De leiders van de EU-27 komen deze week in Brussel bijeen om een uitweg uit de Covid-19-pandemie uit te stippelen, maar zij zullen dat doen in een klimaat van scepsis. Uit een nieuwe enquête die deze maand is gepubliceerd door de European Council on Foreign Relations (ECFR), samen met YouGov en Datapraxis, blijkt dat een meerderheid van de Europeanen nu geen vertrouwen meer heeft in de EU en haar vermogen om doeltreffend op te treden in geval van grote crises. In veel van de belangrijkste lidstaten van het blok, waaronder Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Oostenrijk, is het beeld grimmig: een meerderheid is van mening dat het Europese project "kapot" is, in de context van Covid-19, en wil een meer eensgezind Europees antwoord op mondiale vraagstukken en een krachtiger optreden tegen Chinese, Russische en Turkse schendingen van het internationaal recht.

Het geduld raakt echter op. Ondanks alle woorden van Ursula von der Leyen, Charles Michel en anderen van de Brusselse leiding, is het duidelijk geworden dat de Europeanen willen dat de EU haar burgers de waarde van het Europese project bewijst, en dat zij opkomt voor de belangen van het blok in haar internationale betrekkingen.

De herinvoering van belangrijke vrijheden, zoals de mogelijkheid om vrij te wonen, te werken en te reizen, is voor de EU-instellingen en de lidstaten een zeer directe manier om het vertrouwen in het Europese project te "herstellen". Het opbouwen van de positie van de EU in de wereld, na Covid, is een andere mogelijkheid. Europeanen voelen zich momenteel alleen in de wereld en zijn bezorgd dat zij door andere internationale mogendheden in het nauw worden gedreven en worden gemanoeuvreerd. In een dergelijk klimaat is het geen wonder dat zij, ondanks hun scepsis, achter de Europese soevereiniteit aanhollen.

Er zijn er nog verschillende uitwegen uit de crisis, maar alleen als Europese leiders bereid zijn die te nemen.

In normale tijden kunnen Europeanen redelijkerwijs naar de VS en de trans-Atlantische betrekkingen kijken voor steun. Na het tumultueuze presidentschap van Donald Trump is de toestand van de VS echter nog fragiel. Uit de ECFR-enquête blijkt dat de perceptie van de VS natuurlijk is verbeterd sinds de verkiezing van Joe Biden, maar dat het overheersende beeld in Europa nog steeds somber is: veel Europeanen zien Amerika als politiek "gebroken" en, in grote mate, als een land dat de "waarden of belangen" van de EU niet deelt.

En de VS zijn niet de enigen in deze val uit de gratie. Ook het VK wordt nu meer gezien als een "noodzakelijke partner" voor de EU dan als een "bondgenoot" na de Brexit. Dit standpunt geldt voor bijna alle andere spelers in de wereld, waaronder Rusland en China, en doet vermoeden dat de EU in de toekomst pragmatischer zal moeten zijn in haar internationale betrekkingen.

Het is de ambitie van de Europeanen dat de EU op het wereldtoneel een baken van democratie en mensenrechten wordt. Deze reactie op de ECFR-enquête over de vraag waar de EU voor moet staan in de wereld van Covid, moet de leiders van de EU-27 vertrouwen geven om krachtig en resoluut op te treden tegen ernstige schendingen van het internationaal recht, zoals de kaping van Europese vliegtuigen door Belarus of de vervolging van de Oeigoerse bevolking in Xinjiang. Een meerderheid van de Europeanen wil ook dat de EU haar verbintenissen wat betreft het delen van vaccins uitbreidt, hetzij vóór, hetzij zodra haar eigen kwetsbare bevolking is ingeënt tegen Covid. Zachte macht wordt gezien als een essentieel onderdeel van de Europese macht. Maar de tijd om te praten over de aard en de noodzaak van Europa's soevereiniteit is voorbij: de EU moet in actie komen en wereldwijd leiderschap tonen, voordat de burgers hun vertrouwen in deze mogelijkheid verliezen.

Dit plaatst de EU werkelijk op een tweesprong nu de leiders deze week bijeenkomen. Hoewel het vermogen van het blok om op te treden tegen de bedreigingen die het dagelijkse leven van zijn burgers beïnvloeden, sterk in twijfel is getrokken door de trage en chaotische start van de uitrol van de vaccins, zijn er nog steeds verschillende uitwegen uit de crisis - maar alleen als de leiders bereid zijn die te nemen. Europeanen zijn voorstander van meer samenwerking en zien nog steeds de waarde in van het EU-lidmaatschap van hun land, maar hun gevoel van gedeelde kwetsbaarheid na Covid zal echter niet voldoende zijn om het Europese project vooruit te helpen.

De EU moet nu laten zien dat zij in staat is op te treden in het geval van een catastrofe. Uit de enquête van ECFR blijkt dat maatregelen om een diepere economische recessie af te wenden en de klimaatverandering aan te pakken twee belangrijke gebieden zijn waarop de Europeanen meer van de EU verwachten. Het EU-fonds van de volgende generatie kan daarom een kans zijn voor Brussel om zijn waarde voor de Europese burgers te bewijzen. De goedkeuring door de Commissie vorige week van de eerste drie nationale plannen binnen het fonds van 800 miljard euro was een positieve stap voorwaarts. Maar het afnemende vertrouwen in de instellingen en het leiderschap van de EU wijst erop dat er geen tweede kansen meer zullen zijn.

