'Waarom haten ze ons zo?', vraagt de weduwe van een Amerikaanse brandweerman die omkwam bij de aanslagen van 9/11 aan Souad Mekhennet. 'Niemand heeft ons verteld dat er mensen waren die ons zo haten. Waarom wisten we dat niet? Politici hebben het ons nooit verteld, en jullie journalisten ook niet.'
...

'Waarom haten ze ons zo?', vraagt de weduwe van een Amerikaanse brandweerman die omkwam bij de aanslagen van 9/11 aan Souad Mekhennet. 'Niemand heeft ons verteld dat er mensen waren die ons zo haten. Waarom wisten we dat niet? Politici hebben het ons nooit verteld, en jullie journalisten ook niet.' Als journaliste en moslima voelt Mekhennet zich aangesproken. 'Ik had geen antwoord destijds. Het was september 2002, ik was nog niet lang bezig in de journalistiek', vertelt ze als we haar in Amsterdam ontmoeten. Mekhennet besluit dat de vrouw gelijk heeft. Waarom deden journalisten niet beter hun best om mensen uit te leggen wat jihadisten van hen denken? Sindsdien fungeert de vraag als rode draad in haar journalistieke carrière. Een vraag die de afgelopen jaren steeds luider klinkt, elke keer als er een aanslag plaatsvindt. 'Ik voelde me verantwoordelijk om antwoorden te vinden', zegt Mekhennet. 'Ook ik had geen idee wat Mohammed Atta (de leider van de 9/11-aanslagen, nvdr) en zijn mannen dachten, wat hun beweegredenen waren.' Souad Mekhennet (39) is kind van een Turkse moeder en Marokkaanse vader die elkaar als gastarbeider in Duitsland ontmoetten. Geboren en getogen in Frankfurt leert ze zowel de Duitse gastvrijheid kennen als de afkeer van radicaalrechts tegenover buitenlanders. Tijdens een familiebezoek in Marokko ziet ze dan weer hoe haar neef en vrienden applaudisseren als een jihadist op tv het hoofd van een Servische strijder afhakt. Het is 1993 en de oorlog in Bosnië is in volle gang. Mekhennets neef zegt dat de moedjahedien alle Serviërs in Bosnië moeten doden omdat die van plan zijn 'alle moslims in Europa te vermoorden'. Terug in Duitsland neemt het aantal incidenten tegen buitenlanders toe. Als Mekhennet en haar jongere broer op straat met de dood worden bedreigd door skinheads, wordt ze zo bang dat ze haar ouders smeekt uit Duitsland weg te gaan. 'Mijn ouders hadden hun hele leven in Frankfurt opgebouwd, ze wilden echt niet vertrekken', zegt Mekhennet. 'Al gauw besloot ik dat ik mijn angst beter kon overwinnen door te blijven dan door weg te lopen. Mijn ervaringen met discriminatie en moslimhaat hebben me geholpen de leefwereld van jihadisten beter te begrijpen.' Mekhennet studeert journalistiek en na een paar jaar voor de Duitse media te hebben gewerkt, gaat ze als researcher aan de slag bij The Washington Post. Haar moslimachtergrond helpt soms om makkelijker toegang te krijgen tot militante figuren en gezelschappen. Na een grondige cursus Engels wordt ze ook als auteur ingezet. Souad Mekhennet: Er zijn verschillende antwoorden, het hangt onder andere af van waar iemand vandaan komt. Maar er zijn kenmerken die je bij iedere geradicaliseerde moslim terugvindt. Zoals het stellige geloof dat er een oorlog tegen de islam bezig is. Dat het Westen Iran en de sjiitische gemeenschap steunt in het gevecht tegen de soennitische moslims. Ik heb veel mensen gesproken die halverwege of aan het einde van hun radicaliseringsproces zaten. Zo herinner ik me nog goed mijn gesprek met Deso Dogg, de bekende Duitse rapper die zich later bij de IS aansloot. Hij zat vol vragen, wilde op zijn beurt weten waar de haat van het Westen tegenover de moslimgemeenschap vandaan kwam. Was er een oorlog bezig tegen de islam? Hij vertelde dat hij die vragen in de moskee had gesteld, maar dat de imams hem de mond snoerden. Ze weigerden over dit soort onderwerpen te discussiëren uit vrees dat de Duitse