De flat is kaal, de linoleum is morsig. Een potige kerel heeft mijn laptoptas met de nodige onverschilligheid doorzocht, een andere houdt de deur naar een sober bureau open. De man in de kamer staat op, geeft me een vlugge hand en gebiedt me terstond te gaan zitten. Vanachter de dikke brilglazen gaan twee ogen elk afzonderlijk op zoek naar zijn bezoeker. Nauwelijks veertig minuten later zal ons gesprek abrupt ophouden, en zal een van de twee kleerkasten de deur met een knal achter me dichtslaan.
...

De flat is kaal, de linoleum is morsig. Een potige kerel heeft mijn laptoptas met de nodige onverschilligheid doorzocht, een andere houdt de deur naar een sober bureau open. De man in de kamer staat op, geeft me een vlugge hand en gebiedt me terstond te gaan zitten. Vanachter de dikke brilglazen gaan twee ogen elk afzonderlijk op zoek naar zijn bezoeker. Nauwelijks veertig minuten later zal ons gesprek abrupt ophouden, en zal een van de twee kleerkasten de deur met een knal achter me dichtslaan. Eduard Limonov is op dat moment al een levende legende. Zoals zovelen had ik ook de veelbekroonde roman Limonov gelezen, waarin de Franse schrijver Emmanuel Carrère het onwaarschijnlijke leven van de schandaalschrijver documenteerde. Terwijl hij voor me zit, kan ik enkel vaststellen dat hij er exact zo uitziet als ik hem me voorstelde: een pezige, onwaarschijnlijk fitte zeventiger met een punkkuif, maar tegelijk zoveel meer. Een knokker, een vloeker, een roker, een drinker, een sekteleider, een schrijver, een geitensikdrager. Een straatschoffie dat de chouchou van de Parijse beau monde werd, een wannabesoldaat die bij gebrek aan oorlogen maar literatuur schreef, een Sovjetdissident die na de val van de Sovjet-Unie de lof van het bolsjewisme bezong, een macho die ervoor uitkwam dat hij zich 'door negers in de kont laat neuken', de verpersoonlijking van de oude verzen van de negentiende-eeuwse dichter Fjodor Tjoettsjev: Met het verstand valt Rusland niet te begrijpen/ met een meetlat kan je haar niet meten/ Zij heeft iets bijzonders/ In Rusland kan je enkel geloven. We schrijven begin maart 2013 wanneer ik na tien minuten zoeken de ingang naar zijn appartement heb gevonden. Ik ben in Moskou tijdens de meest deprimerende dagen van het jaar, wanneer de inzettende dooi de voetpaden en pleintjes herschept tot een tapijt van drassige sneeuwdrab, maar het wolkendek nog steeds naargeestig grijs kleurt. De meest recalcitrante Russische schrijver van deze én de vorige eeuw woont in een anonieme woonmastodont aan een van de eindeloze boulevards net buiten de Moskouse binnenring. In de verte, als een soort betonnen ode aan Stalin, tekent de majestueuze Lomonosovuniversiteit zich af tegen de horizon. De aanleiding voor onze ontmoeting was droevig: een maand voordien was Aleksandr Dolmatov uit het leven gestapt. Dolmatov was zes maanden eerder naar Nederland gevlucht om er politiek asiel aan te vragen. Hij was zowel dissident als manager in een KGB-wapenfabriek geweest - een ongelukkige combinatie in Rusland - en was in de nasleep van de protesten van 2011 in het vizier van de inlichtingendiensten gekomen. Tragisch genoeg zag de Nederlandse ambtenarij niet in wat zo iemand in Rusland te vrezen kon hebben, en kreeg Dolmatov geen politiek asiel, maar een uitzettingsbevel. Hoewel hij tegen die beslissing beroep aantekende, werd hij in een isoleercel geplaatst, en stapte hij daar uit het leven. In juli 2012 was ik Dolmatov nog gaan opzoeken in Bennekom, een dorp in de buurt van Arnhem. In het lokale ijssalon - tevens de enige koffieplek die open was om drie uur in de namiddag - hadden we elkaar twee uur lang gesproken, het gesprek verscheen op 11 juli 2012 in Knack. Toen op 17 januari 2013 Dolmatov uit het leven stapte, circuleerden er binnen de kortste keren vertalingen in het Engels en het Russisch. Alan Cullison, de toenmalige Ruslandcorrespondent van The Wall Street Journal, bracht me vervolgens in contact