Susi Dennison is senior beleidsmedewerker en directeur van het programma 'Europese macht' bij de European Council on Foreign Relations (ECFR).

De leiders van de EU-27 komen deze week in Brussel bijeen om een uitweg uit de Covid-19-pandemie uit te stippelen, maar zij zullen dat doen in een klimaat van scepsis. Uit een nieuwe enquête die deze maand is gepubliceerd door de European Council on Foreign Relations (ECFR), samen met YouGov en Datapraxis, blijkt dat een meerderheid van de Europeanen nu geen vertrouwen meer heeft in de EU en haar vermogen om doeltreffend op te treden in geval van grote crises. In veel van de belangrijkste lidstaten van het blok, waaronder Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Oostenrijk, is het beeld grimmig: een meerderheid is van mening dat het Europese project "kapot" is, in de context van Covid-19, en wil een meer eensgezind Europees antwoord op mondiale vraagstukken en een krachtiger optreden tegen Chinese, Russische en Turkse schendingen van het internationaal recht. Het geduld raakt echter op. Ondanks alle woorden van Ursula von der Leyen, Charles Michel en anderen van de Brusselse leiding, is het duidelijk geworden dat de Europeanen willen dat de EU haar burgers de waarde van het Europese project bewijst, en dat zij opkomt voor de belangen van het blok in haar internationale betrekkingen.De herinvoering van belangrijke vrijheden, zoals de mogelijkheid om vrij te wonen, te werken en te reizen, is voor de EU-instellingen en de lidstaten een zeer directe manier om het vertrouwen in het Europese project te "herstellen". Het opbouwen van de positie van de EU in de wereld, na Covid, is een andere mogelijkheid. Europeanen voelen zich momenteel alleen in de wereld en zijn bezorgd dat zij door andere internationale mogendheden in het nauw worden gedreven en worden gemanoeuvreerd. In een dergelijk klimaat is het geen wonder dat zij, ondanks hun scepsis, achter de Europese soevereiniteit aanhollen.In normale tijden kunnen Europeanen redelijkerwijs naar de VS en de trans-Atlantische betrekkingen kijken voor steun. Na het tumultueuze presidentschap van Donald Trump is de toestand van de VS echter nog fragiel. Uit de ECFR-enquête blijkt dat de perceptie van de VS natuurlijk is verbeterd sinds de verkiezing van Joe Biden, maar dat het overheersende beeld in Europa nog steeds somber is: veel Europeanen zien Amerika als politiek "gebroken" en, in grote mate, als een land dat de "waarden of belangen" van de EU niet deelt. En de VS zijn niet de enigen in deze val uit de gratie. Ook het VK wordt nu meer gezien als een "noodzakelijke partner" voor de EU dan als een "bondgenoot" na de Brexit. Dit standpunt geldt voor bijna alle andere spelers in de wereld, waaronder Rusland en China, en doet vermoeden dat de EU in de toekomst pragmatischer zal moeten zijn in haar internationale betrekkingen. Het is de ambitie van de Europeanen dat de EU op het wereldtoneel een baken van democratie en mensenrechten wordt. Deze reactie op de ECFR-enquête over de vraag waar de EU voor moet staan in de wereld van Covid, moet de leiders van de EU-27 vertrouwen geven om krachtig en resoluut op te treden tegen ernstige schendingen van het internationaal recht, zoals de kaping van Europese vliegtuigen door Belarus of de vervolging van de Oeigoerse bevolking in Xinjiang. Een meerderheid van de Europeanen wil ook dat de EU haar verbintenissen wat betreft het delen van vaccins uitbreidt, hetzij vóór, hetzij zodra haar eigen kwetsbare bevolking is ingeënt tegen Covid. Zachte macht wordt gezien als een essentieel onderdeel van de Europese macht. Maar de tijd om te praten over de aard en de noodzaak van Europa's soevereiniteit is voorbij: de EU moet in actie komen en wereldwijd leiderschap tonen, voordat de burgers hun vertrouwen in deze mogelijkheid verliezen.Dit plaatst de EU werkelijk op een tweesprong nu de leiders deze week bijeenkomen. Hoewel het vermogen van het blok om op te treden tegen de bedreigingen die het dagelijkse leven van zijn burgers beïnvloeden, sterk in twijfel is getrokken door de trage en chaotische start van de uitrol van de vaccins, zijn er nog steeds verschillende uitwegen uit de crisis - maar alleen als de leiders bereid zijn die te nemen. Europeanen zijn voorstander van meer samenwerking en zien nog steeds de waarde in van het EU-lidmaatschap van hun land, maar hun gevoel van gedeelde kwetsbaarheid na Covid zal echter niet voldoende zijn om het Europese project vooruit te helpen. De EU moet nu laten zien dat zij in staat is op te treden in het geval van een catastrofe. Uit de enquête van ECFR blijkt dat maatregelen om een diepere economische recessie af te wenden en de klimaatverandering aan te pakken twee belangrijke gebieden zijn waarop de Europeanen meer van de EU verwachten. Het EU-fonds van de volgende generatie kan daarom een kans zijn voor Brussel om zijn waarde voor de Europese burgers te bewijzen. De goedkeuring door de Commissie vorige week van de eerste drie nationale plannen binnen het fonds van 800 miljard euro was een positieve stap voorwaarts. Maar het afnemende vertrouwen in de instellingen en het leiderschap van de EU wijst erop dat er geen tweede kansen meer zullen zijn. Susi Dennison is senior beleidsmedewerker en directeur van het programma 'Europese macht' bij de European Council on Foreign Relations (ECFR).