Elektrische wagens, windturbines, biochemie, Dopper-flesjes: onze bezorgdheid voor een schone natuur heeft al veel innovatie opgeleverd. En veel van die knowhow werd bedacht in Europese onderzoekscentra. Toch heeft dit verhaal ook een andere kant. Veel van de producten worden in Europa bedacht, maar niet in Europa gemaakt. Groot was mijn verbazing toen ik onder aan mijn Dopper-thermosflesje las: 'Geproduceerd in China'. Het typeert het Europese beleid: strenge milieuregels voor eigen producenten, maar nauwelijks milieuregels voor wat we invoeren.
...

Elektrische wagens, windturbines, biochemie, Dopper-flesjes: onze bezorgdheid voor een schone natuur heeft al veel innovatie opgeleverd. En veel van die knowhow werd bedacht in Europese onderzoekscentra. Toch heeft dit verhaal ook een andere kant. Veel van de producten worden in Europa bedacht, maar niet in Europa gemaakt. Groot was mijn verbazing toen ik onder aan mijn Dopper-thermosflesje las: 'Geproduceerd in China'. Het typeert het Europese beleid: strenge milieuregels voor eigen producenten, maar nauwelijks milieuregels voor wat we invoeren. Daarmee organiseren we concurrentievervalsing tegen Europese fabrikanten. En met de klimaatwet die deze week wordt goedgekeurd, riskeren we op dat elan voort te gaan. De klimaatwet legt duidelijke doelstellingen op aan Europese landen en dus ook aan hun bedrijven. Maar ze blijft vaag over onze omgang met de talrijke landen buiten de Europese Unie die van vervuiling een concurrentieel voordeel maken. De Commissie belooft een importheffing op koolstof aan de grens op te leggen, de carbon border tax. Maar of die heffing er komt, is niet zeker. Natuurlijk is het belangrijk dat we ambitieus blijven rond duurzaamheid en dat de Europese Commissie daarin het voortouw neemt. En als je geen waarde hecht aan de ecologische overwegingen, dan zijn er nog voldoende andere. Europese landen blijven enorm afhankelijk van ingevoerde fossiele brandstoffen en andere grondstoffen. Met dat infuus van aardolie en -gas maken we vooral autoritaire staten rijk. Idealisme en realisme moeten hand in hand gaan in de groene economische revolutie van de Europese Commissie. Maar dat is dus nog niet het geval. De Commissie maakt zich kwetsbaar voor eurosceptici door een idealistische agenda door te drukken zonder economisch realisme. Een green new deal zal nooit werken als we de interne regels niet durven toe te passen op de externe handel. Strenge regels hebben dan wellicht hetzelfde effect als hoge lonen en hoge belastingen: ze jagen productie weg naar landen die het minder nauw nemen met regels en normen. Europese bedrijven mogen dan nog wat aan innovatie doen, maar de productieketens zullen opschuiven naar andere landen - en met die productie uiteindelijk ook de innovatie. Nu al merken we terughoudendheid in de Europese industrie om te investeren. Tussen 2009 en 2017 is de waarde van alle machines, gebouwen en software in de Europese maakindustrie amper met een procent per jaar gegroeid. En waarom zou je in Europa nieuwe, duurzame fabrieken bouwen als je de producten veel goedkoper kunt invoeren? Die carbon border tax is dus cruciaal om te voorkomen dat we producenten in Europa nog met meer nadelen opzadelen. Een klimaatwet zonder carbon border tax is eigenlijk onverantwoord. Sommige landen vinden dat zulke afspraken in de Wereldhandelsorganisatie gemaakt moeten worden. Maar die organisatie is in een impasse beland. Vooral Duitsland vreest dat China en de Verenigde Staten represailles zullen treffen tegen Duitse grote bedrijven die er geïnvesteerd hebben. Dat risico bestaat, maar de realiteit is ook dat die grote bedrijven alleen ons beleid niet mogen bepalen. Sommige hebben de voorbije tien jaar vaak meer in Azië en Amerika geïnvesteerd dan in Duitsland zelf. Als ze wereldwijde spelers willen zijn, kunnen ze ook niet verwachten dat de hele Europese markt naar hun belangen wordt gekneed. Het blijft de taak van de overheid om over het algemene belang te waken, over het belang van alle bedrijven en niet alleen over dat van bedrijven die het hardst kunnen lobbyen. Ideologen voeren aan dat een carbon tax een vorm van protectionisme is. Dat klopt niet. Protectionisme betekent dat je bedrijven discrimineert. Met de heffing evolueren we naar een gelijk speelveld. Duurzame producenten, waar ze ook vandaan komen, krijgen evenveel kansen. Het enige stukje protectionisme dat je zou kunnen aanvechten, is dat lokale bedrijven een voordeel hebben omdat de vervuiling door transport in rekening wordt gebracht. Maar daartegenover staat dat als we geloven in een vrije markt en streven naar een efficiënte globalisering, dergelijk marktfalen zo veel mogelijk beperkt moet worden. De Europese Commissie moet tonen dat ze moedig is, en dat ze idealisme koppelt aan realisme. Met een Duitse voorzitster moet ze Berlijn en andere sceptische lidstaten duidelijk maken wat er op het spel staat. Dit is werkelijk hét strijddossier van de komende jaren. Ofwel starten we met een duurzame industriële revolutie in Europa. Ofwel verhuist nog meer van onze industrie.