Terwijl de bevolking er snel groeit, heeft nog altijd amper tien procent van de volwassenen een volwaardige baan. Armoede en geweld grijpen om zich heen. Verhoopte succesverhalen zoals Ethiopië dreigen verkeerd af te lopen. Toch kunnen we ons geen neerslachtigheid veroorloven. Dat hoeft ook niet, want kleine landen als het onze kunnen mee het verschil maken.
...

Terwijl de bevolking er snel groeit, heeft nog altijd amper tien procent van de volwassenen een volwaardige baan. Armoede en geweld grijpen om zich heen. Verhoopte succesverhalen zoals Ethiopië dreigen verkeerd af te lopen. Toch kunnen we ons geen neerslachtigheid veroorloven. Dat hoeft ook niet, want kleine landen als het onze kunnen mee het verschil maken. Ondanks de uitdagingen liggen er vele kansen in het verschiet. De energietransitie zorgt voor een grote vraag naar mineralen en nieuwe producten. Door de achterdocht ten aanzien van China zullen we langzaam maar zeker proberen een aantal productieketens te verplaatsen. Ook de Afrikaanse landen beseffen dat ze zich het best niet te afhankelijk maken van de reus uit het Oosten. Maar wat kunnen we doen? Eerst en vooral: lessen trekken uit het verleden. Grondstoffen weghalen en wegen bouwen zonder de Afrikaanse bevolking erbij te betrekken, zorgt voor instabiliteit en argwaan. Het komt er dus vooral op aan een alternatief voor zulk neokolonialisme te ontwikkelen. Wellicht is het in sommige sectoren ook nuttig om geen megaprojecten op te zetten, de huidige informele sector een plaats te geven en langzaamaan beter te organiseren. Je kunt een paar duizend boeren van hun velden verjagen en vervangen door grootschalige en geautomatiseerde landbouw, of je kunt hen beschouwen als micro-ondernemers die hun land vaak erg goed kennen en hen begeleiden naar succes. Idem met de informele mijnbouw. Als we dat niet doen, krijgen we toestanden als in Ethiopië. Werkloze mannen sluiten zich aan bij rebellengroepen of terroristen en belagen de plantages en projecten van buitenlandse investeerders, of voegen zich bij de steeds grotere migratiestromen. De opzet van lokaal verankerde netwerken zal wat trager verlopen, maar ze zijn wellicht duurzamer en dragen meer bij aan de stabiliteit. Er is maar één grote sleutel tot succes in Afrika: banen scheppen, enorm veel en waardige banen. Voor een deel doen we dat al. Callebaut, een bedrijf dat weliswaar in Zwitserse handen is, maakt beetje bij beetje werk van de lokale cacaoverwerking. In Benin lopen er enkele projecten rond tropisch fruit. Maar er zou heel veel meer kunnen gebeuren. België staat sterk in landbouw en voeding. Vele internationale handelsketens lopen door de Antwerpse haven. Ook in de mijnbouw heeft ons land troeven. Umicore is een belangrijke verwerker van kostbare metalen. En daarnaast hebben we een heleboel spelers in de haven-, transport- en bouwsector. De haven van Antwerpen heeft partnerschappen met verschillende Afrikaanse landen, vooral aan de Atlantische kust. Hoewel we de Chinese aanpak niet hoeven over te nemen, kunnen we er wel van leren. De Chinese overheid brengt bedrijven samen zodat ze gezamenlijk kunnen optrekken, helpt kapitaal te vergaren en ondersteunt met diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en veiligheid waar nodig. Het zou wat zijn: een Belgische terugkeer naar Afrika, nu met het oog op evenwaardige partnerschappen en de versterking van de handel met Europa én de lokale economie. Zo'n samenwerking zou vanuit Afrikaanse havenclusters een web van projecten en investeringen weven - van Tanger via Dakar en Cotonou tot Kinshasa. Over de zee gaat het daar voorlopig nog vaak vlotter dan over land. Als we pessimistisch worden over het vermogen van ons land of onze regio om nog een rol van betekenis te spelen, dan zou dit een project kunnen zijn waarmee we het tegendeel bewijzen. Veel verhaallijnen komen hier samen: geopolitiek, economie, duurzaamheid, migratie, enzovoort. Wellicht kan er ook ondersteuning komen vanuit Europa, want strategische autonomie, de Green New Deal en het nieuwe Global Gateway-beleid, dat een antwoord op de Chinese zijderoute zou moeten worden, waren de rode draad in de recente beleidsverklaring van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. De Commissie zal de lidstaten hard nodig hebben om dat waar te maken. Het is een uitgelezen kans voor onze overheden om te bewijzen dat zij zich alsnog naar het strategische niveau kunnen hijsen, de rangen kunnen sluiten en met de bedrijfswereld mee kunnen bouwen aan welvaart en stabiliteit in een vitale regio. En om aan te tonen dat veiligheid, welvaart, duurzaamheid en internationale invloed beter met elkaar verbonden worden.