overheid de moskee zou sluiten. Via internet vond Deso Dogg iemand die hem wel van antwoord wilde dienen. Dat was Mohamed Mahmoud, een Oostenrijker die bij de nieuwe lichting radicalen hoorde, geboren in Europa. Mahmoud stond bekend als overtuigende inspiratiebron voor talloze zoekende moslimjongeren. Niet veel later stond Deso Dogg met een afgehakt hoofd te zwaaien op een video van de IS. Wat als Deso Dogg van het begin af aan wél gehoor had gevonden bij de imams in de moskee, vraag ik me af. Misschien was het dan niet zover met hem gekomen. Niet iedereen kan worden gered, maar er zijn jongeren bij wie je op tijd aan de bel kunt trekken. Mekhennet: Het is een complex gegeven waarin veel factoren meespelen. Zonder steun van familie en directe omgeving wordt het bijzonder moeilijk. Maar het is mogelijk. Ik ken een 16-jarige Duitse moslim die naar Syrië was getrokken, in de begintijd van de IS. Zijn ouders waren radeloos. Van een imam kregen ze de raad om grove middelen te gebruiken: ze moesten hun zoon ontvoeren. Met de smoes dat zijn moeder hem wilde zien, kreeg de familie de jongen zover dat hij de Turkse grens overstak. De Turkse politie pakte hem op en zette hem samen met zijn ouders op het eerste vliegtuig naar Duitsland. Thuis schakelden zijn ouders een imam in die ervaring had met het deradicaliseren van jongeren. Ze waren maanden met de jongen bezig, sloten zijn e-mail en Facebook af, gaven hem andere telefoonnummers, hielden hem op afstand van zijn oude vrienden. Want de IS probeerde opnieuw contact met hem op te nemen. De totale aanpak van de familie werkte. De jongen zag langzaam in dat hij een verkeerde keuze had gemaakt. Hij heeft zijn school afgemaakt en gaat nu verder studeren. Mekhennet: De realiteit is dat veel moslims zijn geradicaliseerd ín Europa, niet in moslimlanden. Dat is geen excuus, maar wel iets om over na te denken. Ik heb heel wat moslims uit Marokko en andere landen ontmoet die als student naar Europa trokken en pas daar radicaliseerden. In Europa namen ze het gedachtegoed over van andere geradicaliseerde moslims. Ze geloofden dat de achterblijvers in de moslimlanden helemaal geen idee hadden wat de islam nu eigenlijk inhield omdat de moskeeën werden gecontroleerd door de staat. Die ideeën brachten ze mee terug naar huis. Ik ken een rijke familie uit Tanger die naar Europa vertrok. De drie zonen gingen er studeren, ze wilden een leuke tijd hebben. Maar ze radicaliseerden stuk voor stuk, namen deel aan de oorlog in Bosnië en in Afghanistan. Wat ik wil zeggen, is dat moslims vanaf het begin in Europa de kans kregen om gemeenschappen te stichten met een eigen ideologie. Er werden gebedsruimtes gecreëerd terwijl niemand een idee had van wat daar precies geleerd werd. We keken ervan weg, zowel moslims als Europeanen. Ik wil niemand beschuldigen, dat heeft geen zin. Ik probeer wel te verklaren waarom het fout is gelopen. We mogen de radicale islam niet beschouwen als een probleem van buitenaf waar wij mee opgescheept zitten. Het probleem ligt hier, in Europa. Daar moeten we op focussen. Mekhennet: Het is begonnen met een paar grote gebeurtenissen. In Iran werd in 1979 de sjah afgezet. Waarop de verbannen ayatollah Khomeini terugkeerde en de islamitische republiek uitriep met strenge regels en beperkingen. Gevolg was dat revolutionaire studenten een groep Amerikanen gijzelden in de Amerikaanse ambassade. Tweede gebeurtenis was de bezetting van Mekka door religieuze extremisten, niet lang daarna. Ze wilden de Saudische monarchie ten val brengen en vervangen door een fundamentalistisch islambeleid. Na twee weken maakten Saudische troepen met buitenlandse hulp een einde aan het beleg. Om de troepen binnen Mekka te krijgen, had het koningshuis toestemming