Opinie

Fei Lauw

‘Een gedwongen terugkeer is een man die schreeuwt om zijn kinderen tot hij geen stem meer heeft’

Fei Lauw Communicatiemedewerker Oxfam België

Jarenlang zag Fei Lauw als stewardess wat een gedwongen terugkeer, wanneer uitgeprocedeerde asielzoekers ons land moeten verlaten en op een vliegtuig worden gezet, écht betekent. ‘Geen warme drank, geen alcohol, praat er niet mee.’

‘Goedemorgen iedereen. We vliegen vandaag naar Kinshasa. Totaal aantal passagiers: Business Class 15, Economy 182. Specials: vandaag zijn er 4 infants aan boord, vergeet dus de gordeltjes en infant reddingsvestjes niet uit te delen. We vervoeren ook een DEPA. Iedereen kent de procedure? Geen warme drank, geen alcohol, praat er niet mee, hou de achterste deur vrij tijdens boarding. Hij komt geboeid aan boord want hij heeft zich al hevig verzet, maar ondertussen zou hij rustig zijn… Wie staat er achteraan?’

En zo begint de dag aan boord van een lange afstandsvlucht, met de zogeheten briefing. Achteraan, daar stond ik negen op de tien gevallen. In de veilige cocon van de galei van het vliegtuig kon ik alles in (goede) banen leiden en de verplichting van het socialiseren een beetje ontlopen. Er is voor elke persoonlijkheid wel ruimte binnen een tienkoppige vliegtuigbemanning.

Een gedwongen terugkeer is een man die schreeuwt om zijn kinderen tot hij geen stem meer heeft.

Een DEPA, jargon voor Deportee Accompanied, is een persoon die onder begeleiding van een politie-escorte gedwongen het land wordt uitgezet. DEPA word je niet zomaar. Je bent in eerste instantie DEPU, Deportee Unaccompanied. Je hebt dan eerder te horen gekregen dat je het land moet verlaten. Sommigen aanvaarden hun lot en vertrekken gelaten. Maar wanneer een eerste uitwijzingspoging stuit op fysiek en/of verbaal verzet, word je een DEPA en gaat de politie mee. Twee tot drie inspecteurs van de Federale Politie vergezellen deze mensen dan steeds tot aan de eindbestemming.

Bij het horen van het woord ‘DEPA’, ging de hele bemanning steeds in een hogere staat van alertheid als was het een pavlovreactie. Onder de personeelsleden van elke luchtvaartmaatschappij circuleren namelijk voldoende anekdotes over emotionele en chaotische repatriëringsvluchten. En iedereen herinnert zich Sémira Adamu. Ze was een Nigeriaanse asielzoekster die in België politiek asiel zocht in de jaren negentig. Ze beweerde in Nigeria te worden uitgehuwelijkt aan een oudere man die al drie keer getrouwd zou zijn geweest en één van zijn vrouwen zou hebben vermoord. Bij de vijfde uitwijzingspoging op 22 september 1998 raakte de vrouw in een coma toen twee rijkswachters haar gezicht afdekten met een kussen en bovenop haar gingen liggen. De vrouw stierf, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback (SP, nu SP.A) nam ontslag en in 2003 werden vier rijkswachters verantwoordelijk gesteld voor de dood van Adamu en veroordeeld tot symbolische straffen. De Belgische staat moest een vergoeding betalen aan haar verwanten. Uitwijzingen werden destijds nog gefilmd als controlemaatregel, vandaag gebeurt dit niet meer.

Vandaag geldt een standaardprocedure wanneer een DEPA meevliegt. Voor en tijdens het instappen, tot de laatste reiziger aan boord is, staat de deur linksachter open met een trap ertegen. Een DEPA komt via deze trap aan boord voor de reguliere inscheping begint. Damage control, want begint de persoon amok te maken, dan kan hij of zij nog meteen verwijderd worden zonder een aanwezig publiek.

Een of meerdere busjes rijden voor en stoppen onderaan de trap. Agenten stromen de trap op, gehuld in donkere kleren met een rood-oranje band om de bovenarm, de een soms imposanter dan de ander. Ze vullen de galei met zes à zeven man. Als stewardess voel je je klein en sta je maar drank in bakjes te steken en maak je je klaar voor de vlucht.

Je probeert niet te staren wanneer de agenten iemand in het vliegtuig dragen. De handen geboeid op de rug en ingepakt met een soort zakje, de voeten met een soort doek aan elkaar gebonden. Het gezucht en gekreun van de agenten is duidelijk hoorbaar wanneer ze het dode gewicht in de middelste stoel op de achterste rij hijsen, geen sinecure in de beperkte ruimte van een vliegtuig. ‘Tu vas te calmer maintenant, hein? Drie inspecteurs nemen plaats in de stoelen naast en voor de DEPA. De anderen staan op de trap en aan de deur. Eentje komt praten met je: ‘Hij is rustig nu, je hoeft je geen zorgen te maken. Maar je hebt hier wellicht al ervaring mee?’ Details worden nooit gegeven of gevraagd.