met Eduard Limonov, de man die Dolmatov tot politiek activisme had geïnspireerd. Rechts van het eenvoudige tafeltje waarachter Limonov is gaan zitten, hangt een enorme foto. Het tafereel is door de enorme uitvergroting een beetje wazig, maar toch herken ik onmiddellijk het silhouet van de schrijver zelf, die gekleed in camouflagekledij een gamel leegeet. Naast hem herken ik het lichtjes voorovergebogen silhouet van Ratko Mladic, de Servische opperbevelhebber die in 2017 veroordeeld zou worden wegens de genocide in Srebrenica. Limonov lijkt mijn verwondering niet op te merken. De tragische dood van Dolmatov noemt hij een streek van de Nederlandse inlichtingendiensten. Of van de Russische. Of een samenzwering van beide. ' Sasja was een sterke gast. Niet bang. Het is onmogelijk dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Maar wat maakt het ook uit wat ik ervan denk?' *** Nee, dan heeft Limonov het liever over zijn eigen leven. Dat was in alle opzichten uniek en opzienbarend te noemen. Geboren als Eduard Veniaminovitsj Savenko groeide hij op in Charkiv, een industriestad in wat vandaag Oekraïne is, waar hij de verveling verdreef met jeugdcriminaliteit en hooliganisme. Eind jaren zestig verhuisde hij naar Moskou, waar hij prompt twee keer huwde, lid werd van de literaire avant-garde en problemen kreeg met de KGB. In 1974 krijgt Limonov de keuze: spioneren of de Sovjet-Unie verlaten. De rusteloze Limonov kiest voor het tweede, en trekt naar New York. In New York leidt Limonov opnieuw het leven van een straatschoffie. Hij steelt, zwendelt, perst af, trekt een uitkering, klust bij in het zwart, slentert doelloos rond, zuipt zich een ongeluk, ontdekt de mannenliefde terwijl hij slaapt onder de blote hemel. Tijdens de nuchtere momenten kribbelt hij een schriftje vol dat uiteindelijk zijn autobiografische debuutroman zal worden: Ik ben het, Editsjka. Wanneer de roman in het Frans wordt vertaald, opteert zijn Franse uitgever om marketingtechnische redenen voor de weinig subtiele titel De Russische dichter houdt van grote negers. Van 1980 tot 1991 woont Limonov in Parijs. Ook daar schopt hij keet, koketteert hij met Jean-Marie Le Pen en krijgt hij finaal het Franse staatsburgerschap. Wanneer het oude Sovjetsysteem in duigen valt en Limonov naar Moskou terugkeert, moet hij vaststellen dat hij het democratiserende Rusland ook maar niets vindt. Op literair gebied zit zijn carrière in het slop, maar ondertussen heeft Limonov een nieuwe missie ontdekt: hij wordt politicus. Eerst zoekt hij aansluiting bij de extreemrechtse brulboei Vladimir Zjirinovski. Maar algauw vindt Limonov ook Zjirinovski 'te mainstream' en gaat hij een bizarre alliantie aan met de neofascistische denker Aleksandr Doegin. Samen richten ze de Nationaal-Bolsjewistische Partij op, een partij die een komieke kruising van bolsjewisme en fascisme voorstond en als embleem een hamer en sikkel op een nazivlag droeg. Voortaan laat Limonov zich vozjd noemen, het Russische equivalent voor 'Führer'. Hij wordt hoofdredacteur van het partijblad Limonka, wat - naast een verwijzing naar zijn eigen naam - bargoens is voor 'handgranaat'. Als politicus propageert Limonov zijn overtuiging dat Rusland enkel middels geweld en revolutie tot zichzelf kan komen. Natsbol zijn is meer dan een overtuiging: het is een missie, een identiteit, een vorm van zingeving. Limonov blijkt een enorme aantrekkingskracht uit te oefenen op Russen uit de provincie, die hij als een soort cultleider inspireert om in opstand te komen. De jongemannen die anders gedesillusioneerd in namaak- Adidas rondhangen in de betonnen woestijnen van verlaten provinciesteden en hun eigen wodka stoken in de badkuip van grootmoeders appartement, vinden dankzij Limonov een soort missie in hun leven. 'Limonov is de enige Russische oppositieleider die er ooit in geslaagd is om een soort gemeenschapsgevoel te creëren', zegt Olaf Koens, die als Moskoucorrespondent voor RTL en de Volkskrant Limonov in de jaren 2010 leerde kennen. 