde. Het akkoord betekent het startschot voor verdere onderhandelingen met het Europees Parlement. Beide instellingen moeten immers tot een vergelijk komen voor de verordening effectief in werking kan treden. De uitstootnormen voor auto's kaderen binnen de algemene CO2-doelstelling op Europees niveau. Concreet houdt die in dat de CO2-uitstoot tegen 2030 met 40 procent naar beneden moet in vergelijking met 1990. Hoewel verschillende milieuorganisaties daar nadrukkelijk om vroegen, maakte een verhoging van de doelstellingen geen onderdeel van de agenda uit. Die potentiële verhoging kreeg eerder al de uitgesproken steun van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en de Spaanse Eurocommissaris voor Klimaat Miguel Arias Cañete.De druk op de Unie kwam er in de context van het rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dat dit weekend naar buiten werd gebracht. Het rapport stelt dat een opwarming van de aarde van 1,5 graden in plaats van 2 graden een enorm verschil zou maken voor onze leefomstandigheden. De gevaren en rampen waarmee we geconfronteerd zullen worden, zouden drastisch kunnen worden ingeperkt. Om dit te realiseren moeten we tegen 2040 koolstofneutraliteit bereiken, wat betekent dat we evenveel koolstof moeten absorberen als we uitstoten, zodat de netto-uitstoot op nul komt te staan. Wat wel op het programma van de Milieuraad stond, was het bepalen van een positie voor de belangrijke klimaattop in de schoot van de Verenigde Naties die begin december in Polen van start gaat. Er wordt gezegd dat het dé belangrijkste klimaattop wordt in jaren, omdat er finaal zal worden beslist hoe het Klimaatakkoord van Parijs volledig geïmplementeerd moet worden. 'Europa identificeert zichzelf heel sterk als een internationale klimaatleider. Het is dan ook een traditie dat Europa die positiebepaling gebruikt om haar eigen leiderschap te herbevestigen', aldus expert Europees klimaatbeleid Frederik de Roeck van Universiteit Gent. 'Maar het is in de conclusies toch duidelijk merkbaar dat de marge om effectief een ambitieus klimaatbeleid te gaan voeren almaar kleiner wordt. Met andere woorden: de opgeklopte retoriek van klimaatleiderschap wordt minder en minder onderbouwd door een ambitieus beleid.'De grote vraag was of deze positie zou worden beïnvloed door het IPCC rapport dat dit weekend zoveel ophef veroorzaakte. 'Het rapport is duidelijk koren op de molen van de progressieve spelers die willen dat de Europese Unie veel verder gaat in haar inspanningen', aldus De Roeck. Het zal de verdeeldheid in de Unie echter niet fundamenteel wijzigen. Hoewel de Europese Commissie groot voorstander is, lukt het bijvoorbeeld niet om overeenstemming te vinden over een evolutie naar koolstofneutraliteit tegen 2050, hoewel het IPCC-rapport en tal van ngo's dit scenario reeds vooropstellen tegen 2040. Eind november moet hierover een beslissing vallen, zo zegt De Roeck: 'Het wordt een echte blamage als de Unie hier niet in slaagt'.