Het doodvonnis voor Amirhossein M, Saeid T. en Mohammad R. leidde in juli tot protest in het hele land. Met de hashtag 'No to execution' spraken in 24 uur tijd ruim twee miljoen Iraniërs zich uit tegen de terechtstelling van de drie jonge betogers. Het protest had snel resultaat. Het hoofd van het juridische systeem in Iran, Ibrahim Raessi, kwam persoonlijk tussenbeide en bepleitte verder onderzoek, ondanks het eigenlijk al rechtskrachtige oordeel.

Dagenlange onrust

In november 2019 leidde de verhoging van de benzineprijs tot dagenlange onrust in Iran. De ordediensten traden daarbij gewelddadig op tegen de actievoerders. De politieke leiding in Iran beweerde dat de actievoerders huurlingen waren van de vijandig gezinde Verenigde Staten, Israël en Saoedi-Arabië. Volgens Iran protesteerden ze niet tegen de hogere benzineprijzen, maar voerden ze sabotageactiviteiten uit om het Iraanse systeem te verzwakken of zelfs helemaal te doen instorten.

De Iraanse regering heeft tot dusver geen precieze balans gegeven van het aantal dodelijke slachtoffers tijdens de protesten. Volgens onbevestigde berichten zouden er bij de onrust tweehonderd personen, actievoerders en politieagenten, om het leven zijn gekomen. Buitenlandse bronnen spreken van een veel hogere balans. Ook werden volgens Iran destijds ruim duizend actievoerders opgepakt en opgesloten.

Het doodvonnis voor Amirhossein M, Saeid T. en Mohammad R. leidde in juli tot protest in het hele land. Met de hashtag 'No to execution' spraken in 24 uur tijd ruim twee miljoen Iraniërs zich uit tegen de terechtstelling van de drie jonge betogers. Het protest had snel resultaat. Het hoofd van het juridische systeem in Iran, Ibrahim Raessi, kwam persoonlijk tussenbeide en bepleitte verder onderzoek, ondanks het eigenlijk al rechtskrachtige oordeel.In november 2019 leidde de verhoging van de benzineprijs tot dagenlange onrust in Iran. De ordediensten traden daarbij gewelddadig op tegen de actievoerders. De politieke leiding in Iran beweerde dat de actievoerders huurlingen waren van de vijandig gezinde Verenigde Staten, Israël en Saoedi-Arabië. Volgens Iran protesteerden ze niet tegen de hogere benzineprijzen, maar voerden ze sabotageactiviteiten uit om het Iraanse systeem te verzwakken of zelfs helemaal te doen instorten.De Iraanse regering heeft tot dusver geen precieze balans gegeven van het aantal dodelijke slachtoffers tijdens de protesten. Volgens onbevestigde berichten zouden er bij de onrust tweehonderd personen, actievoerders en politieagenten, om het leven zijn gekomen. Buitenlandse bronnen spreken van een veel hogere balans. Ook werden volgens Iran destijds ruim duizend actievoerders opgepakt en opgesloten.