'Het was een politieke partij voor punkers, waarbij je niet streng in de leer hoefde te zijn. Bovendien was Limonov bijzonder benaderbaar. Je kon gewoon een sigaretje met hem roken en een babbeltje slaan.' Zelfs in het liberalere klimaat van de jaren negentig, toen Rusland nog niet de politiestaat was die het vandaag is geworden, wist het Kremlin niet wat het met Limonov moest aanvangen. In 2001 werd de op dat moment al 58-jarige Limonov veroordeeld tot vier jaar cel, al zou hij na iets meer dan twee jaar al vrijgelaten worden. 'Het Kremlin heeft nooit vat op hem gekregen', zegt Koens. 'Politieke bewegingen zijn in Rusland eigenlijk altijd vehikels voor politieke corruptie of persoonlijke belangen. De Nationaal-Bolsjewisten waren onmogelijk om te kopen. Ze voerden geen schijnoppositie zoals oppositiepartijen dat doorgaans doen.' Bovendien waren Limonov en de zijnen ook een stuk strijdvaardiger dan de doorsnee Russische liberaal. In plaats van jolige slogans en gemakkelijke verontwaardiging gaven de Natsbols er de voorkeur aan nu en dan eens een straatsteen tegen een politiewagen te keilen. 'Als oppositiepolitici als Aleksej Navalny zich laten arresteren, is dat meestal voor de bühne', aldus Koens. 'Bij de Natsbols werd er tenminste geknokt als er gearresteerd moest worden. Ik heb Limonov op bijna zeventigjarige leeftijd zelf nog heuse meppen weten verkopen. Dat is best wel bijzonder in een politiestaat.' Meer dan een ideoloog met een vastomlijnde overtuiging was Limonov een caractériel, met een soort onstuitbare drang om tegen de stroom in te roeien. Wie Limonov wil kwellen, moet hem gelijk geven. 'Hij is de enige figuur die zowel tijdens als na de Sovjettijden een dissident was', zegt Olaf Koens. 'Hij was tegen Jeltsin en tegen Poetin, maar vanaf het moment dat de hele wereld kritisch werd voor Poetin toen die de Krim annexeerde, werd hij weer een onvoorwaardelijk supporter, die niets dan lof had voor de Russische inmenging in Oekraïne.' En bovenal was Limonov - zoals Rusland zelf - een vat vol tegenstrijdigheden: anti-Sovjet maar voor de bolsjewieken, tegenstander van de politiestaat maar antidemocratisch, een hypernationalistische macho die tegelijk uitpakte met hoe hij zich anaal liet bevredigen door zwarten, en dat allemaal zonder daar zelf ooit enige contradictie in te zien. *** Ook in ons gesprek toont Limonov zich trots, bevlogen, een beetje van het padje, maar tegelijk ook innemend en uitermate welbespraakt. Hij vertelt me dat hij eigenlijk de rechtmatige president van Rusland is. 'Ik heb alles om president te worden', zegt hij me doodernstig. 'Ik heb charisma, ik heb overtuigingskracht, ik heb ervaring. Als Rusland echte verkiezingen zou hebben, was ik al lang president geworden.' Tegelijk wijst hij het concept democratie uit principe af. 'Democratie is enkel goed voor sukkels en zwangere vrouwen. Wij Russen zijn geen Europeanen, wij hebben er niets aan.' Voor de Russische politieke elite had hij een weldoordacht idee: 'We zetten ze allemaal op een trein naar Zwitserland, geven ze een enveloppe met 200 Zwitserse frank mee, en klaar.' De grote bedrijven wil hij prompt weer laten nationaliseren, de miljarden van olie en gas moeten weer over de bevolking verdeeld worden, het oude Sovjetimperium moet opnieuw hersteld worden, en de nieuwe Russische elite kan opzouten. Dat daarbij onvermijdelijk geweld aan te pas komt, ziet hij eerder als een voordeel. Limonov toont immers niets dan misprijzen voor liberalen en democraten die de weg van de geleidelijkheid proberen te behandelen. 'Stuk voor stuk verraders', sneert hij. 'Ze zijn dwaas, hebben geen politiek talent, het zijn valsspelers, ze haten hun eigen volk. Ze idealiseren het Westen en vinden dat Rusland ook maar een democratie moet worden. Totaal belachelijk natuurlijk. Het Westen houdt op halverwege Polen. Ze zien niet in dat je in Rusland enkel iets kunt veranderen als je een revolutie start.' Gevraagd naar wie hij momenteel bewondert in de Russische literatuur antwoordde hij doodeerlijk: hijzelf. 