Frank Biermann

‘Duurzame ontwikkelingsdoelen: veel gepraat, weinig actie’

Frank Biermann hoogleraar Global Sustainability Governance aan de Universiteit van Utrecht

De ambitieuze duurzame ontwikkelingsdoelen die 193 landen zich hebben gesteld in 2015 blijven dode letter, schrijft Frank Biermann, hoogleraar Global Sustainability Governance aan de Universiteit van Utrecht. Hij heeft een grootschalig onderzoek geleid naar de impact van de zogenaamde SDG’s.

In september 2015 kwamen leiders uit 193 landen bijeen op het VN-hoofdkwartier in New York om niets minder dan “de transformatie van onze wereld” te plannen. Het was de geboorte van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen – SDG’s in het VN-jargon – die erop gericht waren “de mensheid te bevrijden van de tirannie van armoede en gebrek, en om onze planeet te genezen en veilig te stellen”.

Zeventien doelen

De SDG’s bestaan uit zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen, die samen nog eens 169 meer gedetailleerde doelen bevatten, en meer dan 200 maatstaven om de vooruitgang te meten. Er is bijna niets dat de Verenigde Naties niet proberen te verbeteren via de doelen: van het terugdringen van armoede en honger tot het veiligstellen van een betere gezondheid, onderwijs, gendergelijkheid, sanitaire voorzieningen, energie, economische groei en infrastructuur. Tegelijk willen de VN sociale ongelijkheid verminderen, duurzame consumptie stimuleren, het klimaat, de oceaan en de biodiversiteit beschermen, en vrede en gerechtigheid bevorderen.

Om maar een paar voorbeelden te geven van de 169 concrete doelstellingen: de regeringen kwamen overeen om tegen 2030 het aantal mensen dat in armoede leeft te halveren, een einde te maken aan de honger, ervoor te zorgen dat alle kinderen gratis kwalitatief onderwijs volgen, het inkomen van de 40 procent armsten in alle landen te verhogen, en aanzienlijk meer geld vrij te maken voor biodiversiteit en de bescherming van ecosystemen. De lijst gaat nog veel verder.

Alomtegenwoordig

De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn zowat overal te vinden waar VN-bureaucraten en internationale diplomaten elkaar ontmoeten. Je ziet de zeventien vlaggen van de SDG’s in de weelderige tuinen van het VN-hoofdkwartier in New York. Over de hele wereld hangen posters met de SDG’s in overheidsgebouwen en jaarlijks worden tientallen internationale bijeenkomsten gehouden om ze te bespreken. De VN kondigden zelfs een internationaal decennium van actie aan om de doelen te bereiken. In Nederland, waar ik woon, heeft de overheid een SDG-coördinator aangesteld. Die zag ik ooit in een elektrische auto beschilderd met de SDG-symbolen – de SDG’s stonden zelfs op de binnenvoering van zijn pak. Kortom, als je een steen omdraait, vind je misschien wel een SDG-logo.

En toch kun je je afvragen: veranderen die mondiale doelen eigenlijk iets? Hebben ze een tastbare invloed op de acties van regeringen, bedrijfsleiders, burgemeesters, VN-bureaucraten en universiteiten? 

De afgelopen jaren heeft een groeiende gemeenschap van wetenschappers zich over deze vraag gebogen. Met 61 collega’s van over de hele wereld analyseerden we meer dan drieduizend academische studies die verschillende aspecten van de SDG’s onder de loep nemen. Onze bevindingen hebben we gepubliceerd in het tijdschrift Nature Sustainability, en een meer gedetailleerde beoordeling zal binnenkort als boek worden gepubliceerd. Omdat we het belangrijk vinden om wat we hebben gevonden met iedereen te delen, zijn beide publicaties gratis te downloaden en te lezen.

Veel gepraat, weinig actie

Jammer genoeg zijn onze bevindingen ontmoedigend. De SDG’s zijn wel goed geïnfiltreerd in wat mensen zeggen, denken en schrijven over wereldwijde uitdagingen op het gebied van duurzaamheid. Regeringen vermelden de SDG’s in hun nationale rapporten aan de VN, en sommige landen hebben coördinatiestructuren opgericht om ze uit te voeren. 

Ook multinationals verwijzen graag naar de SDG’s – vooral die doelen die hun commerciële activiteiten het minst verstoren, zoals SDG 8. Die roept regeringen op om de “economische groei per hoofd van de bevolking te handhaven in overeenstemming met de nationale omstandigheden”. En het is niet verwonderlijk dat VN-organisaties allemaal formeel de SDG’s steunen.

Maar er is niets veranderd waar het ertoe doet. We vonden weinig nieuwe concrete beleidslijnen, instellingen of budgettoewijzingen die bedoeld waren om specifieke doelen te bereiken. Hebben regeringen wetten veranderd om de vele elkaar kruisende transformaties te realiseren die de SDG’s voor ogen hebben? Hebben ministeries in die regeringen nieuwe programma’s gemaakt om de SDG’s te implementeren? Als dat zo is, is daar in elk geval weinig bewijs van. Wat we in plaats daarvan vonden, zijn veranderingen in het discours. Besluitvormers verwijzen nu vaak naar de SDG’s, maar toch is de manier waarop ze regeren niet veranderd.

Te vroeg?

Wat moeten we daarvan vinden? Optimisten wijzen op de SDG-tijdlijn: de SDG’s zijn pas in 2015 overeengekomen en moeten in 2030 bereikt zijn. De analyse die we publiceerden maakt grotendeels gebruik van onderzoek van voor 2021. We hebben met andere woorden nog acht jaar te gaan. Dat overheden en bedrijven tegenwoordig anders praten over duurzaamheid en vaker verwijzen naar de SDG’s, kan gezien worden als een teken van hoop dat woorden gevolgd zullen worden door actie.

En toch: alleen praten kan ook averechts werken door legitimiteit te verlenen aan niet-duurzaam gedrag, door bedrijfsleiders te laten zwaaien met kleurrijke SDG-vlaggen terwijl winst boven alles wordt gewaardeerd. Gewoon praten over SDG’s kan het maatschappelijk middenveld demobiliseren door een verkeerde indruk van actie te wekken. Hoewel beloofd, blijven de transformaties ongrijpbaar. Praten werkt als een rookgordijnen en verbergt de realiteit van uitstel en stagnatie.

Tijd voor actie

Ik wil het belang van de SDG’s niet bagatelliseren. Onze studie geeft slechts een momentopname van de huidige stand van de implementatie ervan. De SDG’s weerspiegelen een aantal wonderbaarlijk hoogstaande wereldwijde ambities, bijvoorbeeld door te focussen op wereldwijde ongelijkheid (SDG 10), noodzakelijke verbeteringen aan nationale en internationale instellingen (SDG 16) en de vermindering van schadelijke consumptiepatronen in rijke landen (SDG 12).

Maar we moeten die doelstellingen echt doen werken op het terrein. Middenveldorganisaties en sociale bewegingen moeten de SDG-bubbel doorprikken, en regerings- en bedrijfsleiders mogen zich niet verschuilen achter de SDG-vlaggen in hun kantoren, SDG-pins op hun revers en SDG-logo’s op hun blinkende folders. De SDG’s mogen niet gewoon een verheven inspiratie blijven. We moeten hun belofte omzetten in actie.

Deze opinie is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content