Wat deed hij of zij? Waarom wordt er uitgewezen? Is er een gezin? Verbleef hij of zij al lang in België? Wat gebeurt er bij aankomst? Wat is de menselijke kost?

Wat doe je wanneer het vliegtuig uiteindelijk taxiet, wanneer je het land dat je onderdak bood en waar je misschien een leven aan het opstarten was onder je ziet verdwijnen zodra de Airbus 330 door het wolkendek breekt? Wat doe je wanneer de onzekerheid van wat er je op de eindbestemming te wachten staat door je lijf giert, je hartslag doet versnellen en je keel dichtknijpt van paniek. Wat doe je? Je schreeuwt. Je schreeuwt de longen uit je lijf, je schreeuwt tot je stem het begeeft. Tot boven Parijs schreeuw je, want dan kan je niet meer. Dan besef je dat het vliegtuig geen rechtsomkeer meer zal maken.

‘Mes enfants! Mes enfants! brulde een man op een van de vluchten. Zijn stem was gebroken en gierde, zijn ademhaling stuwde een raspend en piepend geluid het vliegtuig in. Een gedwongen terugkeer is een man die schreeuwt om zijn kinderen tot hij geen stem meer heeft.

En dan sta je daar maaltijden in de ovens te zetten met een krop in de keel. Na acht jaar als stewardess weet je wanneer mensen het uithangen en wanneer hun emotie oprecht is. Het timbre in de stem, de lichaamstaal, de gelaatsuitdrukking. Vliegend personeel ontwikkelt al snel een zesde zintuig.

Ik mikte – in gedachten – altijd op het achterste toilet. Daar zou ik me indien nodig opsluiten en verstoppen wanneer ik me niet langer veilig voelde.

Er heerst bij het brede publiek veel onwetendheid rond gedwongen terugkeervluchten en onze politici gaan niet altijd doorzichtig te werk. Een man die aanhoudend brult, God aanroept, huilt om zijn kinderen en zijn vrees om te sterven uitschreeuwt grijpt dan ook niet enkel het personeel naar de keel. De commotie deint vaak uit als een misselijkmakende golf. Andere passagiers gaan zich moeien, beginnen te roepen, de spieren van de agenten spannen zich en aderen zwellen op. De spanning stijgt en meer dan eens resulteert dit in fikse vertragingen of een bocht van letterlijk 180 graden en moet het vliegtuig terugkeren.

Ik mikte – in gedachten – altijd op het achterste toilet. Daar zou ik me indien nodig opsluiten en verstoppen wanneer ik me niet langer veilig voelde. Gevoelens van onrechtvaardigheid overmeesteren het aanvankelijk passieve medelijden van passagiers. Er worden dan verwijten geroepen aan het adres van de agenten, de bemanning. ‘Zo behandel je een dier nog niet!’

Het gebrek aan transparantie en open communicatie over de gedwongen terugkeervluchten is niet enkel een probleem voor het vliegend personeel en passagiers. Het is ook de voedingsbodem voor nationale bipolariteit over het onderwerp. Dus de een feliciteert staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) met zijn fantastisch misplaatste tweet over de Dienst Vreemdelingenzaken die een goede klant is van Brussels Airlines, de ander geeft een beetje over in de mond. Maakte je ooit al zo’n emotioneel geladen vlucht mee, dan is zelfs het gebruik van het woord ‘klant’ genoeg om je de vuisten te doen ballen.

https://twitter.com/FranckenTheo/status/960422747884150785Theo Franckenhttps://twitter.com/FranckenTheo

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

550rich3153600000Twitterhttps://twitter.com1.0

Kent iemand het eigenlijk hoe, waarom en wie? Lege, holle cijfers kennen we. ‘Duizenden per jaar’ volgens Francken. Myria, het Federaal Migratiecentrum, houdt het op 5000 à 6000 vluchten. Er heerst onwetendheid en onbegrip. Is het een crimineel of werd zijn aanvraag tot regularisatie om andere redenen geweigerd? En wat kunnen die dan wel zijn? We oordelen vanuit onwetendheid en ongemak. ‘Het zal wel verdiend zijn.’ Maar dan hoor je de paniek in de stem, het overweldigende en besmettelijke verdriet. En je wil het weten en begrijpen. Je wil weten waarom de regering een negentigjarige man met Alzheimer uitwijst, waarom een man trillend van verdriet om zijn kinderen schreeuwt, waarom er geen uitsluitsel kan gegeven worden over vermoedelijke folterpraktijken in Soedan. Dan komt plots de menselijkheid, of het ontbreken ervan, in de procedure bovendrijven. Als een opgezwollen lijk.

Fei Lauw werkte tien jaar lang als stewardess, waarvan acht jaar op langeafstandsvluchten, en is Chinees-Indonesische Belgische journaliste.

Partner Content