Woedende aanhangers van Donald Trump waren op 6 januari het Capitool binnengedrongen om te voorkomen dat het Congres de uitslag van de presidentsverkiezingen zou bevestigen. De relschoppers meenden dat de Democratische presidentskandidaat Joe Biden de verkiezingsoverwinning van uittredend president Trump had gestolen. Door de bestorming moest de bevestiging van de verkiezingsuitslag enkele uren worden opgeschort. Er vielen vijf doden, onder wie één politieagent.

Politiemensen getuigen

Tijdens de eerste zitting van de commissie in het Huis van Afgevaardigden, hebben enkele politiemensen getuigd over de manier waarop zij de bestorming hebben beleefd.

Aquilino Gonell, een van de agenten van het Capitool, zegt dat hij die dag vreesde voor zijn leven. Hij beschreef de uitbarsting van geweld als een 'middeleeuwse veldslag'. De agenten moesten zich met de hand verdedigen tegen de gewelddadige menigte. Hij en zijn collega's werden geslagen en geschopt, mishandeld met hamers en stokken en bespoten met chemicaliën, zo luidt de getuigenis. 'Meer dan zes maanden later probeer ik nog steeds te herstellen van mijn verwondingen.'

Ook politieagent Harry Dunn getuigde over het geweld waarmee hij te maken kreeg. 'We vochten een oorlog uit. Iedereen die hier aan tafel zit, heeft die dag een andere strijd gestreden, maar het maakte allemaal deel uit van dezelfde oorlog', zo wordt hij geciteerd door de Amerikaanse nieuwszender CNN. 'Als zwarte agenten hebben wij ook een andere strijd gestreden', aldus nog Dunn, die tijdens de hoorzitting melding maakte van de racistische beledigingen waarmee hij geconfronteerd werd.

Volgens de commissievoorzitter, Democratisch parlementslid Bennie Thompson, hadden de aanhangers van Trump de bedoeling de Amerikaanse 'democratie te laten ontsporen'. 'Hoewel onze instellingen weerstand boden en Joe Biden de wettig verkozen president van de Verenigde Staten is, hebben we dit jaar geen vreedzame machtsoverdracht gehad', zo stelde hij bij de start van de zitting.

Woedende aanhangers van Donald Trump waren op 6 januari het Capitool binnengedrongen om te voorkomen dat het Congres de uitslag van de presidentsverkiezingen zou bevestigen. De relschoppers meenden dat de Democratische presidentskandidaat Joe Biden de verkiezingsoverwinning van uittredend president Trump had gestolen. Door de bestorming moest de bevestiging van de verkiezingsuitslag enkele uren worden opgeschort. Er vielen vijf doden, onder wie één politieagent. Tijdens de eerste zitting van de commissie in het Huis van Afgevaardigden, hebben enkele politiemensen getuigd over de manier waarop zij de bestorming hebben beleefd. Aquilino Gonell, een van de agenten van het Capitool, zegt dat hij die dag vreesde voor zijn leven. Hij beschreef de uitbarsting van geweld als een 'middeleeuwse veldslag'. De agenten moesten zich met de hand verdedigen tegen de gewelddadige menigte. Hij en zijn collega's werden geslagen en geschopt, mishandeld met hamers en stokken en bespoten met chemicaliën, zo luidt de getuigenis. 'Meer dan zes maanden later probeer ik nog steeds te herstellen van mijn verwondingen.' Ook politieagent Harry Dunn getuigde over het geweld waarmee hij te maken kreeg. 'We vochten een oorlog uit. Iedereen die hier aan tafel zit, heeft die dag een andere strijd gestreden, maar het maakte allemaal deel uit van dezelfde oorlog', zo wordt hij geciteerd door de Amerikaanse nieuwszender CNN. 'Als zwarte agenten hebben wij ook een andere strijd gestreden', aldus nog Dunn, die tijdens de hoorzitting melding maakte van de racistische beledigingen waarmee hij geconfronteerd werd.Volgens de commissievoorzitter, Democratisch parlementslid Bennie Thompson, hadden de aanhangers van Trump de bedoeling de Amerikaanse 'democratie te laten ontsporen'. 'Hoewel onze instellingen weerstand boden en Joe Biden de wettig verkozen president van de Verenigde Staten is, hebben we dit jaar geen vreedzame machtsoverdracht gehad', zo stelde hij bij de start van de zitting.