'Tot voor een paar jaar deden Vladimir Sorokin en Viktor Pelevin het niet slecht, maar bij hen is het tegenwoordig minder. En dus zullen de meeste Russen u vertellen dat ik de belangrijkste en meest invloedrijke Russische schrijver van het moment ben. Maar ik bekritiseer nooit collega's. Ik heb al genoeg vijanden in de politiek.' Terwijl ik geamuseerd luister, dwalen mijn ogen voortdurend af naar de enorme, in waas gehulde foto aan de muur. Van alle omzwervingen die zijn leven rijk is, heeft Limonov net zijn avonturen in Joegoslavië gekozen om zijn schrijfvertrek mee in te richten. In 1991 trekt Limonov op uitnodiging van Radovan Karadzic naar het door de Serviërs belegerde Sarajevo. Op beelden is te zien hoe hij als een soort ramptoerist wordt rondgeleid tussen de Servische stellingen. Als hoogtepunt van de rondleiding mag Limonov plaats nemen in een geschutskoepel en in het dal op de burgerbevolking van Sarajevo vuren. Verheugd als een 48-jarig kind drentelt de pezige Limonov achter Karadzic aan. Ook die vreemde episode is Limonov ten voeten uit: Serviërs gelden in Rusland als een broedervolk, en broedervolkeren verdienen je steun. Ook wanneer Rusland de Krim annexeert en een oorlog ontketent in Oost-Oekraïne, kiest Limonov op 70-jarige leeftijd voor het front, en verbroedert hij met de Russischgezinde rebellen in Donbas die tegen het Oekraïnse leger vechten. 'Als Limonov naar de oorlog ging, kon je ervan op aan dat hij de foute kant koos', grinnikt Koens.Terwijl ik Limonov in zijn sobere appartement gadeslaag, betrap ik me erop dat ik hem eerder als een romanpersonage zie. Hoe levensecht hij ook voor me zit, met de twee kleerkasten twee deuren verder, hoe welbespraakt en vastberaden ook zijn discours: het is moeilijk om de donquichotterie van deze zonderling helemaal ernstig te nemen. Zoals je in Misdaad en Straf ondanks zijn daden onvermijdelijk sympathiseert met de moordenaar Raskolnikov, zo sympathiseert de lezer met de Limonov van Carrère, van wie je ondanks zijn onhebbelijkheden en bijna ontstuitbare drang naar fysieke agressie vermoedt dat hij in zijn binnenste toch gewoon een goedzak is. Na ongeveer veertig minuten kan ik me niet langer bedwingen en vraag hem naar de foto. Beleefd, afstandelijk, in een onhandige poging om mij naïef voor te doen, vraag ik hem wat erop te zien is. Duidelijk geïrriteerd staat Limonov op en wijst hij naar de deur. ' Go away, please', zegt hij me met hese stem. Als de wiedeweerga staat een van de kleerkasten voor me. Even denk ik dat hij wil uithalen; algauw blijkt dat hij me gewoon mijn jas komt teruggeven. 'U kunt dat als westerling toch nooit begrijpen', hoor ik Limonov zeggen terwijl de deur al dichtzwaait. Meer dan boosheid en irritatie ontwaar ik in zijn stem een zweem van teleurstelling. De deur valt met een luide knal in het slot. Bij terugkeer in België begrijpt de toenmalige hoofdredacteur niet waarom Knack ooit een interview met een volslagen onbekende Russische schrijver zou moeten publiceren, zeker als die nog eens zo verwaand is om zijn redacteur wegens een niet eens zo kritische vraag de deur te wijzen. Rare jongens, die Russen. Het Knack-stuk over Limonov wordt uiteindelijk nooit gepubliceerd. Op 17 maart overleed Limonov op 77-jarige leeftijd in een hospitaal in Moskou. Geen laatste vuistgevecht, geen steekpartij, geen liquidatie in de schaduw van het Kremlin, maar een woekerende kanker die hij tot het laatste moment geheim hield. En zo neemt Rusland afscheid van zijn meest onhebbelijke schrijver. Van de punker, fascist, en bohemien die uiteindelijk nooit president zou worden en zijn leven eindigde in de marge. En natuurlijk van het romanpersonage, dat zoals de meest onuitstaanbare personages in de grootste literatuur het eeuwige voordeel van de twijfel wordt gegund. Het ga je goed, Editsjka.