nodig van de godsdienstgeleerden. Die maakten misbruik van hun positie, vroegen geld, meer macht en een eigen religieuze politie. De problemen in Iran en Saudi-Arabië hadden tot gevolg dat een aantal islamitische gemeenschappen de kans kregen te groeien en aan fondsenwerving gingen doen voor islamitische centra in Europa, van zowel sjiitische als soennitische strekking. En dan was er nog de oorlog in Afghanistan tegen de Russen. Er werd uit Amerika en Europa gerekruteerd om de Russen te helpen verslaan. Zo begon de wereldwijde jihad. Mekhennet: Religie is niet de oorzaak. De islam radicaliseert mensen niet, het is andersom: mensen radicaliseren de islam. In 2014 ontmoette ik een IS-leider, Abu Yusaf. Ik moest alleen komen en sprak hem in zijn auto. Hij was van Marokkaanse afkomst en opgegroeid in Europa, net als ik. Dat schepte een zeker vertrouwen. Toen ik vroeg naar zijn beweegredenen voor de jihad begon hij over het gebrek aan respect van Europeanen tegenover moslims. Hij confronteerde me met de vraag waarom ik geen carrière in Duitsland kon maken, ondanks alle journalistieke bekroningen die ik had ontvangen. Ik wist wat hij bedoelde, een deel van wat hij zei, klopte. In Duitsland was mijn loopbaan nooit echt van de grond gekomen door mijn achtergrond, ik stuitte dikwijls op wantrouwen en misverstanden. Maar ik was niet zo geworden als hij. Ik had een andere weg gekozen. Feit blijft dat gevoelens van uitsluiting en discriminatie voor veel Europese jihadisten een gegronde voedingsbodem vormen. Ik hoorde het vaak in de banlieues van Parijs en Farid, de jeugdvriend van Abdelhamid Abaaoud die ik in Brussel sprak, zei ook dat hij zich nergens geaccepteerd voelde. Niet in België en niet in Marokko. Niemand nam hem serieus, zei hij. Hij voelde zich slachtoffer, net als de anderen, en had er derhalve geen problemen mee om Belgen of andere Europeanen te vermoorden. Mensen die zichzelf slachtoffer voelen, zien hun eigen gedrag in een ander daglicht. Ze beschouwen het als een reactie op het leed dat hen is aangedaan. Mekhennet: Als de IS alleen bestond uit figuren zoals Abaaoud, dan was de beweging allang verdwenen. Maar de groepering is zo gevaarlijk omdat er heel wat uiterst slimme, hoogopgeleide mensen bij aangesloten zijn. Ze spreken verschillende talen, hebben ervaring bij inlichtingendiensten zoals die van Saddam Hoessein, ze weten perfect wat er in de wereld te koop is. Mohammed Emwazi, alias Jihadi John, was zo iemand. Ik was geschokt en kwaad toen ik erachter kwam wie hij was. Hij had op een privéschool gezeten, later studeerde hij informatica en business management en werkte hij als computerprogrammeur. Zijn familie woonde in een gegoede Londense wijk. Totaal anders dan de grauwe banlieues van Parijs. Ik las de brieven waarin Emwazi klaagde over hoe hij was gediscrimineerd en over zijn slechte behandeling door de Britse geheime dienst. Hoe had het zo ver kunnen komen dat iemand als hij zichzelf zo'n slachtofferrol toe-eigende? En dat hij journalisten ging onthoofden? Het schokte me omdat Emwazi het beeld onderuithaalde van de onbegrepen, buitengesloten moslim uit een probleemwijk. Hij was goed opgeleid, net als ik, net als de hooggeplaatste IS-persoon Abu Yusaf die ik in 2014 interviewde. Het maakte me opnieuw duidelijk dat de radicale islamideologie niet snel zal verdwijnen. Zolang we het aan beide zijden beschouwen als een probleem van botsende beschavingen, komen we er niet uit. Als we blijven beweren dat het gaat om een oorlog tussen de islam en het Westen, zullen we jonge Europeanen kwijtraken aan extremistische organisaties. Ik noem het een botsing tussen mensen die bruggen willen bouwen en degenen die voor verdeling zorgen. Beiden vind je in elke gemeenschap, wereldwijd.