Vorige week werd Taiwan wakker en stelde vast dat er vier nieuwe luchtvaartroutes boven zijn grondgebied waren geopend, of tenminste: boven wat Taiwan beschouwt als zijn grondgebied. De beslissing was genomen door de Chinese regering. Nu vindt Peking al langer dat elke vierkante meter van Taiwan het moederland toebehoort, en toch was Taipei verrast: enkele jaren geleden zijn beide partijen nog overeengekomen om het luchtverkeer boven de Zeestraat van Taiwan samen te regelen. Met hun eigengereide maatregel bevestigden de Chinezen vooral een aloude wet in de diplomatie: internationale akkoorden blijven meestal alleen bestaan zolang ze in het belang van de sterksten zijn.
...

Vorige week werd Taiwan wakker en stelde vast dat er vier nieuwe luchtvaartroutes boven zijn grondgebied waren geopend, of tenminste: boven wat Taiwan beschouwt als zijn grondgebied. De beslissing was genomen door de Chinese regering. Nu vindt Peking al langer dat elke vierkante meter van Taiwan het moederland toebehoort, en toch was Taipei verrast: enkele jaren geleden zijn beide partijen nog overeengekomen om het luchtverkeer boven de Zeestraat van Taiwan samen te regelen. Met hun eigengereide maatregel bevestigden de Chinezen vooral een aloude wet in de diplomatie: internationale akkoorden blijven meestal alleen bestaan zolang ze in het belang van de sterksten zijn. China wil Taiwan laten voelen wie de baas is. Dat signaal komt niet onverwacht. De Taiwanese regering heeft aangekondigd dat ze tegen 2025 20 procent van haar budget aan defensie zal uitgeven. Daarmee zal ze nieuwe raketten, gevechtsvliegtuigen en systemen voor elektronische oorlogvoering aankopen. Het zit Peking ook hoog dat de banden tussen Taiwan en de Verenigde Staten worden aangehaald. Het Congres wil meer officiële uitwisselingen mogelijk maken en Taiwan uit zijn diplomatieke isolement halen. President Trump opperde dat oorlogsschepen Taiwanese havens zouden mogen aandoen. Gedaan met de behoedzame houding die de vorige Amerikaanse regeringen typeerde. China aanvaardt die evolutie niet. Een Chinese diplomaat in Washington stelde het zo: 'De dag dat een Amerikaans oorlogsschip een Taiwanese haven binnenvaart, is de dag dat we Taiwan met China herenigen. Met militaire macht.' Sinds vorig jaar cirkelen Chinese gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers frequent rond het eiland. Aan de oostzijde ervan is de Chinese marine vandaag haast permanent aanwezig - ook van daaruit, zo luidt de boodschap, kan het moederland toeslaan. Twee weken geleden observeerde de Chinese president Xi Jinping een militaire oefening met naar schatting 600.000 soldaten, waarbij werden onder meer amfibische landingen werden gesimuleerd. 'Het Volksbevrijdingsleger moet bereid zijn om offers te brengen', oreerde Xi. We moeten de rivaliteit tussen Peking en Taipei ernstig nemen. De aandacht gaat nu vooral naar Noord-Korea, maar eigenlijk loopt er door Oost-Azië één lange frontlijn, van Noord-Korea via Japan en Taiwan tot de Filipijnen. Langsheen die geopolitieke breuklijn twisten China en de VS over het leiderschap. Terwijl de spanningen er permanent zijn, verschuift het epicentrum aldoor. Nu eens is het prijs in de Zuid-Chinese Zee, dan weer in Noord-Korea of rond Taiwan. Met die bewuste strategie verhindert China dat de spanningen escaleren. Er kan geen twijfel over bestaan: China bereidt zich voor op oorlog. Tot dusver voerde het die oorlog bij voorkeur met economische middelen. Een militaire confrontatie stelde het uit tot het sterk genoeg zou zijn. De vraag rijst nu: is dat punt bereikt? Ik vermoed van niet. De modernisering van het Chinese leger is indrukwekkend, en de kloof met de Amerikanen wordt gestaag kleiner. Maar de meeste Chinese experts zijn het erover eens: op dit moment kan hun land misschien alleen een kortstondige lokale oorlog winnen, en zeker geen langdurend conflict met de Amerikanen. Wat ook meespeelt: de strategie van de economische vermurwing blijft goed werken. Hoe meer de economie van Taiwan verzwakt en zijn arbeidskrachten op het vasteland gaan werken, bijvoorbeeld, hoe groter de invloed van Peking. Dat geldt niet alleen voor Taiwan: langs de hele hierboven aangehaalde geopolitieke breuklijn zie je de Chinese economische invloed groeien. In de Filipijnen, waar China miljarden aan investeringen heeft beloofd. En ook in Japan: hoewel de Japanse marine de eerste weken van 2018 een verhoogde Chinese aanwezigheid in de betwiste Oost-Chinese Zee rapporteerde, en de Japanse eerste minister Shinzo Abe zijn land wil wapenen tegen de Chinese militaire opmars, probeert diezelfde Abe bijna wanhopig om Xi Jinping uit te nodigen om de verjaardag van hun diplomatieke relatie te vieren én om hun economische relatie te bevorderen. Niets is voorspelbaar in de internationale politiek. Maar als het van de Chinezen afhangt, zullen ze nog wel een tijdje kiezen voor die doeltreffende economische vermurwing. De beste overwinning is die waarvoor je niet moet vechten.