'God kan bogen op een wonderbaarlijke schepping. Alleen heeft hij zijn mensen niet meteen begunstigd met het vermogen stil te staan bij de schoonheid ervan.' Het zijn woorden van Desmond Tutu, de grote verzoener van Zuid-Afrika. Ik heb monseigneur Tutu eenmaal kort mogen ontmoeten. We hadden het toen over Europa en humanisme. Maar vooral dat zinnetje heb ik vlak na het gesprek als een bezetene in mijn notitieboek gekrabbeld, als was het een waardevolle vluchtige openbaring.
...

'God kan bogen op een wonderbaarlijke schepping. Alleen heeft hij zijn mensen niet meteen begunstigd met het vermogen stil te staan bij de schoonheid ervan.' Het zijn woorden van Desmond Tutu, de grote verzoener van Zuid-Afrika. Ik heb monseigneur Tutu eenmaal kort mogen ontmoeten. We hadden het toen over Europa en humanisme. Maar vooral dat zinnetje heb ik vlak na het gesprek als een bezetene in mijn notitieboek gekrabbeld, als was het een waardevolle vluchtige openbaring. Desmond Tutu had gelijk. Toen ik me voornam deze column aan hem te wijden, dacht ik eerst te schrijven over hoe in zijn moederland nauwelijks nog sprake is van verzoening, dat het racisme er een hoge vlucht neemt en bederf het hele overheidsapparaat aantast. Maar de kerkvader zou me hebben terechtgewezen. Kijk naar buiten, zou hij met pretoogjes hebben gesuggereerd, zie hoe mooi de wereld is en schrijf daar bij de aanvang van het nieuwe jaar wat over. Maar hoe hebben we oog voor wat mooi is in een vaak hardvochtige wereld? Het vermogen om schoonheid te zien, lijkt mij te beginnen met rust. Die rust is er vaak niet meer. De grens tussen werk en vrije tijd vervaagt. Er is misschien meer vrije tijd dan in het verleden, maar ze wordt steeds meer een permanente, nerveuze overgangszone. Wellicht moeten we onze vrije tijd toch weer wat beter afbakenen, en ervoor zorgen dat hij niet alsnog wordt ingepalmd door die oneindige ruis van e-mails, WhatsApp en schermschuiverij. Misschien moesten we het eens wat vaker laten om de laptop alsnog open te klappen in de trein naar huis, en in plaats daarvan door het venster turen, naar de achtertuintjes die voorbijtrekken als een lange vaudeville der menselijke vindingrijkheid, of, iets dichterlijker, de bruine kiekendief die laag over de kiemende wintertarwe glijdt. De natuur is wellicht de meest genereuze bron van schoonheid, al was het maar omdat ze met haar plukken struikgewas en boomzomen de hardheid van de menselijke ingrepen soms wat verzacht, en elke pluk op zijn beurt een microkosmos van leven vormt. Terwijl miljardairs fortuinen neertellen voor een ruimtereis is ook nabij de natuur eindeloos mooi en betoverend: de mezen aan de vetbollen, de jagende wolken aan de einder, de lijster die onverwacht in een winters park zijn lied aanheft, of gewoon hoe het eigen lichaam zich als een mirakel herstelt na ziekte. Eigenlijk zouden we elke dag onze zintuigen moeten openzetten voor de natuur. Het kost niets. Muziek bestaat in bijna dezelfde kosteloze overdaad. Een zender als Klara is een uitnodiging om te ontdekken, maar voor hetzelfde geld ook de Toots Sessies op televisie. Je hoeft er je huis niet eens voor uit. Maar waarom doen we dat niet vaker? Na het werk, de studie, de kinderen: gewoon een halfuurtje radio, met, wie weet, die ontdekking die doet verlangen naar meer: een concert, een album. Schoonheid schuilt ook in de menselijke contacten. Hier is het oppassen dat we de pure menselijke contacten niet laten verdringen door bedrijven die groot geld willen verdienen aan surrogaatcontacten, vluchtige digitale vergaderingen, digitale pronkplaatsen als Facebook. Soms is het gewoon heerlijk om onbevangen over koetjes en kalfjes te palaveren, een lange wandeling te maken met een bekende of met je kinderen bezig te zijn. Vaak lijkt de hele wereld haar neergang te hebben ingezet, maar zelfs dan blijven kinderen hun energieke opmars voortzetten. Desmond Tutu zou hier de schoonheid van het goede aan hebben toegevoegd. We vervloeken gemakkelijk onze misstanden en onze strapatsen, maar erkennen slechts schoorvoetend dingen die we goed doen. Goed doen vereist geen heldendaden. Goedheid schuilt in kleine zaken: na een helse dag toch nog even met je naasten bezig zijn, die moeilijke patiënt in het ziekenhuis die je uiteindelijk toch hebt laten glimlachen, die klant wiens dossier je toch tot een goed einde hebt weten te brengen, die vrouw met haar kinderwagen die je even verder hielp. Ubuntu, klinkt dat in het Bantu, het geluk van elk doorheen het geluk van anderen.